3.3

Hoogwaterbeschermingsprogramma

Inleiding

Het Hoogwaterbeschermingsprogramma is de komende decennia veruit het belangrijkste uitvoeringsprogramma van het Deltaprogramma op het gebied van waterveiligheid. Het Hoogwaterbeschermingsprogramma is een langdurige alliantie tussen de waterschappen en het Rijk (Rijkswaterstaat). Een voortvarende uitvoering van het Hoogwaterbeschermingsprogramma is essentieel voor het veilig kunnen blijven wonen en werken in onze laaggelegen delta.

Met de jaarlijkse rapportage van het Deltaprogramma worden de Tweede Kamer en andere partijen geïnformeerd over de programmering en de voortgang van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Daarnaast publiceert de Programmadirectie Hoogwaterbescherming op gezette tijden uitgebreidere informatie over de programmering en de voortgang van het Hoogwaterbeschermingsprogramma, onder andere in het jaarlijkse projectenboek.


het jaarlijkse projectenboek

Deze en meer informatie is te vinden op www.hoogwaterbeschermings-programma.nl.

Het Hoogwaterbeschermingsprogramma is een voortrollend programma. In DP2014 is de eerste programmering van het Hoogwaterbeschermingsprogramma aan de Tweede Kamer gepresenteerd: het programma 2014-2019. In DP2015 volgde de programmering voor de periode 2015-2020. En in DP2016 staat de programmering voor de nu volgende zes jaar – 2016-2021 – centraal, met waar van toepassing een doorkijk naar de programmering in de jaren daarna.


het programma 2014-2019

Paragraaf 2.3 in DP2014.


In DP2015 volgde de programmering voor de periode 2015-2020.

Paragraaf 4.2 in DP2015.

In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de achtergronden van het Hoogwaterbeschermingsprogramma, de opgaven, de voortgang, de samenhang met de voorkeursstrategieën, de nieuwe programmering 2016-2021, een vooruitblik en een tabel met een overzicht van de planning per project. In kaart 2 is de locatie van alle projecten ingetekend.

Achtergronden

De basis voor de organisatie, de werkwijze en de financiering van het Hoogwaterbeschermingsprogramma is gelegd in het Bestuursakkoord Water, dat het Rijk, de provincies, gemeenten en de waterschappen in 2011 sloten. Ten opzichte van eerdere hoogwaterbeschermingsprogramma’s kent het programma een andere opzet, gebruikmakend van de geleerde lessen uit eerder uitvoeringsprogramma’s van HWBP-2 en Ruimte voor de Rivier. Kenmerkend voor de nieuwe opzet zijn de nauwe samenwerking tussen de waterschappen en Rijkswaterstaat, een nieuw governancemodel, een gezamenlijke financiering en een voortrollende programmering. Ook wordt in lijn met het MIRT-spelregelkader meer tijd genomen voor de voorbereiding van de programmering en de projecten. Onderscheidend zijn verder de toepassing van de nieuwe veiligheidsbenadering, en de nadrukkelijke stimulering van kennis en innovatie en het actief zoeken naar brede oplossingen en meekoppelkansen.

Gezamenlijke financiering
Vanaf 2014 betalen de waterschappen en het Rijk de hoogwaterbeschermingsmaatregelen aan de primaire keringen in beheer bij de waterschappen gezamenlijk volgens een 50/50-verhouding (zie figuur 1). Beide dragen € 181 miljoen per jaar bij. De financiële bijdrage van de waterschappen is onderverdeeld in een solidariteitsdeel van 40% en een projectgebonden aandeel van 10%. Deze financiële afspraak is wettelijk verankerd in de Waterwet. Daarnaast worden eventueel vrijvallende middelen uit het HWBP-2 voor een groot deel toegevoegd aan het Hoogwaterbeschermingsprogrammma. De keringen in beheer van Rijkswaterstaat worden overigens voor 100% door het Rijk betaald.

Figuur 1

Financiering waterschapskeringen in het Hoogwaterbeschermingsprogrammma

De financiële middelen voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma zijn bedoeld om de primaire waterkeringen weer aan de wettelijke veiligheidsnorm te laten voldoen. Hierbij wordt ontworpen op de laagste kosten gedurende de hele levensduur (LCC-benadering). Dat betekent dat soms niet alleen de aanlegkosten voor dijkversterking, maar ook de kosten voor beheer en onderhoud financierbaar zijn vanuit de middelen voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Een andere mogelijkheid is dat als besparingen op dijkversterkingen kunnen worden gerealiseerd door toepassing van rivierverruimingsmaatregelen of ‘slimme combinaties’, deze kunnen worden aangewend voor dergelijke maatregelen. Meerkosten kunnen echter niet uit de middelen voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma worden betaald, maar zullen uit andere (sub)artikelen van het Deltafonds en/of door andere partners in het Deltaprogramma moeten worden gedragen, bijvoorbeeld via cofinanciering (zie paragraaf 5.3, Middelen van andere partners). 

Voortrollend programma
Het voortrollende karakter van het Hoogwaterbeschermingsprogrammma houdt in dat het programma geen vooraf bepaald einde kent, maar dat het jaarlijks wordt geactualiseerd en dat er steeds een jaar aan de programmering wordt toegevoegd (zie figuur 2). Daarmee ontstaat ieder jaar, conform de voorschriften uit de met de Deltawet gewijzigde Waterwet, een programmering voor de eerstvolgende zes jaar in detail en voor de daaropvolgende twaalf jaar indicatief. Met deze werkwijze is het mogelijk ieder jaar de nieuwste inzichten en onderzoeks- of toetsresultaten te verwerken, waarmee de doelmatigheid en flexibiliteit van het programma worden vergroot. Voor de uitvoering is een zekere mate van stabiliteit natuurlijk gewenst. Daarom wordt de programmering voor de eerste twee jaar vastgezet. Dat betekent dat voor de in DP2016 gepresenteerde programmering 2016-2021 de programmering voor de jaren 2016 en 2017 zeker is en ongewijzigd blijft.

Figuur 2

Het voortrollende karakter van het Hoogwaterbeschermingsprogramma

Een van de vernieuwingen van het Hoogwaterbeschermingsprogramma is de projectoverstijgende verkenning (POV). In deze verkenningen is een projectoverstijgend probleem of projectoverstijgende uitdaging aan de orde. Deze aanpak zal tot doelmatiger oplossingen leiden en biedt extra mogelijkheden voor innovatie. De POV’s zijn gekoppeld aan één of meer urgente projecten in de prioriteringslijst. Inmiddels zijn er vijf POV’s geprogrammeerd: Piping, Waddenzeedijken, Centraal Holland, Macrostabiliteit en Voorlanden.

De opgave

De formele opgave voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma is het op orde krijgen van de primaire waterkeringen die bij de (Verlengde) Derde Toetsing (2011) zijn afgekeurd. Maar de opdracht reikt verder dan dat. Met de komst van nieuwe normen is er enerzijds de opgave om dijkversterkingen op basis daarvan vorm te geven. Anderzijds is er de opgave om te anticiperen op de Vierde Toetsing van alle primaire waterkeringen, die in 2017 van start gaat en waarbij de nieuwe normen voor het eerst als uitgangspunt zullen dienen. Deze toetsing zal leiden tot nieuwe instroom van projecten in het Hoogwaterbeschermingsprogramma en zal gevolgen hebben voor de prioritering en programmering van projecten. Daarnaast is er de opgave om conform de werkwijze van het Deltaprogramma integraal te werken en zo de samenhang tussen de korte en lange termijn en tussen de verschillende investeringsagenda's recht te doen en meekoppelkansen te verzilveren.

Tot 2017 wordt de opgave van het Hoogwaterbeschermingsprogramma dus nog bepaald door de (Verlengde) Derde Toetsing. Concreet betekent dit dat het Hoogwaterbeschermingsprogramma per 2015 een veiligheidsopgave heeft van 748 kilometer aan primaire waterkeringen en 275 kunstwerken, verdeeld over 186 projecten. De totale kosten van deze opgave zijn nu geraamd op € 5,3 miljard met een bandbreedte van plus of min 33%. Het tot en met 2028 beschikbare budget bedraagt € 4,25 miljard. De programmaraming wordt periodiek geactualiseerd. De financieringsafspraak tussen waterschappen en het Rijk is overigens in de Waterwet vastgelegd zonder een einddatum. Een tekort aan middelen voor de totale opgave kan dus in principe niet ontstaan. Wel kan het uitvoeringstempo en daarmee de vraag of de financiële reeks afdoende is gaan opspelen. Zeker gelet op de Vierde Toetsing (LRT4) die aanstaande is, kan dit een reëel gesprekspunt worden. Daarom is afgesproken dat op basis van de uitkomsten van de Landelijke Rapportage Vierde Toetsing (landelijk beeld gereed in 2023) bekeken wordt of aanvullende financieringsafspraken nodig zijn (zie paragraaf 5.4, De financiële opgaven van het Deltaprogramma). Figuur 3 brengt de opgaven kernachtig in beeld.

Figuur 3

Omvang opgaven en programma

Voortgang

Eind eerste kwartaal 2015 was de stand van zaken als volgt:

  • Van de geprogrammeerde projecten die in 2014 zijn gestart bevonden zich vier projecten in de verkenningsfase en één in de planuitwerkingsfase. De drie in 2014 gestarte projectoverstijgende verkenningen (POV's) – Centraal Holland, Piping en Waddenzee – verlopen volgens planning. Van de in 2014 gestarte projecten op basis van voorfinanciering bevonden zich drie projecten in de verkenningsfase en zes in de realisatiefase.
  • Van de geprogrammeerde projecten die in 2015 zijn gestart bevonden zich elf projecten in de verkenningsfase en drie in de realisatiefase. De vierde POV – een verkenning naar het faalmechanisme macrostabiliteit – is opgestart. Van de in 2015 gestarte projecten op basis van voorfinanciering bevonden zich zeven projecten in de verkenningsfase, twee in de planuitwerkingsfase en negen in de realisatiefase. 

Het Projectenboek 2016, dat in het najaar van 2015 uitkomt, biedt meer informatie over de voortgang.


Eerste resultaten Hoogwaterbeschermingsprogramma

In april 2015 is het eerste project uit het Hoogwaterbeschermingsprogramma opgeleverd: het Waterfront in Dalfsen. Dit project is een voorbeeld van meekoppelen tussen de waterveiligheidsopgave en een gebiedsontwikkeling, in dit geval woningbouwontwikkeling en recreatie aan de oevers van de Vecht. Het Waterschap Groot Salland heeft de kosten van de dijkversterking voorgefinancierd om het werk op die manier samen te kunnen laten lopen met de plannen van gemeente, ontwikkelaar en provincie. Een mooie opmaat voor decennia werk aan de delta in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Een ander goed voorbeeld van meekoppelen is het project Alexanderhaven in Roermond. Hier loopt een deel van de dijkversterking samen met gebiedsontwikkeling door de gemeente en een projectontwikkelaar. Een deel van de versterking wordt vervroegd uitgevoerd, zodat de werkzaamheden gelijktijdig met de ontwikkeling op het land plaatsvinden. De projectontwikkelaar financiert een deel van de opgave en voert deze uit.



De Dijkwerkers

De Dijkwerkers is een platform voor uitwisseling van gekwalificeerde mensen van de waterschappen en Rijkwaterstaat voor de projecten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Het platform faciliteert sinds 1 januari 2015 de matching tussen vraag en aanbod van kennis en menskracht. Op deze manier wordt een stevige, toekomstgerichte community opgebouwd, gericht op professionalisering en kennisborging. Dit versterkt zowel de kwantitatieve als kwalitatieve inzet van menskracht in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. 

Door naast kennis ook menskracht te delen ontstaat winst voor de medewerker, voor zijn of haar organisatie en vooral voor de doelstelling veilig wonen en werken in Nederland. Zo wordt ook op het vlak van personele inzet invulling gegeven aan de alliantie waarin Rijkswaterstaat en de waterschappen samenwerken in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Het platform ondersteunt bovendien overdracht van kennis van oude naar jonge medewerkers en draagt zo bij aan kennisopbouw en -behoud bij de keringbeheerders.


Samenhang met de voorkeursstrategieën

De nauwe verbinding tussen de voorkeursstrategieën en het Hoogwaterbeschermingsprogramma is beschreven in paragraaf 2.3. Om de samenhang te borgen is het voorlopig programmavoorstel 2016-2021 niet alleen besproken door de waterschapsbesturen, maar ook in alle gebiedsoverleggen van het Deltaprogramma (zie paragraaf 6.1, Meekoppelkansen met dijkversterkingen).

Kaart 2

Hoogwaterbeschermingsprogramma 2016-2021

Prioritering en programmering 2016-2021

De uitgangspunten voor de programmering 2016-2021 zijn grotendeels hetzelfde als vorige jaren. Het belangrijkste uitgangspunt is dat wordt geprioriteerd en geprogrammeerd op basis van urgentie. Nieuw is het principe van de vervroegde verkenning. Dit principe betekent dat waterschappen vanaf twee jaar voordat de verkenning van een project formeel begint (T-2), werken aan een vliegende start. Dit doen waterschappen door te borgen dat ze gesteld staan voor de opdracht, zowel organisatorisch, financieel als inhoudelijk, door bijvoorbeeld het uitvoeren van een nadere veiligheidsanalyse met onder andere grondonderzoek. Uitkomst van de vervroegde verkenning kan overigens ook zijn dat, als blijkt dat de opgave minder urgent blijkt of zelfs verdampt, het project voor kortere of langere tijd wordt uitgesteld. 

Een andere belangrijke ontwikkeling ten opzichte van vorig jaar is dat ook de RWS-projecten zijn geprogrammeerd. Verder is de aanpak van de afgekeurde kunstwerken ter hand genomen en zijn de projecten uit de zogenoemde Maasovereenkomst geprogrammeerd. Ten slotte is er een projectoverstijgende verkenning (POV) bijgekomen: de POV Voorlanden.

Tabel 4 geeft een overzicht van de planning van de projecten die zijn opgenomen in de programmering 2016-2021 van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Kaart 2 brengt deze projecten in beeld (projecten zijn aangeduid met een cirkel, projectoverstijgende verkenningen met een lijn). Figuur 3 brengt de omvang van het programma in beeld. En achtergronddocument A geeft een nadere toelichting op alle geprogrammeerde projecten.

Tabel 4

Programmering maatregelen Hoogwaterbeschermingsprogramma

Anticiperen op nieuwe normering

Vanaf 2017 zijn naar verwachting de nieuwe normen voor de waterkeringen wettelijk van kracht en worden de keringen getoetst aan de hand van deze nieuwe normen. Daaruit vloeit een flinke opgave voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma voort. Behalve voor de toetsing, de opgave en het ontwerp van de versterkingsmaatregelen heeft de nieuwe normering ook consequenties voor de prioritering van de projecten in het programma.

De huidige opgave van het Hoogwaterbeschermingsprogramma vloeit voort uit de Derde Toetsing (2011) en de verlengde Derde Toets (2013) en is onderverdeeld in 186 projecten. Prioritering met inachtneming van de nieuwe normering zal leiden tot een verschuiving van enkele tientallen projecten in de urgentielijst. Dat blijkt uit een gevoeligheidsanalyse die is uitgevoerd. Een groot deel van de projecten die dalen in urgentieranking is echter al gestart met verkenning of zelfs uitvoering. De uitvoering daarvan gaat door. Er wordt geanticipeerd doordat ontworpen wordt volgens de nieuwe norm.

Het vraagstuk waarvoor het Hoogwaterbeschermingsprogramma staat, is hoe het programma optimaal anticipeert op de nieuwe normering. Enerzijds moet sprake zijn van voldoende stabiliteit in de programmering met het oog op de uitvoering, anderzijds moet er voldoende ruimte zijn om nieuwe inzichten en nieuwe urgente dijktrajecten in de programmering op te nemen.

Besluitvorming over hoe te anticiperen op de nieuwe normering in de programmering volgt eind 2015. Hierna volgende zaken zijn al wel duidelijk:

  1. Een spoedige overstap naar een prioritering van projecten op basis van de nieuwe normering is gewenst, indien mogelijk vanaf het programma 2017-2022, waarover gerapporteerd wordt in DP2017.
  2. De besluitvorming heeft geen gevolgen voor het huidige programmavoorstel 2016-2021 en de projecten waarvan de start staat gepland of die starten in 2016 of 2017.
  3. Naar aanleiding van de Vierde Toetsing (start in 2017) zal er nieuw areaal in het Hoogwaterbeschermingsprogramma instromen, waarschijnlijk vanaf het programma 2019-2024. Door nieuwe instroom treedt naar verwachting een verschuiving in de prioritering op.
  1. Instructie gebruik Deltaprogramma 2016
  2. Deltaprogramma in kaart
  3. Inleidende samenvatting
    1. En nu begint het pas echt
  4. Uitwerking en implementatie deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    1. Verankering deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    2. Implementatie van de deltabeslissingen
      1. Deltabeslissing Waterveiligheid
      2. Deltabeslissing Zoetwater
      3. Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie
      4. Deltabeslissing IJsselmeergebied
      5. Deltabeslissing Rijn-Maasdelta
      6. Beslissing Zand
    3. Voorkeursstrategieën
      1. Voorkeursstrategie IJsselmeergebied
      2. Voorkeursstrategie Rivieren
      3. Voorkeursstrategie Rijnmond-Drechtsteden
      4. Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta
      5. Voorkeursstrategie Kust
      6. Voorkeursstrategie Waddengebied
      7. Hoge Zandgronden
  5. Deltaplan Waterveiligheid
    1. Inleiding
    2. Voortgang onderzoeken Deltaprogramma 2015
    3. Hoogwaterbeschermingsprogramma
    4. Verkenningen
    5. Planuitwerkingen
    6. Realisatie
    7. Beheer, onderhoud en vervanging
  1. Deltaplan Zoetwater
    1. Programmering en voortgang onderzoeken en maatregelen (2016-2021)
    2. Vooruitblik op toekomstige programmering (>2021)
    3. Voortgang andere relevante lopende projecten
  2. Het Deltafonds: financieel fundament onder het Deltaprogramma
    1. Inleiding
    2. De stand van het Deltafonds
    3. Middelen van andere partners
    4. De financiële opgaven van het Deltaprogramma
  3. Organisatie en aanpak van het Deltaprogramma
    1. Werkwijze Deltaprogramma en vervolgorganisatie
    2. Kennis, markt en innovatie
    3. Internationale samenwerking
    4. De systematiek 'meten, weten, handelen'
  4. Bijlagen
    1. Bijlage 1 - Werkwijze voor de Zoetwaterprogrammering
    2. Bijlage 2 - Geactualiseerde kennis- en onderzoeksagenda Zoetwater
    3. Bijlage 3 - Voortgang afspraken vitale en kwetsbare functies
      1. Bijlage 3.1 - Aanpak nationale vitale en kwetsbare functies
      2. Bijlage 3.2 - Voortgang in het eerste verslagjaar - samenvatting
      3. Bijlage 3.3 - Voortgang per functie
    4. Achtergronddocumenten en downloads
    5. Colofon