5.3

Middelen van andere partners

Deltaprogramma

Het Deltaprogramma werkt aan doelmatige, integrale oplossingen voor de waterveiligheids- en zoetwateropgaven van nationaal belang. Conform de met de Deltawet gewijzigde Waterwet zijn de middelen van het Rijk in het Deltafonds bestemd voor de waterveiligheids- en zoetwateropgaven (inclusief de wettelijk vereiste inpassingskosten) en het daarmee samenhangende beheer en onderhoud, en sinds de Deltafondsbegroting 2015 ook voor waterkwaliteit. Het Deltaprogramma is echter in financiële zin breder dan alleen het Deltafonds. Bij integrale projecten die meer doelen dienen dan alleen waterveiligheid en zoetwatervoorziening dragen doorgaans meerdere partners van het Deltaprogramma een financiële verantwoordelijkheid. Ook bij waterveiligheids- en zoetwateroplossingen met zowel meerkosten als ‘meer baten’ ligt een bijdrage van meerdere partners voor de hand. Voordat hier verder op wordt ingezoomd, worden het Deltafonds en in het bijzonder de uitgaven aan waterveiligheid in het bredere perspectief geplaatst van de totale uitgaven aan waterbeheer in Nederland.

Wie maakt hoeveel kosten voor het Nederlandse waterbeheer? Een brede blik

De totale kosten voor het waterbeheer bedroegen in 2014 € 7,2 miljard. Deze kosten werden gemaakt door het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven. Dit bedrag omvat de investeringen om Nederland te beschermen tegen overstromingen en om te zorgen voor voldoende en schoon water. En dus niet de uitgaven aan vaarwegen en van het bedrijfsleven. Dit bedrag komt overeen met ruim 1,1% van het bbp (bruto binnenlands product) in 2014.


De totale kosten voor het waterbeheer bedroegen in 2014 € 7,2 miljard.

Water in beeld 2014.

Als wat dieper wordt ingezoomd op de investeringen in waterveiligheid wordt duidelijk dat ruim € 1 miljard per jaar in het hoofdwatersysteem wordt geïnvesteerd door het Rijk en de waterschappen. Daarnaast investeren waterschappen en provincies in het regionale watersysteem. Afhankelijk van welke kosten worden toegerekend aan waterveiligheid, wordt per jaar 0,2 à 0,3% van het bbp in waterveiligheid geïnvesteerd. Dit is volgens de deltacommissaris te beschouwen als een zeer bescheiden ‘verzekeringspremie’ tegen watersnood in relatie tot de te beschermen waarde in overstroombaar gebied: ordegrootte € 1800 miljard.

In de zomer van 2015 is het rapport Toekomstbestendige en duurzame financiering van het Nederlandse waterbeheer uitgekomen en aan de Tweede Kamer aangeboden. Dit rapport geeft een specifiek beeld van de omvang van de kosten van het Nederlandse waterbeheer, van de financiering ervan en van de te verwachten ontwikkelingen in de komende decennia.


Toekomstbestendige en duurzame financiering van het Nederlandse waterbeheer

Kamerstuk 27625, nr. 340. Een rapport opgesteld door Twynstra en Gudde in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Waterschappen

Het Rijk en de waterschappen hebben op grond van de Waterwet de taak om te zorgen voor de bekostiging van de versterking van de primaire waterkeringen. De waterschappen verwachten in de periode 2015-2018 samen gemiddeld € 1,3 miljard per jaar te investeren, waarvan 37% in waterveiligheid, ofwel € 0,48 miljard. Een substantieel deel hiervan bestaat uit de zogenoemde waterschapsbijdrage aan de hoogwaterbeschermingsmaatregelen aan de primaire keringen in beheer bij de waterschappen. Deze bijdrage is de afgelopen jaren opgebouwd tot een structurele bijdrage van € 181 miljoen per jaar vanaf 2015 (zie voor meer informatie paragraaf 3.3, Hoogwaterbeschermingsprogramma).


De waterschappen verwachten in de periode 2015-2018 samen gemiddeld € 1,3 miljard per jaar te investeren, waarvan 37% in waterveiligheid, ofwel € 0,48 miljard.

Deze informatie komt uit de publicatie De waterschapsbelastingen in 2015. Het hoe en waarom, een uitgave van de Unie van Waterschappen.

De investeringen van de waterschappen richten zich vooral op de lange termijn. Investeringsuitgaven worden niet direct in rekening gebracht, maar als onderdeel van de kosten uitgesmeerd over meerdere jaren. Net als bij de andere medeoverheden, maar anders dan bij de rijksoverheid. De totale kosten komen in 2015 uit op € 2,6 miljard. Dat komt neer op een kostenstijging van 2,8% ten opzichte van 2014.

Van de totale kosten van € 2,6 miljard heeft 41% betrekking op de aanleg en exploitatie van afvalwaterzuivering, 29% op de inrichting en het beheer van het watersysteem, 11% op aanleg en onderhoud van waterkeringen en 19% op de overige beleidsvelden. Hoewel aanleg en onderhoud van waterkeringen een relatief gering deel van de totale kosten uitmaken, is ook hier weer de trend zichtbaar dat dit aandeel toeneemt als gevolg van de waterschapsbijdrage aan het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Sinds 2011 is dit aandeel toegenomen van 5% naar 11%.

Aanvullende afspraken tussen Rijk en waterschappen over hoogwaterbeschermingsmiddelen
Zoals beschreven in paragraaf 3.3 zijn de financiële middelen voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma bedoeld om de primaire waterkeringen weer aan de wettelijke veiligheidsnorm te laten voldoen. Vanaf 2017 gaat het daarbij om nieuwe wettelijke veiligheidsnormen. De waterschappen en het Rijk hebben als uitgangspunt afgesproken om, in lijn met de deltabeslissing Waterveiligheid en het Nationaal Waterplan, alle primaire waterkeringen in 2050 aan de nieuwe normen te laten voldoen. Om deze opgave te realiseren, worden vooralsnog de huidige bijdragen van Rijk en waterschappen aan het Hoogwaterbeschermingsprogramma gehandhaafd en blijft ook de huidige kostenverdeling intact: 50% Rijk, 40% solidariteitsdeel waterschappen en 10% projectgebonden aandeel voor het uitvoerende waterschap. Daarnaast worden vrijvallende middelen uit het HWBP-2 – het oude Hoogwaterbeschermingsprogramma – toegevoegd aan het budget voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma, zoals beschreven in paragraaf 5.2, De stand van het Deltafonds. Daarmee kan het investeringsniveau van het Hoogwaterbeschermingsprogramma de komende jaren stapsgewijs worden verhoogd. Verder is afgesproken dat na afronding van de Vierde Toetsing (LRT4) in 2023 wordt bekeken of aanvullende financiële afspraken nodig zijn. Na de eerste volledige toetsing van de primaire waterkering op basis van de nieuwe normen zijn de totale dijkversterkingskosten tot 2050 beter in te schatten dan nu, en dat is dan ook het moment om te bepalen of de huidige hoogwaterbeschermingsreeks afdoende is om de waterveiligheidsopgave tijdig te realiseren.

Hoewel de hoogwaterbeschermingsmiddelen primair bedoeld zijn voor dijkversterkingsmaatregelen, is er wel de nodige flexibiliteit. Hoogwaterbeschermingsmaatregelen worden ontworpen op de laagste kosten gedurende de hele levensduur (LCC-benadering). Dat betekent dat soms niet alleen de aanlegkosten voor dijkversterking, maar ook de kosten voor beheer en onderhoud financierbaar zijn uit de middelen voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Een andere mogelijkheid is dat als besparingen op dijkversterkingen kunnen worden gerealiseerd door toepassing van rivierverruimingsmaatregelen of ‘slimme combinaties’, deze kunnen worden aangewend voor dergelijke maatregelen. Meerkosten kunnen echter niet uit de middelen voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma worden betaald, maar zullen uit andere (sub)artikelen van het Deltafonds en/of door andere partners in het Deltaprogramma moeten worden gedragen. Aangezien rivierverruimingsmaatregelen meestal gepaard gaan met meerkosten in vergelijking met dijkversterkingsmaatregelen, is daarvoor door het Rijk reeds € 200 miljoen gereserveerd in de Deltafondsbegroting 2015. Daarmee komt de vraag aan de orde wat de andere partners, met name de provincies, bijdragen aan deze (integrale, ruimtelijke) maatregelen met meerkosten.

Provincies, gemeenten en maatschappelijke organisaties

 

Waterveiligheid
In het Deltaprogramma is al een aantal goede voorbeelden voorhanden van integrale projecten waar verschillende overheden en in een enkel geval een maatschappelijke organisatie financieel aan bijdragen, zoals de gebiedsontwikkelingen Ooijen-Wanssum, IJsseldelta-Zuid, Waalweelde, de Scheveningse boulevard en de zandige versterkingen van de Prins Hendrikdijk op Texel en de Oesterdam in Zeeland.


de gebiedsontwikkelingen Ooijen-Wanssum, IJsseldelta-Zuid, Waalweelde, de Scheveningse boulevard en de zandige versterkingen van de Prins Hendrikdijk op Texel en de Oesterdam in Zeeland.

Meer informatie over deze voorbeelden is te vinden op pagina 124, paragraaf 5.3, DP2015.

Rivierverruiming:
In deze fase van het Deltaprogramma is vooral de vraag actueel hoeveel met name de provincies gaan bijdragen aan rivierverruimingsmaatregelen uit de voorkeursstrategieën Rivieren en Rijnmond-Drechtsteden. Deze maatregelen ten behoeve van de veiligheid van het riviersysteem op lange termijn brengen in vergelijking met dijkversterkingsmaatregelen veelal meerkosten, maar ook ‘meerbaten’ met zich mee, bijvoorbeeld voor de economie, de ruimtelijke kwaliteit en de natuur. In de paragrafen 2.3.2, Voorkeursstrategie Rivieren, en 3.2, Voortgang onderzoeken Deltaprogramma 2015, is beschreven dat wordt toegewerkt naar besluiten over het al dan niet starten van MIRT-verkenningen voor brede gecombineerde oplossingen in het rivierengebied, zoals bij Varik-Heesselt. Een belangrijke stap op weg naar het starten van verkenningen voor rivierverruimingsmaatregelen zijn afspraken over medebekostiging van deze maatregelen. Daarbij gaat het enerzijds om een bijdrage van het Rijk uit de reservering voor meerkosten van rivierverruiming van in totaal € 200 miljoen tot en met 2028 en om eventuele besparingen op dijkversterkingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma, en anderzijds om een bijdrage van vooral de provincies.

Wat betreft mogelijke bijdragen van de andere partners in het Deltaprogramma werken het Bestuurlijk Platform Rijn en de Stuurgroep Maas aan een onderbouwd voorstel inclusief financiering, waarover dit najaar en volgend jaar besloten wordt. Betekenisvol daarbij zijn de bedragen die op hoofdlijnen zijn opgenomen in enkele nieuwe coalitieakkoorden die na de Statenverkiezingen van maart 2015 zijn gesloten. Zo heeft de provincie Gelderland in het coalitieakkoord € 90 miljoen uitgetrokken voor investeringen in gebiedsopgaven. Van deze gebiedsopgaven maakt rivierverruiming een belangrijk deel uit. De provincie Noord-Brabant heeft in het coalitieakkoord expliciet € 30 miljoen uitgetrokken voor waterveiligheidsmaatregelen in het Deltaprogramma. En de provincie Noord-Holland heeft ten behoeve van een kwaliteitsimpuls voor de badplaatsen in deze provincie € 15 miljoen opzij gezet voor cofinanciering van dijkversterkingsprojecten langs de kust.


Van deze gebiedsopgaven maakt rivierverruiming een belangrijk deel uit.

dijkversterkingsprojecten langs de kust.

Verder maken alle partners in het Deltaprogramma proceskosten om onderzoeken en maatregelen voor te bereiden en uit te voeren en dragen zo bij aan de uitvoering van het Deltaprogramma. Gemeenten bijvoorbeeld dragen bij door uitvoering te geven aan wat is afgesproken in de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie om hun gemeenten meer waterrobuust en klimaatadaptief te kunnen ontwikkelen. 

Zoetwater
Bij maatregelen ter verbetering van de zoetwatervoorziening geldt bij uitstek dat er veelal sprake is van een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, regio en gebruikers. In het kader van het Deltaplan Zoetwater zijn dan ook duidelijke afspraken gemaakt tussen Rijk, provincies en waterschappen over de bijdragen aan de maatregelen die zijn geprogrammeerd voor de periode tot en met 2021 (zie de paragrafen 2.2.2, Deltabeslissing Zoetwater, en 5.2, De stand van het Deltafonds).

  1. Instructie gebruik Deltaprogramma 2016
  2. Deltaprogramma in kaart
  3. Inleidende samenvatting
    1. En nu begint het pas echt
  4. Uitwerking en implementatie deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    1. Verankering deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    2. Implementatie van de deltabeslissingen
      1. Deltabeslissing Waterveiligheid
      2. Deltabeslissing Zoetwater
      3. Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie
      4. Deltabeslissing IJsselmeergebied
      5. Deltabeslissing Rijn-Maasdelta
      6. Beslissing Zand
    3. Voorkeursstrategieën
      1. Voorkeursstrategie IJsselmeergebied
      2. Voorkeursstrategie Rivieren
      3. Voorkeursstrategie Rijnmond-Drechtsteden
      4. Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta
      5. Voorkeursstrategie Kust
      6. Voorkeursstrategie Waddengebied
      7. Hoge Zandgronden
  5. Deltaplan Waterveiligheid
    1. Inleiding
    2. Voortgang onderzoeken Deltaprogramma 2015
    3. Hoogwaterbeschermingsprogramma
    4. Verkenningen
    5. Planuitwerkingen
    6. Realisatie
    7. Beheer, onderhoud en vervanging
  6. Deltaplan Zoetwater
    1. Programmering en voortgang onderzoeken en maatregelen (2016-2021)
    2. Vooruitblik op toekomstige programmering (>2021)
    3. Voortgang andere relevante lopende projecten
  7. Het Deltafonds: financieel fundament onder het Deltaprogramma
    1. Inleiding
    2. De stand van het Deltafonds
    3. Middelen van andere partners
    4. De financiële opgaven van het Deltaprogramma
  8. Organisatie en aanpak van het Deltaprogramma
    1. Werkwijze Deltaprogramma en vervolgorganisatie
    2. Kennis, markt en innovatie
    3. Internationale samenwerking
    4. De systematiek 'meten, weten, handelen'
  9. Bijlagen
    1. Bijlage 1 - Werkwijze voor de Zoetwaterprogrammering
    2. Bijlage 2 - Geactualiseerde kennis- en onderzoeksagenda Zoetwater
    3. Bijlage 3 - Voortgang afspraken vitale en kwetsbare functies
      1. Bijlage 3.1 - Aanpak nationale vitale en kwetsbare functies
      2. Bijlage 3.2 - Voortgang in het eerste verslagjaar - samenvatting
      3. Bijlage 3.3 - Voortgang per functie
    4. Achtergronddocumenten en downloads
    5. Colofon