Het Deltaplan Zoetwater omvat alle geprogrammeerde en geagendeerde maatregelen, onderzoeken en kennisvragen die betrekking hebben op een duurzame zoetwatervoorziening en die geheel of gedeeltelijk bekostigd worden uit het Deltafonds. In dit hoofdstuk staan ook maatregelen voor het regionale watersysteem zonder bijdrage uit het Deltafonds, die behoren tot het investeringsprogramma Zoetwater 2015-2021. De investeringen zijn vooral gericht op de aanpak van huidige knelpunten en het benutten van kansen. Deze maatregelen maken het systeem flexibeler en robuuster voor extremen, zonder daarmee langetermijnambities te blokkeren. Daarnaast worden innovaties en veranderingen gericht op zuinig en effectief omgaan met water gestimuleerd. In gebieden zonder aanvoer uit het hoofdwatersysteem wordt ingezet op water vasthouden in plaats van water afvoeren. In gebieden met wateraanvoer wordt de aanvoer veiliggesteld en verzilting bestreden.

 
4.1

Programmering en voortgang onderzoeken en maatregelen (2016-2021)

In het Investeringsprogramma Zoetwater 2015-2021, zoals opgenomen in DP2015, staan de geprogrammeerde maatregelen waarmee de deltabeslissing en voorkeursstrategieën voor zoetwater worden uitgewerkt. Het investeringsprogramma is samengesteld op basis van een landelijke investeringsagenda, regionale uitvoeringsprogramma’s van de zoetwaterregio’s en een aantal uitvoeringsprogramma’s van de gebruiksfuncties. Tabel 11 geeft het overzicht van de programmering weer.

De geprogrammeerde maatregelen hebben betrekking op de eerste tranche (2015-2021). De rijksbijdrage is geprogrammeerd in de Deltafondsbegroting 2016. De voortgang van deze maatregelen wordt hieronder per gebied kort toegelicht. DP2015 bevat een globaal eerste beeld van de maatregelen voor de tweede tranche (periode 2022-2028). Dit beeld is niet gewijzigd.

Voor de uitvoering van de maatregelen uit het Investeringsprogramma Zoetwater heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu in de Deltafondsbegroting 2015 € 150 miljoen euro van de beschikbare programmaruimte gereserveerd (zie paragraaf 5.2, De stand van het Deltafonds). In de Deltafondsbegroting is daarnaast voor onderzoeken, pilots en benodigde instrumentatie € 11,6 miljoen beschikbaar in de periode 2015-2020, waarvan vanaf 2016 nog € 9,3 miljoen.

Tabel 11

Programmering maatregelen Deltaplan Zoetwater

IJsselmeergebied

Om tot een structureel beschikbare zoetwatervoorraad van een waterschijf van 20 cm te komen is een Nieuw Peilbesluit IJsselmeergebied nodig en moet het flexibel beheer geoperationaliseerd worden.

Nieuw Peilbesluit IJsselmeergebied
Rijkswaterstaat stelt een nieuw peilbesluit op. Dit peilbesluit wordt in 2017 vastgesteld, waardoor flexibel peilbeheer juridisch wordt vastgelegd. Rijkswaterstaat onderzoekt de benodigde mitigerende en compenserende maatregelen en levert een voorstel tot realisatiebesluit op. In 2015 wordt een Notitie Reikwijdte en Detailniveau opgesteld en start de voorbereiding van een milieueffectrapportage (m.e.r.). Bestuurlijke afstemming met regionale overheden loopt via het Bestuurlijk Platform IJsselmeergebied.

Operationalisering flexibel peilbeheer
Rijkswaterstaat geeft in samenwerking met de waterschappen vorm aan de operationele uitwerking van het flexibel peilbeheer binnen de kaders van het nieuwe peilbesluit. Een Projectplan Operationaliseren Flexibel Peilbeheer is opgesteld met een globale planning tot en met 2017, inclusief doelen en mijlpalen. Aan de hand van de principes van ‘slim watermanagement’ wordt het flexibel peilbeheer van het hoofdwatersysteem en de omliggende regionale watersystemen zo veel mogelijk in samenhang geoptimaliseerd. 

Project Maatregelen Friese IJsselmeerkust
Om toekomstige flexibilisering in het waterpeil op te vangen verkent Provincie Fryslân de mitigerende maatregelen voor robuuste natuurlijke oevers langs het IJsselmeer. De verkenning zal in samenhang met het MIRT-project Gebiedsagenda Noord-Nederland 2040 worden uitgevoerd en de resultaten van de m.e.r. voor het nieuwe peilbesluit zijn leidend. De verkenning start naar verwachting in het najaar van 2016. Voor deze maatregelen langs de Friese IJsselmeerkust is € 12 miljoen gereserveerd in het Deltafonds. Het project houdt rekening met het ontwerp-peilbesluit.

Robuuste natuurlijke oevers IJsselmeergebied (vooroevers 1e fase)
Flexibel peilbeheer vereist maatregelen om oevers geschikt te maken voor peilwisselingen en natuurschade te mitigeren. In 2015 wordt een technische studie uitgevoerd vanuit de doelstelling robuuste natuurlijke oevers in het IJsselmeergebied naar meekoppelkansen met dijkversterkingsprojecten. Ook juridische vragen worden nader verkend, zoals de mogelijkheden tot natuurcompensatie vooraf. Tevens wordt juridisch de mogelijkheid onderzocht dat in het geval dat deze extra natuur door een eventueel nieuw peilbesluit in de toekomst mogelijk toch (deels) verdwijnt, deze niet gecompenseerd hoeft te worden. Bij huidige dijkversterkingsprojecten wordt rekening gehouden met een mogelijk toekomstige peilwijziging (2050), zodat natuur die nu ontstaat niet aangetast of vernietigd wordt als gevolg van de peilwijziging. Het definitieve rapport wordt december 2015 opgeleverd. De middelen van het project komen beschikbaar op basis van concrete projectvoorstellen van partijen, zoals keringbeheerders (bijvoorbeeld meekoppelen met dijkversterkingsprojecten).

Programma Hogere Gronden, Regio Noord
In 2014 hebben de provincies Groningen, Drenthe en Fryslân en de inliggende waterschappen het Projectprogramma Hogere Gronden Regio Noord opgesteld. Het doel van dit programma is om de watervraag te beperken en water te conserveren. Maatregelen betreffen beekherstel, flexibel peilbeheer gericht op conservering, beregening uit grondwater en enkele onderzoeken. De meeste projecten kennen ook een duidelijke link met de Kaderrichtlijn Water en/of het natuurbeleid. De volgende projecten zijn in 2014 en 2015 verder uitgewerkt:

  • Natuurlijke inrichting Dwarsdiepgebied: in 2015 wordt hiervoor een inrichtingsplan opgesteld;
  • Klimaatbestendig stroomgebied Drentse Aa: voorbereidingsfase;
  • Optimalisatie inlaten landbouwgrond hogere (zand)gronden Noord-Nederland: voorbereidingsfase;
  • Gebiedsontwikkeling de Dulf-Merksen en omgeving: planuitwerkingsfase.

Proeftuin IJsselmeergebied: zelfvoorzienende zoetwaterberging
De proeftuin heeft tot doel de zelfvoorzienendheid in het gebied rondom het IJsselmeer te vergroten. De proeftuin bevat verschillende onderzoeken en pilots. De uitvoering hiervan loopt door tot 2022. De verschillende projecten zijn:

  • Spaarwater: een praktijkproef met innovatieve technieken voor het opslaan en benutten van zoet grondwater (looptijd 2015- 2018);
  • Gouden gronden: de zelfvoorzienendheid van zoetwater bij landbouwbedrijven vergroten, het landgebruik richten op het verbeteren van de vochthuishouding en het toepassen van peilgestuurde drainage;
  • Proeftuin Hunze en Aa's (uitwerking vindt plaats eind 2015);
  • Proeftuin Wetterskip Fryslân (uitwerking vindt plaats eind 2015).

Hoge Zandgronden

Voor de Hoge Zandgronden zijn twee uitvoeringsprogramma’s opgesteld:

  • Uitvoeringsprogramma Deltaplan Hoge Zandgronden, Regio Zuid;
  • Uitvoeringsprogramma Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden, Regio Oost.

Beide uitvoeringsprogramma’s voorzien voor de komende zes jaar in een groot aantal kleinschalige maatregelen. In de uitvoering werken waterschappen, provincies, gemeenten, Rijkswaterstaat en gebruikers (terreinbeheerders, land- en tuinbouworganisaties, natuur- en milieuorganisaties, drinkwaterbedrijven) samen.

Klimaatpilots Efficiënt watergebruik Hoge Zandgronden
Deze klimaatpilots zijn gericht op een efficiëntere benutting van beschikbaar water. Initiatiefnemers zijn het Regionaal Bestuurlijk Overleg Rijn-Oost en de Stuurgroep Deltaplan Hoge Zandgronden. Eén pilot vindt plaats in Zuid-Nederland, de andere drie in Oost-Nederland.

  • Klimaatpilot Zuid: subirrigatie. Door met ondiep grondwater peilgestuurde drainagesystemen te voeden, wordt het grondwaterniveau in een perceel op een optimaal niveau gehouden. De pilot wordt op verschillende locaties in Limburg en Noord-Brabant uitgevoerd.
  • Klimaatpilot Oost 1: subinfiltratie effluent. Op een pilotlocatie wordt gemonitord wat de kwantiteits- en kwaliteitseffecten zijn van subinfiltratie in de bodem van effluent van de nabijgelegen rioolwaterzuivering.
  • Klimaatpilot Oost 2: 'slimme stuw'. In de pilot wordt de 'slimme stuw' getest op het perceel van een agrariër. De 'slimme stuw' hanteert een hoger peil dan de omgeving en houdt daarmee extra water vast.
  • Klimaatpilot Oost 3: waterverdeling. Deze pilot betreft het optimaliseren van de wateraanvoer en de verdeelmogelijkheden van het water van de Berkel over het stedelijk gebied van Zutphen. Hierbij wordt gekeken naar verschillende afvoersituaties en aanpassingen van de sturingsmogelijkheden.

West-Nederland

Rijkswaterstaat, provincies Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Holland en de betrokken waterschappen zetten gezamenlijk in op het vergroten van de zoetwater aanvoercapaciteit in droge perioden naar West-Nederland en het optimaliseren van de watervoorziening uit het Brielse Meer. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar nieuwe technieken om het effluent uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie Groote Lucht na te behandelen.

Aanpassen Irenesluis en capaciteitstoename KWA stap 1

Om de aanvoercapaciteit van zoetwater in droge perioden voor West-Nederland te vergroten zetten Rijkswaterstaat en de waterschappen De Stichtse Rijnlanden en Rijnland in op uitbreiding van Kleinschalige Wateraanvoervoorzieningen (capaciteitstoename KWA stap 1). Daartoe is in het hoofdwatersysteem aanpassing van de Irenesluizen vereist. De bypass bij de Irenesluizen heeft tot doel om in droge perioden water langs de sluis te sturen zonder dat de scheepvaart daar hinder van ondervindt. De bypass is opgenomen in het ontwerp Beheer- en Ontwikkelplan Rijkswateren 2016-2021 van Rijkswaterstaat. Dit project vindt plaats in nauw overleg met de regio. De bypass moet uiterlijk in 2021 gerealiseerd zijn.

Uitbreiding van de Kleinschalige Wateraanvoervoorzieningen van 7 m3/s naar een aanvoercapaciteit van circa 15 m3/s vergt daarnaast met name maatregelen in het regionale watersysteem. Hoogheemraadschappen De Stichtse Rijnlanden en Rijnland zijn de trekkers van dit project. Er wordt nadrukkelijk gezocht naar meekoppelkansen en manieren om deze te verzilveren. De eerste fase van de KWA+ is gereed in 2021. Hierbij wordt de watervraag van het Amsterdam-Rijnkanaal met 5.9 m3/s vergroot. Het andere deel wordt uit de Lek gehaald.

Daarnaast voeren betrokken partijen de komende jaren in een proces van joint fact finding gezamenlijk onderzoek uit naar een moge­lijke verdere uitbreiding van de KWA+ (van 15 naar 24 m3/s) op middellange termijn en de alternatieven daarvoor. In 2015 zijn gesprekken gevoerd met natuurorganisaties over de scope van de joint fact finding. Hierbij zal de permanente oostelijke aanvoer een van de te onderzoeken varianten zijn.

Optimalisatie watervoorziening Brielse Meer
De regio gaat de watervoorziening uit het Brielse Meer verbeteren. Het gaat daarbij met name om het optimaliseren van het inlaatpunt Spijkenisse en de inlaten vanuit het gebied naar de aangrenzende polders, in samenhang met het inlaatpunt Bernisse. Momenteel vindt de planuitwerking plaats; realisatie van het project is voorzien in 2016 en 2017. Waterschap Hollandse Delta heeft als trekker het project opgenomen in het waterbeheerprogramma van het waterschap en zorgt in afstemming met de partners uit de Bernisse Commissie voor de uitwerking.

Klimaatpilot Zoetwaterfabriek Groote Lucht
De Klimaatpilot Zoetwaterfabriek Groote Lucht heeft als doel om inzicht te krijgen in de toepasbaarheid van effluent na zuivering. Het waterproduct kan mogelijk ingezet worden voor diverse doelen zoals:

  • zwemwater
  • peilhandhaving (aanvullende zoetwatervoorziening)
  • waterkwaliteitsverbetering
  • proceswater voor de industrie en glastuinbouw

Afhankelijk van de uitkomsten van de eerste fase wordt een installatie aangelegd op de afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) De Groote Lucht. Hierdoor verbetert de kwaliteit van de zwemwaterplas en kan maximaal 20% van Delfland in droge periodes worden voorzien van zoetwater. Het Hoogheemraadschap van Delfland is initiatiefnemer.

Zuidwestelijke Delta

In de Zuidwestelijke Delta wordt geïnvesteerd in het vergroten van de robuustheid van het regionale systeem en een robuuste, klimaatbestendige zoetwatervoorziening rond het Volkerak-Zoommeer door directe aanvoer vanuit Haringvliet en Hollandsch Diep te realiseren.

Roode Vaart doorvoer West-Brabant en Zeeland
De geen-spijtmaatregel Roode Vaart voor West-Brabant combineert duurzame zoetwatervoorziening met een kwaliteitsimpuls voor het centrum van Zevenbergen. De gemeente Moerdijk bereidt het plan voor. Rijk, provincie Zeeland en provincie Noord-Brabant, Waterschap Brabantse Delta en gemeente financieren het project. De maatregel Doorvoer naar West-Brabant, Tholen en St. Philipsland bestaat uit maatregelen die noodzakelijk zijn voor de verdere doorvoer van zoetwater via het Mark-Dintel-Vlietsysteem naar de PAN-polders in West-Brabant en Tholen en St. Philipsland (Zeeland). Vooruitlopend op een samenwerkingsovereenkomst begin 2016 voeren regionale partijen een optimalisatie-onderzoek uit. 

De maatregelen zijn onderdeel van het zoetwatermaatregelenpakket dat de regio ter voorbereiding op een zout Volkerak-Zoommeer heeft opgesteld. Het pakket is bedoeld om de gebruikers rond het Volkerak-Zoommeer van zoetwater te blijven voorzien en los van het zout maken en te zorgen voor een robuuste zoetwatervoorziening. De overige maatregelen die nodig zijn bij een zout Volkerak-Zoommeer, namelijk voor Oostflakkee en de Reigersbergsche polder, staan geagendeerd voor de volgende tranche.

Klimaatpilot Proeftuin zoetwater Zeeland
De klimaatpilot Proeftuin zoetwater Zeeland heeft betrekking op het deel van Zeeland zonder externe wateraanvoer. De onderzoeksvraag richt zich op het vergroten van de zoetwatervoorraad door vergroting van de zoetwaterlenzen (inclusief kreekruggen), door systeemgerichte drainage en door het vergroten van het waterbergend vermogen van de bodem. Het water uit de zoetwaterlens kan met verschillende irrigatiemethoden worden hergebruikt. In deze proeftuin is ook aandacht voor maatregelen die de watervraag beperken, zoals het veredelen van gewassen op zouttolerantie en efficiëntere watertoediening. 

Vier pilots zijn in uitvoering of worden in 2015 gestart:

  • Zoet-zoutkartering van de provincie Zeeland. De eerste van vier meetcampagnes is uitgevoerd in oktober 2014; de andere meetcampagnes volgen in 2015.
  • Ondergrondse wateropslag. Dit onderzoek naar waterconservering in de bodem is al in 2012 gestart; in 2014 heeft monitoringswerk plaatsgevonden. In 2015-2017 worden onder meer juridische en economische aspecten en opschalingsmogelijkheden bekeken.
  • Opwerking. Dit is een omgevingspilot voor het benutten van RWZI-effluent en mild brak omgevingswater voor de productie van industrieel en landbouwwater. In 2014 is een verkenning voorbereid die in 2015 wordt uitgevoerd.
  • Proeven voor veredeling van aardappelen op hogere zouttolerantie. Deze pilot borduurt voort op een praktijk die al langer bestaat. In 2015 en 2016 wordt het onderzoek naar zouttolerantie van aardappelrassen uitgebreid met bestudering van de zoutdynamiek in de wortelzone en een diepgaandere inventarisatie van de genetische factoren die de zouttolerantie bepalen.

Rivierengebied

In het rivierengebied staat onderzoek naar langsdammen, efficiënte beregeningstechnieken en het duurzaam gebruik van ondiep grondwater centraal. Ook wordt de aanvoer van water van de Waal naar de Maas (Maas-Waalverbinding) nader onderzocht.

Onderzoek Langsdammen
Rijkswaterstaat onderzoekt welke trajecten in de Waal en de IJssel geschikt zijn voor de aanleg van langsdammen. Dit onderzoek loopt parallel aan de uitvoering van de pilot WaalSamen die in 2018 conclusies oplevert over de effecten van langsdammen voor zowel laag- als hoogwatersituaties.

Maatregelen Rivierengebied-Zuid
De regio is gestart met zoetwatermaatregelen in het Rivierengebied-Zuid. Het betreft de toepassing van efficiënte beregeningstechnieken op circa 300 hectare hoogwaardige teelten (fruitteelt, bomenteelt en tuinbouw). Het Waterschap Rivierenland en Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO) zijn betrokken.

Klimaatpilot Duurzaam gebruik ondiep grondwater
In deze klimaatpilot worden tijdens perioden met een neerslagoverschot eerst voorraden in de ondergrond opgebouwd, die in droge tijden kunnen worden benut. Op basis van de studie kan het onttrekkingsbeleid voor het ondiepe grondwater worden aangepast. Het Waterschap Rivierenland is initiatiefnemer.De pilot wordt in 2019-2020 uitgevoerd.

Uitwerking voorzieningenniveaus

In alle regio’s en voor het hoofdwatersysteem zijn Rijk, provincies, waterschappen, gemeenten en gebruikers gestart met het uitwerken van voorzieningenniveaus. Alle provincies werken in samenwerking met de waterschappen, Rijkswaterstaat en gebruikers een plan van aanpak uit voor de regionale watersystemen. Deze plannen zijn eind 2015 gereed. Het Rijk is verantwoordelijk voor de uitwerking van het voorzieningenniveau van het hoofdwatersysteem en werkt aan een plan van aanpak.

Het Programmabureau Zoetwater verzorgt de samenhang via nationale coördinatie voor de uitwerking van de voorzieningenniveaus. Deze coördinatie bestaat uit afstemming faciliteren tussen de uitwerkingen van voorzieningenniveaus in de regio’s en het hoofdwatersysteem, een platform (Community of Practice) aanbieden voor alle betrokken bij de ontwikkeling van het voorzieningenniveau en de voortgang bewaken.

West-Nederland
Zoetwaterregio West-Nederland heeft in oktober 2014 de Startnotitie Voorzieningenniveau bestuurlijk vastgesteld. Er wordt ingezet om de uitwerking van het voorzieningenniveau te verbinden met lopende gebiedsprocessen en met sectorbrede samenwerking. Sinds het najaar van 2014 wordt gezocht naar kansrijke en haalbare pilots. De Pilot Haarlemmermeer is van start gegaan. 

Pilot voorzieningenniveau Haarlemmermeer 
In de Haarlemmermeer zijn zogeheten welzones waar zout water opkwelt. De sloten in het gebied worden doorgespoeld om niet te zout te worden. De waterbeheerder heeft in samenwerking met de landbouwsector in beeld gebracht welke sloten zout zijn en welk effect het doorspoelen heeft. De bevindingen vormen de basis voor overleg over optimalisatiemogelijkheden middels maatregelen in het watersysteem (minder en efficiënter doorspoelen), maar ook bij gebruikers. Daarvoor is bijvoorbeeld met het ziltproefbedrijf Texel gekeken naar mogelijkheden om zoutresistente gewassen te telen in de welzones. Het gebiedsproces benut het proces van het peilbesluit en de provinciale omgevingsvisie om uiteindelijke afspraken voor de korte termijn en een perspectief voor langere termijn te kunnen vastleggen.

IJsselmeergebied
De uitwerking van het voorzieningenniveau loopt via een gezamenlijk proces van overheden en gebruikers. Provincies Noord-Holland, Fryslân, Groningen, Flevoland en Drenthe werken samen met de waterschappen aan de uitwerking van het voorzieningenniveau. Rijkswaterstaat werkt aan de uitwerking van het voorzieningenniveau IJsselmeer en Markermeer. Het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht is in 2015 gestart met een pilot voorzieningenniveau in het Watergebiedsplan Westeramstel.

Hoge Zandgronden
In de regio’s Hoge Zandgronden Oost en Zuid is de aanpak om tot voorzieningenniveaus te komen begin 2015 bestuurlijk vastgesteld. De aanpak voorziet in een dialoog tussen overheden en gebruikers en houdt rekening met de publieke taken en zorgplicht voor bijvoorbeeld natuur en drinkwater. De stapsgewijze uitvoering sluit zo veel mogelijk aan bij bestaande gebiedsprocessen en is afhankelijk van de urgentie en de haalbaarheid in een gebied.De aanpak wordt verfijnd door de voorzieningenniveaus in een aantal pilotgebieden uit te werken. Het beoogde eindresultaat hiervan is: transparante informatie over de huidige en toekomstige beschikbaarheid van zoetwater vanuit het hoofd- en regionaal watersysteem, die aansluit op de informatiebehoefte van gebruikers. Ook kan het indien nodig leiden tot nieuwe of gewijzigde afspraken over het waterbeheer in de vorm van bijvoorbeeld waterakkoorden en calamiteitenplannen.

Rivierengebied
Het Waterschap Rivierenland heeft al veel onderzoek gedaan naar de uitwerking van het voorzieningenniveau. De waterbehoefte is in beeld. Voor het gebied Kop van de Betuwe wordt het voorzieningenniveau momenteel concreet uitgewerkt. Dit gebeurt als onderdeel van het Impactproject Ruimtelijke daptatie Kop van de Betuwe, waar naast zoetwater ook aandacht is voor meerlaagsveiligheid, duurzame energie en landschap/cultuurhistorie.

Zuidwestelijke Delta
In de Rijn-Maasmonding is een pilot gestart voor de uitwerking van het voorzieningenniveau voor het hoofdwatersysteem. De provincies in de Zuidwestelijke Delta stellen startnotities op voor de uitwerking van het voorzieningenniveau in de (boven)regionale watersystemen, in afstemming met de waterschappen. Voor de Zuid-Hollandse eilanden wordt aangesloten bij de startnotitie van de Zoetwaterregio West-Nederland.

‘Slim watermanagement’

Voor verschillende regio’s is de uitwerking van ‘slim watermanagement’ gestart. ‘Slim watermanagement’ kan de aanvoer en buffering van water verbeteren. Met nieuwe instrumenten voor monitoring, informatie-uitwisseling en beslisondersteuning kan ingespeeld worden op te veel of te weinig water. De landelijke coördinatiegroep organiseert de afstemming met de voorzieningenniveaus. Uitwisseling van data is belangrijk voor ‘slim watermanagement’. Daarom wordt samengewerkt met Digitale Delta, het open dataplatform dat gegevens van waterbeheer omvat en ontsluit. ‘Slim watermanagement’ profiteert van de uniforme en open structuur van Digitale Delta bij het bereiken van het doel om landelijk optimaal gebruik te maken van de capaciteit van het gehele watersysteem.

West-Nederland
Voor het Noordzeekanaal en Amsterdam-Rijnkanaal is in 2014 een projectteam opgezet met de waterschappen aan het Noordzeekanaal en Rijkswaterstaat als trekker. Voor de Rijn-Maasmonding is in het voorjaar van 2014 in beeld gebracht hoe het watersysteem Bernisse Brielse Meer geoptimaliseerd kan worden in samenhang met het hoofdwatersysteem. De uitwerking van ‘slim watermanagement’ voor Nederrijn-Lek start in 2015.

IJsselmeergebied
De eerste voorbereidingen voor dit project zijn getroffen. De betrokken partijen zijn geïnventariseerd en de doelen voor het project zijn op papier gezet. Het project is in het voorjaar van 2015 gestart.

Hoge Zandgronden
De regio Zuid is aangehaakt bij ‘slim watermanagement’ met de regionale pilot Wateraanvoer via Maas-Waal Kanaal. Ook de regio Oost haakt aan bij het landelijk traject.

  1. Instructie gebruik Deltaprogramma 2016
  2. Deltaprogramma in kaart
  3. Inleidende samenvatting
    1. En nu begint het pas echt
  4. Uitwerking en implementatie deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    1. Verankering deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    2. Implementatie van de deltabeslissingen
      1. Deltabeslissing Waterveiligheid
      2. Deltabeslissing Zoetwater
      3. Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie
      4. Deltabeslissing IJsselmeergebied
      5. Deltabeslissing Rijn-Maasdelta
      6. Beslissing Zand
    3. Voorkeursstrategieën
      1. Voorkeursstrategie IJsselmeergebied
      2. Voorkeursstrategie Rivieren
      3. Voorkeursstrategie Rijnmond-Drechtsteden
      4. Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta
      5. Voorkeursstrategie Kust
      6. Voorkeursstrategie Waddengebied
      7. Hoge Zandgronden
  5. Deltaplan Waterveiligheid
    1. Inleiding
    2. Voortgang onderzoeken Deltaprogramma 2015
    3. Hoogwaterbeschermingsprogramma
    4. Verkenningen
    5. Planuitwerkingen
    6. Realisatie
    7. Beheer, onderhoud en vervanging
  6. Deltaplan Zoetwater
    1. Programmering en voortgang onderzoeken en maatregelen (2016-2021)
    2. Vooruitblik op toekomstige programmering (>2021)
    3. Voortgang andere relevante lopende projecten
  7. Het Deltafonds: financieel fundament onder het Deltaprogramma
    1. Inleiding
    2. De stand van het Deltafonds
    3. Middelen van andere partners
    4. De financiële opgaven van het Deltaprogramma
  8. Organisatie en aanpak van het Deltaprogramma
    1. Werkwijze Deltaprogramma en vervolgorganisatie
    2. Kennis, markt en innovatie
    3. Internationale samenwerking
    4. De systematiek 'meten, weten, handelen'
  9. Bijlagen
    1. Bijlage 1 - Werkwijze voor de Zoetwaterprogrammering
    2. Bijlage 2 - Geactualiseerde kennis- en onderzoeksagenda Zoetwater
    3. Bijlage 3 - Voortgang afspraken vitale en kwetsbare functies
      1. Bijlage 3.1 - Aanpak nationale vitale en kwetsbare functies
      2. Bijlage 3.2 - Voortgang in het eerste verslagjaar - samenvatting
      3. Bijlage 3.3 - Voortgang per functie
    4. Achtergronddocumenten en downloads
    5. Colofon