Bijlage 3.2 - Voortgang in het eerste verslagjaar - samenvatting

2.1. Totaalbeeld

De deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie (september 2014) bevat afspraken om dertien nationale vitale en kwetsbare functies beter bestand te maken tegen overstromingen, met als doel uiterlijk in 2050 een waterrobuuste inrichting van Nederland te realiseren. Het afgelopen jaar is een start gemaakt met de uitvoering van de afgesproken activiteiten. Voor vrijwel alle dertien nationale vitale en kwetsbare functies lag de nadruk in dit eerste verslagjaar op het op gang brengen van de activiteiten in de stap ‘weten’ om beter inzicht te verkrijgen in de aard en omvang van de risico’s die een overstroming met zich meebrengt voor de betreffende functie. Resultaten zijn nog beperkt beschikbaar. Voor de meeste functies zijn activiteiten in de stappen ‘willen’ en ‘werken’ later in het traject voorzien, dat immers doorloopt tot 2050. In het verslagjaar zijn wel veel activiteiten in gang gezet. De resultaten daarvan kunnen echter nog niet altijd in dit voortgangsrapport worden gepresenteerd. De resultaten zullen in een volgend verslagjaar alsnog beschreven worden.


Het zelfredzame eiland van Dordrecht en de effecten van overstromingen op vitale infrastructuur en kwetsbare functies

De gemeente Dordrecht heeft de ambitie het Eiland van Dordrecht geheel zelfredzaam te maken gedurende een overstroming. De centrale vraag hierbij is hoe de waterbestendigheid van de stedelijke buitendijkse gebieden behouden dan wel vergroot kan worden. Deze gebieden herbergen namelijk een groot aantal voorzieningen die van cruciaal belang zijn voor het functioneren van de stad Dordrecht. Doordat de gebieden relatief hoog (vaak op dijkniveau) zijn gelegen, is de kans op overstromingen vanuit de rivier klein. Echter, door de klimaatverandering neemt deze kans mogelijk toe. Voor het buitendijks gebied wordt bekeken welke mogelijkheden er zijn voor de inwoners om tijdens een overstroming in het gebied te blijven. Bij overstroming kunnen belangrijke schakels in een netwerk of van functies verstoord raken of uitvallen. Dit kan een domino-effect veroorzaken waarbij andere (vitale) netwerken worden beïnvloed. Gezamenlijk met netwerkbeheerders en experts is gekeken naar de robuustheid van de verschillende vitale functies. Hieruit is gebleken dat de schakels die van regionaal belang zijn, zeer goed beschermd zijn voor overstromingen. De stedelijke buitendijkse gebieden van het Eiland van Dordrecht zijn relatief hooggelegen. Bij een maatgevende overstroming worden deze gebieden niet of nauwelijks blootgesteld aan water uit de rivier, waardoor de vitale infrastructuur en kwetsbare functies kunnen doorfunctioneren. Het historische havengebied is relatief laag gelegen. Dit maakt dat de vitale infrastructuur en voorzieningen in dit gebied het meest kwetsbaar zijn voor overstromingen vanuit de rivier.


Tabel 2 geeft een indicatief samenvattend overzicht. De gekleurde vakken geven aan of voor ‘weten’, ‘willen’ en ‘werken’ in het verslagjaar activiteiten zijn uitgevoerd en voortgang is geboekt. De donkere kleuring geeft aan of de functie is aangewezen als vitale functie onder Herijking Vitaal (zie paragraaf 2.2.). 

Zoals uit het overzicht naar voren komt, is voor de vitale en kwetsbare functie ‘7b Chemisch en Nucleair: nucleair’ de cyclus geheel doorlopen. Hiermee voldoet deze functie aan de doelstelling van een waterrobuuste inrichting en is het niet langer nodig jaarlijks in het kader van het Deltaprogramma te rapporteren over de voortgang. Het overzicht geeft verder aan dat voor alle functies in de stap ‘weten’ activiteiten – meestal onderzoeken – zijn uitgevoerd, maar dat deze onderzoeken, behoudens voor nucleair, nog niet zijn afgerond. De kennis over de risico’s die een overstroming met zich mee kan brengen, is dus nog volop in ontwikkeling. Ondanks dat deze eerste stap nog niet is afgerond, is voor diverse functies al wel een vervolgstap gezet. Voor elektriciteit, aardgas, publiek netwerk van telecom/ICT en drinkwater is de cyclus van ‘weten, willen, werken’ al een keer geheel doorlopen. Dit betekent dat risico’s in beeld zijn, maar nog niet volledig, dat een gedeeltelijke keuze is gemaakt in het ambitieniveau en dat ook stappen zijn gezet in de borging, implementatie en uitvoering. Voor olie, afvalwater en infectieuze stoffen/ggo’s is het ambitieniveau ook deels vastgelegd. 

Tabel 2

Indicatie van de voortgang per functie in het bereiken van een waterrobuuste inrichting

Een belangrijke reden om de aanpak van de vitale en kwetsbare functies niet per ministerie of beleidsterrein afzonderlijk aan te pakken is de onderlinge afhankelijkheid tussen de functies. Deze ketenafhankelijkheid betekent dat het wel/niet beschikbaar zijn van bijvoorbeeld de energievoorziening tijdens en na een overstroming grote gevolgen zal hebben voor de beschikbaarheid van andere functies zoals drinkwater of de gezondheidszorg. Onderlinge betrokkenheid tussen de ministeries is ook gewenst bij het doorlopen van het traject ‘weten, willen, werken’: bij de analyse van de (overstromings)situatie, bij het bepalen van het ambitieniveau en bij de doorwerking van de aanpak naar sectoren en gebieden. De gemeenschappelijke aanpak heeft tot doel kennis tussen de ministeries te delen en de effectiviteit van het geheel te verhogen. Om tot concrete inzichten te komen over de samenhang tussen de functies worden ervaringen in een aantal pilotgebieden, zoals Westpoort Amsterdam, benut bij het uitwerken van de aanpak per functie.


Waterbestendig Westpoort

Westpoort, het havengebied van Amsterdam, herbergt een groot aantal vitale en kwetsbare functies die van cruciaal belang zijn voor het functioneren van de stad en haar omgeving. Bij een dijkdoorbraak van de Lekdijk of bij IJmuiden loopt Westpoort onder water. Bedrijven blijken zich echter nauwelijks bewust te zijn van het risico. Bij een overstroming zijn de gevolgen zeer groot, omdat een veel groter gebied ontwricht raakt door de keteneffecten die optreden. In het programma Amsterdam Waterbestendig is door de Dienst Ruimtelijke Ordening en Waternet onderzocht wat klimaatverandering betekent voor de ruimtelijke en wateropgaven in de stad. De resultaten zijn actief uitgedragen en er is bewust samenwerking gezocht met de partneroverheden in de regio. Dit heeft geleid tot een gezamenlijke Deltastrategie Regio Amsterdam. Hierin is geconcludeerd dat de ‘voordeuren’ (IJmuiden, Lekdijk, en Markermeerdijk) de meest effectieve bescherming bieden tegen overstromingen. Daarnaast wordt nadrukkelijk ingezet op een waterrobuuste inrichting van vitale infrastructuur en kwetsbare objecten. In een samenwerkingsverband van de gemeente Amsterdam, het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, Havenbedrijf Amsterdam, het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de provincie Noord-Holland, Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, Rijkswaterstaat en de Vrije Universiteit Amsterdam gaan partijen nu gezamenlijk onderzoeken hoe die waterrobuuste inrichting het beste gerealiseerd kan worden. Op regionaal niveau zal dit leiden tot een adaptatiestrategie voor vitale infrastructuur en kwetsbare objecten in Amsterdam en op nationaal niveau zal deze pilot bijdragen aan het beantwoorden van de vraag hoe, aanvullend op de sectorale benadering van de ministeries, een gebiedsgerichte aanpak kan bijdragen aan een betere bescherming van vitale functies tegen overstromingen. In het onderzoek is zowel aandacht voor de korte termijn, die met name is gericht op verbetering van de crisisbeheersing, als de lange termijn, waarin het accent ligt op ruimtelijke inrichting.


2.2. Relatie met aanpalende trajecten

De aanpak van nationale vitale en kwetsbare functies staat in relatie tot een aantal andere beleids- en onderzoekstrajecten. Deze worden hierna beschreven. 

Interdepartementale herijking vitale infrastructuur (‘Herijking Vitaal’)

De aanpak van de nationale vitale en kwetsbare functies vanuit het Deltaprogramma richt zich specifiek op overstromingsrisico’s. Een belangrijk deel van deze functies valt ook onder de herijking van het structurele rijksbrede beleid voor de bescherming van vitale infrastructuur (‘Herijking Vitaal’), dat tot stand komt onder coördinatie van het ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ). De functies waarvoor Herijking Vitaal vaststelt dat deze tot de vitale infrastructuur behoren, worden aangemerkt als vitale functies, ook binnen het Deltaprogramma. De overige functies worden in het kader van het Deltaprogramma ‘kwetsbaar’ genoemd.

Herijking Vitaal kent een brede ‘all hazard’-benadering, waarin een overstroming een van de vele beschouwde dreigingen vormt. Tussen Herijking Vitaal en het Deltaprogramma bestaat wisselwerking: resultaten worden uitgewisseld, wederzijds overgenomen en benut. Voor de relevante vitale en kwetsbare functies neemt dit voortgangsrapport de binnen Herijking Vitaal verkregen inzichten in de kwetsbaarheden over, evenals de nodig geachte weerbaarheidverhogende afspraken. In de lijn van het Deltaprogramma krijgen deze afspraken een vervolg dat is toegespitst op overstromingen.

Binnen Herijking Vitaal is in het afgelopen jaar bepaald of, en zo ja, in welke mate een sector vitaal is. Op basis van enkele dreigingsscenario’s (afkomstig uit de Nationale Risico Beoordeling) is nagegaan welk effect het uitvallen van deze voorziening voor de maatschappij zou hebben. Daarbij ging het om het vaststellen van de mate van maatschappelijke ontwrichting: doden en gewonden, economische impact (schade) en sociaal-politieke impact (functioneren van de samenleving). Belangrijk element zijn de zogeheten cascade-effecten: de vervolgschade (en andere effecten) die uitval van een vitale functie kan hebben op andere maatschappelijke sectoren. Al deze criteria tezamen leiden tot een indeling in de categorie A Vitaal of B Vitaal. In hierna volgende tabel 3 zijn de gehanteerde grenswaarden weergegeven. De rapportage over Herijking Vitaal is in mei 2015 aan de Kamer gezonden.


De rapportage over Herijking Vitaal is in mei 2015 aan de Kamer gezonden.

Kamerbrief Nationale Veiligheid, 12 mei 2015, Kamerstuk 30 821, nr. 23.

Tabel 3

Criteria voor indeling in categorie A Vitaal of B Vitaal

In tabel 4 is te zien voor welke acht functies binnen Herijking Vitaal is vastgesteld dat zij van vitaal belang zijn. Met een categorisering is aangegeven in welke mate deze functies vitaal zijn (categorie A Vitaal of B Vitaal). Binnen Vitaal en Kwetsbaar wordt bovendien aandacht geschonken aan functies die binnen Herijking Vitaal niet als vitaal zijn aangemerkt, maar die wel kwetsbaar zijn bij overstroming. Dat zijn afvalwater, gezondheid, keren en beheren oppervlaktewater (gemalen), hoofdwegennet en infectieuze stoffen/ggo’s. Voor deze functies worden activiteiten ten behoeve van de waterrobuuste inrichting los van Herijking Vitaal tot stand gebracht.


Met een categorisering is aangegeven in welke mate deze functies vitaal zijn (categorie A Vitaal of B Vitaal).

Voor het openbaar netwerk van Telecom/ICT is de categorie nog niet bepaald. 

Tabel 4

Overzicht nationale vitale en kwetsbare functies

Nationale Adaptatie Strategie (NAS)
De Nationale Adaptatie Strategie (NAS) wordt vastgesteld in 2016. In de NAS wordt behalve naar overstromingen ook naar andere klimaat gerelateerde dreigingen gekeken. De NAS beschrijft zowel activiteiten van overheden, decentraal en Rijksbreed, als toezeggingen van bedrijven en maatschappelijke organisaties om actief met klimaatadaptatie aan de slag te gaan. Het gaat om activiteiten op het eigen grondgebied, maar ook om activiteiten van Nederland die een relatie hebben met effecten van klimaatverandering elders (bijv. partnerlanden, grensoverschrijdend, internationale klimaatonderhandelingen). Klimaatverandering heeft immers betrekking op heel veel sectoren en meerdere schaalniveaus en is grensoverschrijdend.

In de NAS worden de resultaten vastgelegd van een vijftal stappen. Deze stappen sluiten aan op de stappen ‘weten, willen, werken’ die ook in de deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie zijn gebruikt:

  1. de verwachte klimaatverandering en sociaal-economische ontwikkeling (weten);
  2. actualisatie van kwetsbaarheden, risico’s en kansen op basis van een eerste inventarisatie van het Planbureau voor de Leefomgeving (weten);
  3. bepalen en bijstellen van ambities en doelen, in Nederland en binnen EU (willen);
  4. uitwerking in concrete acties en maatregelen per thema/domein (werken);
  5. bepalen van de voortgang en de effecten van de acties en maatregelen (werken).

Mede op basis van een eerste inschatting van risico’s en kansen voor Nederland wil het kabinet stimuleren dat het traject op weg naar klimaatbestendig handelen en inrichten (o.a. via impactanalyses) met passende activiteiten ter hand wordt genomen, nationaal, regionaal en lokaal. Dit in aansluiting op afspraken die al zijn gemaakt, onder andere in de deltabeslissingen van 2014.

De voortgang van de aanpak van nationale vitale en kwetsbare functies zoals die er begin 2016 voor staat, wordt in de NAS opgenomen. 

Module Evacuatie bij Grootschalige Overstromingen (MEGO)
De Module Evacuatie bij grote Overstromingen is gericht op het versterken van de zelfredzaamheid van burgers en bedrijven. Na de lancering van de site en de app ‘Overstroom ik?’ in 2014 is de aanpak in 2015 gericht op twee sporen. Het eerste spoor betreft het verankeren en borgen van de behaalde resultaten om daarmee fundamenteel en structureel bij te dragen aan het versterken van het waterbewustzijn. In overleg met waterschappen en veiligheidsregio’s is geagendeerd dat het door MEGO gerealiseerde platform voor professionals uitgebreid wordt met buitendijkse gebieden en regionale keringen. Het tweede spoor betreft een advies van MEGO aan de minister van Infrastructuur en Milieu over de mogelijkheden en onmogelijkheden van de hoofdinfrastructuur in beheer van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. In 2015 zal gestart worden met het uitwerken en analyseren van de kosten en baten van mogelijke maatregelen (weten) voor, tijdens en na een overstroming. Dit is de basis voor de keuze van een ambitieniveau (willen) dat in het advies aan de Minister van Infrastructuur en Milieu staat uitgewerkt. Het advies bekijkt de welke delen van het hoofdwegennet vitaal en kwetsbaar zijn. Het advies komt tot stand in samenwerking met de waterschappen, veiligheidsregio’s en het ministerie van Veiligheid en Justitie.


Voorbeeld onderzoek ketenafhankelijkheid / onderzoek internationale vergelijking

Twee kennisleemten binnen de aanpak van nationale vitale en kwetsbare functies worden komende periode door het ministerie van Infrastructuur en Milieu opgepakt, in samenwerking met de Wageningen University & Research Centre en de Hogeschool Zeeland. Het gaat dan om de vraag naar een overzicht van de bestaande kennis omtrent de ketenafhankelijkheden van vitale en kwetsbare functies daar waar het gaat om overstromingsrisico’s en de vraag in hoeverre we ten behoeve van de aanpak van nationale vitale en kwetsbare functies kunnen leren van ervaringen in het buitenland. Beide onderzoeken starten en zullen worden afgerond in 2015. De resultaten zullen in de volgende rapportage worden besproken.


2.3. Voortgang per nationale vitale en kwetsbare functie

De stand van zaken per nationale vitale en kwetsbare functie is hierna kort samengevat. Een uitgebreidere beschrijving per sector volgt in hoofdstuk 3.

Voor een groot aantal van deze functies is het afgelopen jaar in het kader van Herijking Vitaal vastgesteld dat de functie een vitaal nationaal belang is. Vervolgacties vinden deels in het kader van Herijking Vitaal plaats. Voor de andere functies voeren de verantwoordelijke ministeries zelf onderzoek uit om de kwetsbaarheid voor overstromingen vast te stellen als basis voor mogelijke vervolgacties. 

1a Energie: elektriciteit
In het kader van Herijking Vitaal is vastgesteld dat een ongestoorde landelijke voorziening van elektriciteit een vitaal nationaal belang is: het landelijk transportnetwerk voor elektriciteit valt in de zwaarste categorie A Vitaal. De beheerders van de infrastructuur van elektriciteit hebben de wettelijke taak hun netwerken te beschermen tegen invloeden van buitenaf (met inbegrip van eventuele overstromingen) die de continuïteit van levering in gevaar kunnen brengen. Deze wettelijke taak wordt voortvarend uitgevoerd, in goed overleg met het verantwoordelijke ministerie van Economische Zaken. Het risicobewustzijn van de sector op het gebied van overstromingsrisico’s is groot en het juridische kader is op orde. Het ministerie van Economische Zaken stelt verder vast dat de elektriciteitsvoorziening, na uitvoering van de geplande werkzaamheden in het kader van de wettelijke zorgplicht van de netbeheerders, voldoende bedrijfszeker is om bij een overstroming vitale en kwetsbare functies overal in stand te houden en uitval buiten het overstroomde gebied te vermijden. Aanvullend beleid wordt niet nodig geacht. De voortgang van de afspraken met de sector zullen wel volgend jaar gerapporteerd worden in het Deltaprogramma.

1.b Energie: gas
In het kader van Herijking Vitaal is vastgesteld dat een ongestoorde landelijke voorziening van gas een vitaal nationaal belang is: het landelijk transportnetwerk voor gas en de landelijke gasproductie vallen in de zwaarste categorie A Vitaal. De beheerders van de infrastructuur van gas hebben de wettelijke taak hun netwerken te beschermen tegen invloeden van buitenaf (met inbegrip van eventuele overstromingen) die de continuïteit van levering in gevaar kunnen brengen. Deze wettelijke taak wordt voortvarend uitgevoerd, in goed overleg met het verantwoordelijke ministerie van Economische Zaken. Het risicobewustzijn van de sector op het gebied van overstromingsrisico’s is groot en het juridische kader is op orde. De komende tijd zal bijzondere aandacht worden geschonken aan de waterrobuustheid van de gasproductie en aan de kwetsbaarheid van voorzieningen op regionaal niveau (distributie).

1c Energie: olie
In het kader van Herijking Vitaal is vastgesteld dat een ongestoorde landelijke voorziening van olie een vitaal nationaal belang is: het landelijke logistieke systeem (distributie- en retailnetwerk voor olie) en de raffinagesector vallen in de zwaarste categorie A Vitaal. De beheerders van de infrastructuur van olie hebben diverse wettelijke verplichtingen en taken om ervoor te zorgen dat hun activiteiten veilig worden uitgevoerd binnen de kaders van de wet, zoals ten aanzien van het externe veiligheidsbeleid. Deze wettelijke taken worden voortvarend uitgevoerd, in goed overleg met het verantwoordelijke ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het risicobewustzijn van de sector is groot.

De komende tijd zal het ministerie van Economische Zaken samen met de sector bijzondere aandacht schenken aan de bescherming tegen bedreigingen van buitenaf (met inbegrip van eventuele overstromingen) die de continuïteit van levering in gevaar kunnen brengen. Ook zal het ministerie het juridische kader op orde brengen om onder andere de waterrobuustheid van de oliesectorlocaties op het gewenste niveau te brengen en de kwetsbaarheid van voorzieningen op regionaal niveau (distributie en retail) tegen invloeden van buitenaf te verminderen.

2a Telecom/ICT: Basisvoorziening voor communicatie ten behoeve van respons
In het kader van Herijking Vitaal is vastgesteld dat de communicatie tussen hulpdiensten en burgers (112) en tussen hulpdiensten onderling (C2000) een vitaal nationaal belang zijn. Voor deze communicatiemiddelen is in kaart gebracht of en welke maatregelen nodig zijn om deze middelen weerbaar te maken tegen ‘all hazard’-dreigingen. Bij het opstellen van de zogeheten ‘roadmaps’ binnen Herijking Vitaal wordt beoordeeld of de roadmaps in hun huidige vorm ook bruikbaar zijn voor de aanpak van nationale vitale en kwetsbare functies met betrekking tot overstromingsrisico’s, of dat er aanvullende maatregelen nodig zijn om deze communicatiemiddelen meer waterrobuust te maken.

2b Telecom/ICT: publiek netwerk
In het kader van Herijking Vitaal wordt onderzocht welke delen van de sector openbare telecommunicatie/ICT per 2015 tot de vitale infrastructuur gerekend moeten worden. In aansluiting op de resultaten hiervan wordt in het vervolg hierop bezien of aanvullende maatregelen nodig zijn om een zo hoog mogelijke continuïteit van de vitale infrastructuur te bereiken. 

3a Waterketen: drinkwater
In het kader van Herijking Vitaal is vastgesteld dat de drinkwatervoorziening een vitaal nationaal belang is. In aansluiting hierop wordt een projectplan opgesteld en een stresstest uitgevoerd naar de huidige overstromingsgevoeligheid (risico’s en impact) van de drinkwatervoorziening. Aan de hand daarvan worden kansrijke maatregelen (opties) in beeld gebracht.

3b Waterketen: afvalwater
Samen met de partners in de afvalwaterketen wordt inventariserend onderzoek uitgevoerd naar de huidige overstromingsgevoeligheid (risico’s en impact). Aan de hand daarvan worden kansrijke maatregelen (opties) in beeld gebracht.

4 Gezondheid
Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voert in samenwerking met de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) een inventariserend onderzoek uit naar de specifieke kwetsbaarheid van ziekenhuizen voor overstromingen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek bepaalt het ministerie met de IGZ en de zorginstellingen zijn ambitie en aanpak, inclusief een mogelijke aanpassing van beleid en toezicht.

5 Keren en beheren oppervlaktewater
Het ministerie van Infrastructuur en Milieu onderzoekt samen met de waterschappen en met Rijkswaterstaat in welke mate de gemalen bij een overstroming kunnen blijven functioneren en hoe lang het duurt voor overstroomde gebieden weer drooggelegd kunnen worden en of, en zo ja welke, maatregelen mogelijk en gewenst zijn.

6 Transport: hoofdwegennet
Na analyses van de beschikbaarheid en kwetsbaarheid van het Hoofdwegennet tijdens en na overstromingen is in 2015 een start gemaakt met de analyse van nut en noodzaak van de gewenste beschikbaarheid van het wegennet voor tijdens en na de overstroming. Nagegaan wordt welk type afwegingskader bij kan dragen aan de prioritering van eventueel te nemen maatregelen. Verder wordt de toepassingsmogelijkheid van een ‘kader klimaat’ voor individuele infrastructuurprojecten getest, zodat klimaateffecten en klimaatverandering zo vroeg en zo goed mogelijk in de planvorming mee kunnen worden genomen.

7a Chemisch en Nucleair: Chemie
In het kader van Herijking Vitaal is vastgesteld dat de chemische industrie een vitaal nationaal belang is. In aansluiting hierop is de inspanning gericht op het verkrijgen van inzicht in de aard en de ernst van de gevolgen van een overstroming voor de chemische sector en de mogelijke maatregelen om die gevolgen te beperken.

7b Chemisch en Nucleair: Nucleair
In het kader van Herijking Vitaal is vastgesteld dat de nucleaire industrie een vitaal nationaal belang is. De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) bevordert via beleidsvorming, vergunningverlening en toezicht dat nucleaire installaties in Nederland nu en in de toekomst aan de gestelde veiligheidsvereisten voor overstromingsbescherming voldoen. Hiermee voldoet deze functie aan de doelstelling van een waterrobuuste inrichting. Het is om die reden niet langer nodig jaarlijks in het kader van het Deltaprogramma te rapporteren over de voortgang. 

7c Chemisch en Nucleair: Infectieuze stoffen en ggo’s
De ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Infrastructuur en Milieu hebben in samenwerking met het RIVM een beoordeling uitgevoerd van het risico van overstromingen voor laboratoria die werken met hoogpathogene stoffen. In aansluiting hierop bepalen zij of aanvullende beveiligingsmaatregelen nodig zijn.

  1. Instructie gebruik Deltaprogramma 2016
  2. Deltaprogramma in kaart
  3. Inleidende samenvatting
    1. En nu begint het pas echt
  4. Uitwerking en implementatie deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    1. Verankering deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    2. Implementatie van de deltabeslissingen
      1. Deltabeslissing Waterveiligheid
      2. Deltabeslissing Zoetwater
      3. Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie
      4. Deltabeslissing IJsselmeergebied
      5. Deltabeslissing Rijn-Maasdelta
      6. Beslissing Zand
    3. Voorkeursstrategieën
      1. Voorkeursstrategie IJsselmeergebied
      2. Voorkeursstrategie Rivieren
      3. Voorkeursstrategie Rijnmond-Drechtsteden
      4. Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta
      5. Voorkeursstrategie Kust
      6. Voorkeursstrategie Waddengebied
      7. Hoge Zandgronden
  5. Deltaplan Waterveiligheid
    1. Inleiding
    2. Voortgang onderzoeken Deltaprogramma 2015
    3. Hoogwaterbeschermingsprogramma
    4. Verkenningen
    5. Planuitwerkingen
    6. Realisatie
    7. Beheer, onderhoud en vervanging
  1. Deltaplan Zoetwater
    1. Programmering en voortgang onderzoeken en maatregelen (2016-2021)
    2. Vooruitblik op toekomstige programmering (>2021)
    3. Voortgang andere relevante lopende projecten
  2. Het Deltafonds: financieel fundament onder het Deltaprogramma
    1. Inleiding
    2. De stand van het Deltafonds
    3. Middelen van andere partners
    4. De financiële opgaven van het Deltaprogramma
  3. Organisatie en aanpak van het Deltaprogramma
    1. Werkwijze Deltaprogramma en vervolgorganisatie
    2. Kennis, markt en innovatie
    3. Internationale samenwerking
    4. De systematiek 'meten, weten, handelen'
  4. Bijlagen
    1. Bijlage 1 - Werkwijze voor de Zoetwaterprogrammering
    2. Bijlage 2 - Geactualiseerde kennis- en onderzoeksagenda Zoetwater
    3. Bijlage 3 - Voortgang afspraken vitale en kwetsbare functies
      1. Bijlage 3.1 - Aanpak nationale vitale en kwetsbare functies
      2. Bijlage 3.2 - Voortgang in het eerste verslagjaar - samenvatting
      3. Bijlage 3.3 - Voortgang per functie
    4. Achtergronddocumenten en downloads
    5. Colofon