Met het presenteren van de voorstellen voor de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën is een nieuwe fase voor het Deltaprogramma aangebroken: de fase van uitwerking en uitvoering. De effectieve samenwerking wordt voortgezet: een programmatische en nationale aanpak met gedeelde verantwoordelijkheden en gedeeld eigenaarschap van Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen. De vervolgorganisatie van het Deltaprogramma is aangepast aan de nieuwe fase en sinds 1 januari 2015 operationeel. Essentieel blijven de wisselwerking tussen verschillende sectoren en tussen onderzoek en beleid en joint fact finding, evenals kennis en innovatie. Kennisvragen worden in het Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat in samenhang geprogrammeerd. Het Deltaprogramma, Topsector Water, kennisinstellingen en bedrijfsleven trekken samen op om onderzoek uit te voeren, de marktbetrokkenheid te vergroten en innovaties te stimuleren binnen het samenwerkingsverband van de Topsector Water. Ook internationaal wordt samengewerkt om kennis en kunde te vermarkten. Voor de systematische rapportage over de voortgang van het Deltaprogramma is de systematiek ‘meten, weten, handelen’ in ontwikkeling.

 
 
6.1

Werkwijze Deltaprogramma en vervolgorganisatie

Sinds 2010 hebben Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten, onder regie van de deltacommissaris, samen aan de voorstellen voor deltabeslissingen en voorkeursstrategieën gewerkt. Daarmee ligt een unieke nationale aanpak klaar voor een waterrobuust Nederland tot 2050. Het accent van het Deltaprogramma ligt de komende jaren op de verdere uitwerking van de genomen besluiten, de doorontwikkeling van de adaptieve aanpak en het uitvoeren van maatregelen in de regio’s.

Effectieve samenwerking Deltaprogramma voortgezet

De Minister van Infrastructuur en Milieu en koepelorganisaties van provincies, waterschappen en gemeenten hebben door ondertekening van de Bestuursovereenkomst Deltaprogramma hun commitment voor de volgende fase onderstreept. De nationale aanpak blijft in de vervolgfase een belangrijk kenmerk van het Deltaprogramma, met ruimte voor regionale invulling en betrokkenheid van alle partijen. Gedeelde verantwoordelijkheden en gedeeld eigenaarschap van Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen, in lijn met het Bestuursakkoord Water, vormen de basis van de nationale aanpak. Ook blijft een hoogwaardige programmatische aanpak nodig, waar de betrokken overheden gezamenlijk invulling aan geven.

De deltacommissaris verbindt alle partijen binnen het Deltaprogramma en bewaakt de voortgang en uitvoering van het Deltaprogramma. De Deltawet zorgt voor continuïteit en het Deltafonds blijft als financiële basis voor de opgaven voor waterveiligheid en zoetwater essentieel. De Deltawet wordt in 2016 geëvalueerd, overeenkomstig de afspraak bij inwerkingtreding.

De wisselwerking tussen onderzoek en beleid en de werkwijze van joint fact finding heeft bijzondere meerwaarde gegeven bij het toewerken naar deltabeslissingen en voorkeursstrategieën. Deze wordt voortgezet.

Ook de maatschappelijke participatie om ideeën en creativiteit uit de maatschappij te vergroten en maatregelen te ontwikkelen die op maatschappelijk draagvlak kunnen rekenen, blijft essentieel. Deze wordt op een vergelijkbare manier georganiseerd als in de vorige fase.

Integraliteit en ruimtelijke kwaliteit

Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten voeren de maatregelen van het Deltaprogramma zo veel mogelijk integraal uit. Daarom wordt actief naar meekoppelkansen gezocht, bijvoorbeeld met het Hoogwaterbeschermingsprogramma, worden investeringsagenda’s via het BO-MIRT verbonden en wordt de methode van ontwerpend onderzoek  ingezet (zie ook paragraaf 3.1 van DP2015).

De ruimtelijke ontwerpbenadering
Bij de totstandkoming van de voorkeursstrategieën heeft de methode van ontwerpend onderzoek een belangrijk rol gespeeld om de opgaven van het Deltaprogramma mee te koppelen met andere ambities in het gebied en om ruimtelijke kwaliteit te realiseren. Dit is een belangrijke meerwaarde gebleken. Integraal werken kan bijdragen aan een doelmatige financieringswijze van projecten, groter draagvlak, snellere processen en robuuste oplossingen.

In 2014 verschenen twee adviezen over de mogelijkheden om deze meerwaarde ook in de nieuwe fase van het Deltaprogramma te realiseren: het advies Integraliteit in het Deltaprogramma van het Planbureau voor de Leefomgeving en het advies Borgen van ruimtelijke kwaliteit in het Deltaprogramma van het College van Rijksadviseurs


het advies Integraliteit in het Deltaprogramma van het Planbureau voor de Leefomgeving

Planbureau voor de Leefomgeving, Integraliteit in het Deltaprogramma, 2014.


College van Rijksadviseurs

College van Rijksadviseurs, Borgen van ruimtelijke kwaliteit in het Deltaprogramma, 2014.

In reactie op deze adviezen heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu, in afstemming met de deltacommissaris, aangegeven dat ruimtelijke kwaliteit het beste geborgd wordt als partijen er samen invulling aan geven in de gebiedsprocessen. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de ruimtelijke ontwerpbenadering. Het is aan de initiatiefnemers en de opdrachtgevers om deze benadering te borgen in een gebiedsproces. Om de toepassing van de ruimtelijke ontwerpaanpak te initiëren en te faciliteren start het ministerie van Infrastructuur en Milieu in nauwe samenwerking met het Deltaprogramma twee initiatieven:

  • Het Delta Ontwerpplatformadviseert over de inzet van ruimtelijk ontwerp(ers) bij de uitwerking van de opgaven in de gebieden en maakt de uitwisseling van kennis en ervaringen mogelijk. Het platform biedt daarnaast ondersteuning bij ontwerpateliers op het raakvlak van ruimte en water.
  • Het Atelier Making Projectsonderzoekt of Nederland met een ontwerpwedstrijd innovatie en vernieuwing bij de uitvoering het Deltaprogramma kan stimuleren met projecten die kunnen uitgroeien tot nieuwe iconen van internationale allure.

Het Hoogwaterbeschermingsprogramma heeft voor de HWBP-projecten reeds in 2014 een Handreiking landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit uitgebracht en ondersteunt deze ambities op verschillende manieren. Voor de handreiking en ondersteuning worden de lessen uit onder andere Ruimte voor de Rivier en het Deltaprogramma benut.


Deltaprogramma en cultureel erfgoed

Het Deltaprogramma bouwt voort op een eeuwenlange traditie van het omgaan met en de strijd tegen het water. Diverse waterstaatkundige werken zijn bestempeld als cultureel erfgoed. De uitvoering van het Deltaplan voor de 21e eeuw kent zo haast vanzelfsprekend een relatie met het Nederlands erfgoed. In de uitvoering kan het meekoppelen van erfgoedwaarden op verschillende manieren winst opleveren.

Cultureel erfgoed als inspiratiebron
Voortbouwen op het bestaande landschap kan de kwaliteit en de belevingswaarde van ruimtelijke ingrepen verhogen. De bestaande erfgoedwaarden worden dan als inspiratiebron en als drager van het nieuwe ontwerp van de maatregelen voor waterveiligheid en zoetwater gebruikt. Een goed voorbeeld is de nieuwe waterkering in Kampen. De waterveiligheid in deze stad moest worden vergroot. De prachtige ligging aan de rivier stond niet toe dat de stad zou verdwijnen achter een hoge dijk. Uit historische bronnen was bekend dat de oude stadsmuur een waterkerende functie had. Op basis van deze informatie is een plan ontwikkeld en uitgevoerd waarbij de oude stadsmuur opnieuw waterkerend is gemaakt. Beweegbare keringen zijn toegevoegd waar de muur onderbroken is. Een brigade van vrijwilligers uit de stad zorgt bij dreigende overstroming dat de beweegbare keringen in werking worden gesteld.

Meer draagvlak door bescherming cultureel erfgoed
Bij grootschalige maatregelen kan goede inpassing van de aanwezige erfgoedwaarden bijdragen aan blijvende herkenbaarheid van een gebied. Dit bevordert het maatschappelijk draagvlak. Een voorbeeld is het Masterplan Kust en Erfgoed. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft dit masterplan samen met de vijf kustprovincies ontwikkeld als aanvulling op de Nationale Visie Kust. Het Masterplan bevat een inventarisatie van kenmerkende aspecten en waarden van de kust en een overzicht van kansen en opties om deze te gebruiken bij de aanpak van waterveiligheidsopgaven.

Risicomanagement met archeologische waardenkaart
In een gebied waar een dijkversterking of rivierverruiming wordt uitgevoerd liggen vaak ook erfgoedwaarden. Vroegtijdige beschikbaarheid van de juiste (digitale) informatie over de ligging en de betekenis van deze erfgoedwaarden kan vertragingen in de uitvoering voorkomen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft hiervoor samen met Rijkswaterstaat, Deltares en de universiteiten van Utrecht en Groningen een digitale archeologische waardenkaart voor de uiterwaarden van de grote rivieren ontwikkeld. De kaart met onderliggende datasets is bruikbaar voor risicomanagement. Het is een hulpmiddel om de gevolgen van een maatregel in een gebied in beeld te krijgen en goedkopere keuzes te maken, doordat minder erfgoed wordt geraakt en minder onderzoek nodig is. Aan de digitale archeologische waardenkaart worden binnenkort nog lagen over monumentale en landschappelijke waarden toegevoegd.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, provincies, gemeenten en regionale en lokale erfgoedorganisaties kunnen met hun kennis en expertise helpen om de winst door het meekoppelen van erfgoedwaarden in de uitvoering van het Deltaprogramma te realiseren. 


Meekoppelkansen met dijkversterkingen

De voorlopige programmering voor de voorgenomen dijkversterkingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma – het programmeringsvoorstel 2016-2021 – is in alle gebiedsoverleggen besproken. Het doel van deze bespreking is om meekoppelkansen te identificeren en, met de voorkeursstrategieën als strategisch kompas, te bezien waar kansen ontstaan voor nieuwe brede, gecombineerde oplossingen. Voor 2016 en 2017 leidde deze consultatie wel tot aanvullende meekoppelkansen, maar niet tot aanpassingen in de programmering van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Het betrof vooral meekoppelkansen voor nog niet-afgekeurde trajecten.

Om meekoppelkansen in beeld te krijgen, zijn in de gebieden diverse initiatieven genomen.

  • Voor de Zuidwestelijke Delta hebben Rijkswaterstaat, waterschap, gemeente en provincie in het Zeeuwse initiatief Meer Met Dijken Doen (MMDD) alle op korte termijn (2016-2021) te realiseren HWBP-projecten doorgelicht op meekoppelkansen. Daarbij is ook gekeken of gemeenten ruimtelijke wensen hebben die op termijn invloed hebben op de waterkeringszone. Het geheel aan (potentiële) projecten is vervolgens besproken in het Zeeuws Overlegorgaan Waterkeringen (ZOW) en het Portefeuillehoudersoverleg Water van de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten. Het resultaat is een selectie van tien potentiële MMDD-dijktrajecten en een advies van het Gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta aan het Waterschap Scheldestromen over meekoppelkansen bij de reeds bekende HWBP-projecten. Het waterschap heeft deze reactie ingebracht bij het Programmabureau HWBP.
  • Voor Rijn hebben de waterschappen de voorlopige programmering eerst per riviertak besproken. Voor elke riviertak Waal, IJssel en Nederrijn-Lek is een aanpak gevolgd die past bij de organisatie en het aantal projecten in het gebied. Aansluitend zijn de gebundelde reacties voor de hele Rijn geagendeerd in het Bestuurlijk Platform Delta Rijn. De waterschappen hebben de aandachtspunten en reacties uit de gebieden meegenomen in hun reacties op de voorlopige programmering van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Waterschap Groot Salland heeft daarvoor een digitale tool ingezet, die nadrukkelijk uitnodigde tot nadenken en meepraten aan de voorkant.
  • Waterschappen en het Programmabureau Rijnmond-Drechtsteden hebben samen een sessie georganiseerd om de voorlopige programmering te bespreken. Vertegenwoordigers van Rijk, provincie, gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en het Hoogwaterbeschermingsprogramma namen deel. Het resultaat was een aantal meekoppelkansen voor de huidige programmering en voor mogelijk toekomstige waterveiligheidsopgaven. Deze resultaten zijn vervolgens bestuurlijke afgestemd en via het gebiedsoverleg op bestuurlijk niveau gedeeld. De partijen nemen zelf het initiatief om op projectbasis de gevonden meekoppelkansen verder uit te werken.

Dit jaar komt het Deltaprogramma met best practices voor het identificeren van meekoppelkansen in de gebiedsoverleggen. Deze best practices gaan ook in op de betrokkenheid van maatschappelijke organisaties om meekoppelkansen in beeld brengen, die op het niveau van individuele projecten ligt. 

Verbinden van investeringsagenda’s voor water en ruimtelijke ontwikkeling

Om tot integrale oplossingen te komen, is het essentieel om inhoudelijke investeringsagenda’s voor water en ruimte tijdig te verbinden. Dit illustreert het belang om het Deltaprogramma te koppelen aan het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT).

Het jaarlijkse voorstel voor het Deltaprogramma bevat, overeenkomstig de Deltawet, het geheel aan maatregelen en voorzieningen van nationaal belang voor waterveiligheid en zoetwatervoorziening. De deltacommissaris borgt in zijn voorstel en via de Stuurgroep Deltaprogramma de onderlinge samenhang.

Besluiten over individuele projecten uit het Deltaprogramma met een integraal karakter en een bredere scope dan alleen waterveiligheid en zoetwater kunnen in de Bestuurlijke Overleggen (BO-MIRT) worden genomen. Vertegenwoordigers van de waterschappen nemen deel aan het BO-MIRT bij deze bredere afwegingen, die water raken. Op deze wijze worden het Deltaprogramma en het MIRT gekoppeld.

Vervolgorganisatie

De afgelopen jaren heeft het Deltaprogramma in negen deelprogramma’s verkend wat nodig is voor onze waterveiligheid en zoetwatervoorziening tot 2050 met een doorkijk naar 2100. Het werk kwam jaarlijks samen in het voorstel van de deltacommissaris voor het Deltaprogramma. Dit heeft geleid tot de voorstellen voor deltabeslissingen en voorkeursstrategieën in DP2015. De organisatie van het Deltaprogramma is aangepast aan de nieuwe fase van uitwerking en uitvoering. De uitgangspunten, ontwerpcriteria en contouren voor de organisatie staan beschreven in DP2015 (paragraaf 6.4).

Zeven gebieden
Er zijn nu zeven gebieden met een eigen bestuurlijk gebiedsoverleg: Kust, Waddengebied, Zuidwestelijke Delta, IJsselmeergebied, Rijn, Maas en Rijnmond-Drechtsteden. De belangrijkste taken van deze gebiedsoverleggen zijn:

  • realiseren en verder uitwerken van de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën, waaronder het sturen op de koppeling van ruimte en water;
  • de deltacommissaris adviseren over het jaarlijkse voorstel voor het Deltaprogramma;
  • het informeren over de voortgang.

De intensiteit van de opgaven en uitwerking verschilt per gebied, waarmee ook de bestuurlijke inzet en de inhoudelijke ondersteuning per regio in zwaarte verschilt.

Kust:
Voor Kust gaat de bestuurlijke samenwerking verder in het Landelijk Overleg Kust. Hierin zijn de drie kustvakken (Waddenkust, Hollandse Kustboog en Zuidwestelijke Delta) en de vier overheidslagen vertegenwoordigd. Betrokkenheid van maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven verloopt via de halfjaarlijkse Kustdag.

Waddengebied:
Voor het waddengebied is de samenwerking voortgezet in twee overleggen: het Bestuurlijk Overleg Deltaprogramma Waddengebied voor de harde keringen en het Regionaal Overleg Kust voor de strategie Zand. De overleggen hebben dezelfde voorzitter. Bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties langs de kust en het waddengebied leveren hun inbreng tijdens jaarlijkse bijeenkomsten.

Zuidwestelijke Delta:
De partijen in de Zuidwestelijke Delta zetten de regionale stuurgroep voort als Gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta met als doel bestuurlijke afstemming en samenwerking op strategische watergerelateerde vraagstukken in de Zuidwestelijke Delta. Met gemeenten en belangenorganisaties wordt nog overlegd over de wijze van inrichting van de participatie in het gebiedsoverleg.

IJsselmeergebied:
De regio IJsselmeergebied omvat nu ook de Zoetwaterregio Noord. Binnen het Bestuurlijk Platform IJsselmeergebied vindt afstemming plaats over uitwerking van de voorkeursstrategie voor Waterveiligheid, Ruimtelijke adaptatie en Zoetwater. Twee gebieden rond het IJsselmeergebied liggen op een knooppunt van watersystemen waar meerdere opgaven samenkomen en dus afstemming is gewenst met andere voorkeursstrategieën: IJssel-Vechtdelta en Regio Amsterdam. Het Bestuurlijk Platform borgt ook de afstemming met beide regio’s. De maatschappelijke organisaties zijn georganiseerd via het Regionaal Overleg IJsselmeergebied. Jaarlijks worden bijeenkomsten georganiseerd, waarbij ook het bedrijfsleven wordt uitgenodigd.


Pact van het IJsselmeergebied

Overheden en maatschappelijke organisaties in het IJsselmeergebied hebben hun afspraken over samenwerking in de uitvoering en het volgen van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de deltabeslissingen en implementatie van de voorkeursstrategie in het IJsselmeergebied, vastgelegd in het Pact van het IJsselmeergebied.



Pact van het IJsselmeergebied.

Op 6 maart 2015 hebben regionale partijen een samenwerkingshandvest gesloten: het Pact van het IJsselmeergebied. Hiermee bevestigen de partijen de wens om in samenspraak en samenhang uitvoering te geven aan de deltabeslissing IJsselmeergebied.

Rijn:
Het Bestuurlijk Platform Rijn (voorheen Stuurgroep Delta Rijn) wordt voortgezet voor de bestuurlijke afstemming over de overkoepelende opgaven in het gebied van de Rijn(takken). De betrokken partijen ondertekenden hiervoor in maart 2015 een samenwerkingsmanifest. De gebieden nemen via de bestuurlijke overleggen op riviertakniveau het voortouw in de verdere uitwerking en afstemming van projecten uit de voorkeursstrategie. Voor zoetwater is het bestuurlijk overleg apart georganiseerd. Met maatschappelijke organisaties wordt overlegd over een overkoepelende klankbordgroep voor de Rijn.

De Regio Amsterdam participeert als overgangsgebied in IJsselmeergebied en Rijn. IJsselmeergebied heeft daarbij de coördinatie. Het Deltaprogramma rapporteert jaarlijks de voortgang van projecten in dit overgangsgebied.

Maas:
De bestuurlijke afstemming over de waterveiligheid voor de Maas vindt plaats in de Stuurgroep Delta Maas (SDM). De afstemming over de onderwerpen zoetwatervoorziening (Deltaplan Hoge Zandgronden) en waterkwaliteit (Kaderrichtlijn Water) gebeurt in een aparte, gecombineerde stuurgroep: het Regionaal Bestuurlijke Overleg Maas/Delta Hoge Zandgronden. Maatschappelijke organisaties adviseren via de Klankbordgroep Maas.

Onder de Stuurgroep Delta Maas nemen alle partijen deel aan regioprocessen voor grote Maasprojecten. Dit geldt voor de Maasvallei (Maastricht-Mook), de Bedijkte Maas (Mook-Geertruidenberg) en het Verbindingsgebied (Bergen-Grave). Dit laatste gebied overlapt met de Maasvallei en de Bedijkte Maas en is in het leven geroepen om de maatregelen in de twee gebieden goed op elkaar te laten aansluiten.

Rijnmond-Drechtsteden:
Rijnmond-Drechtsteden zet de samenwerking in de regio voort op het niveau van het hele gebied. In september 2014 is na een constituerend beraad, waarin de bestuurders gezamenlijk overeenstemming hebben bereikt over de organisatie in de nieuwe fase, het Gebiedsoverleg Rijnmond-Drechtsteden opgericht. Het gebiedsoverleg bestaat uit vertegenwoordigers van alle betrokken overheden. Het volgt de voortgang van de uitvoering van de voorkeursstrategie en ziet toe op de samenwerking voor heel Rijnmond-Drechtsteden. Het Gebiedsoverleg stuurt geen individuele projecten en onderzoeken aan, maar richt zich op de bijdrage van maatregelen en projecten aan de doelen van de voorkeursstrategie.

Voor zoetwater is het bestuurlijk overleg apart georganiseerd. De voortgang van de zoetwatermaatregelen en de programmering worden besproken in het Gebiedsoverleg Rijnmond-Drechtsteden. De conclusies worden als advies aan het Bestuurlijk Platform West-Nederland meegegeven. Daarnaast zijn er zowel ambtelijke als bestuurlijke personele unies georganiseerd.

Maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en het bedrijfsleven zijn betrokken bij de uitvoering en via jaarlijkse bijeenkomsten. 

Drie generieke thema’s

Waterveiligheid:
Voor het proces en de inhoud van het generieke thema waterveiligheid blijft de lijnorganisatie van het ministerie van Infrastructuur en Milieu verantwoordelijk. Voor de uitwerking en de uitvoering spelen de waterbeheerders en met name de waterschappen een belangrijke rol. Voor de wettelijke verankering voor de nieuwe normen is een overleg ingericht met vertegenwoordiging van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en de portefeuillehouders van de koepels Unie van Waterschappen (UvW), Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en Interprovinciaal Overleg (IPO). Ook de Stuurgroep Water wordt in dit traject benut.

De uitvoering van waterveiligheidsmaatregelen vindt voor het grootste deel plaats via het Hoogwaterbeschermingsprogramma, waarin de waterschappen en het ministerie van Infrastructuur en Milieu (Rijkswaterstaat) in een alliantie samenwerken.

Veiligheidsregio’s zijn verantwoordelijk voor de plannen rond rampenbeheersing bij overstromingen en de afspraken die daarvoor nodig zijn. In de regio wordt de link met de veiligheidsregio’s gelegd via de burgemeesters en dijkgraven die bij de gebiedsoverleggen zijn betrokken. IJsselmeergebied zet vooralsnog in op één bestuurlijke vertegenwoordiger in het Bestuurlijk Platform namens de tien betrokken veiligheidsregio’s. De Stuurgroep Management Overstromingen vervult een centrale regierol en zorgt landelijk voor de verbinding met de veiligheidsregio’s. De beleidsmatige verantwoordelijkheid voor de rampenbeheersing ligt bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Zoetwater:
Het Bestuurlijk Platform Zoetwater (BPZ) wordt voortgezet als coördinerend bestuurlijk overleg. Het BPZ bestaat uit vertegenwoordigers van de zoetwaterregio’s, Interprovinciaal Overleg (IPO), Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Unie van Waterschappen (UvW) en ministerie van Infrastructuur en Milieu (Directoraat-Generaal Ruimte en Wateren Rijkswaterstaat) en heeft een onafhankelijke voorzitter. De Vereniging van drinkwaterbedrijven in Nederland (Vewin) en het ministerie van Economische Zaken zijn agendalid. Het BPZ overlegt twee keer per jaar met de sectoren. Gebruikers sluiten dan aan bij het BPZ. In de gebieden waar zoetwater in een apart bestuurlijk overleg wordt besproken, leggen bestuurders die zowel in het gebiedsoverleg als in het bestuurlijk overleg over zoetwater deelnemen de verbinding met het gebiedsoverleg.

Ruimtelijke adaptatie:
Het Bestuurlijk Platform Ruimtelijke Adaptatie heeft een coördinerende en sturende functie voor de implementatie van de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie en de uitwerking van het stimuleringsprogramma. Het platform is samengesteld uit vertegenwoordigers van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (Directoraat-Generaal Ruimte en Water en Rijkswaterstaat), Interprovinciaal Overleg (IPO), Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en Unie van Waterschappen (UvW).Voor de uitvoering van de afspraken over nationale vitale en kwetsbare functies zijn er een interdepartementale werkgroep en een directeurenoverleg van de ministeries van Infrastructuur en Milieu, Veiligheid en Justitie, en Economische Zaken. 

Samenhang op nationaal niveau
De Stuurgroep Deltaprogramma blijft belangrijk voor de inhoudelijke bestuurlijke afstemming; voor verbinding en samenhang van de thema’s en gebieden en voor de advisering van de deltacommissaris, om zo te komen tot het voorstel voor het jaarlijkse Deltaprogramma. Alle lijnen komen samen in de Stuurgroep Deltaprogramma. Van elk gebiedsoverleg en bestuurlijk platform is een bestuurder vertegenwoordigd in de stuurgroep. Daarnaast nemen de voorzitters van de koepels van Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Interprovinciaal Overleg (IPO) en Unie van Waterschappen (UvW) deel aan de Stuurgroep Deltaprogramma. Namens de Rijksoverheid zijn dat de directeuren-generaal van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat en het ministerie van Economische Zaken. De deltacommissaris is voorzitter van dit overleg.

Finale bestuurlijke afstemming over het jaarlijkse voorstel van de deltacommissaris voor het Deltaprogramma vindt plaats in het Nationaal Bestuurlijk Overleg (NBO). De minister van Infrastructuur en Milieu zit het NBO voor. Met ingang van 2015 is het NBO gecombineerd met de Stuurgroep Water.

De deltacommissaris heeft een kleine staf, die hem ondersteunt bij zijn wettelijke taken. De staf zorgt voor de verbindingen: ‘liaisons’ onderhouden contacten met de (regionale) interbestuurlijke verbanden en alle betrokken partijen. De deltacommissaris en zijn staf bewaken samenhang, integraliteit en consistentie bij het uitwerken van de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën, de voortgang van de uitvoering van het programma en de kennisagenda.

Betrokkenheid bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en burgers

In de nieuwe fase van het Deltaprogramma ligt het accent op de uitwerking en de uitvoering. Contacten met de ingenieurs en de uitvoerders in de waterbouw, met het bedrijfsleven, met maatschappelijke organisaties en met burgers worden nog belangrijker. 

Maatschappelijke organisaties worden in alle gebieden betrokken, ook op het niveau van individuele projecten. Nationaal verloopt de betrokkenheid van maatschappelijke organisaties via het Overleg Infrastructuur en Milieu (OIM). (Zie het advies over Deltaprogramma 2016 in achtergronddocument B.) Ook voor de generieke thema’s speelt het OIM een belangrijke rol voor het betrekken van maatschappelijke organisaties.

Om de deltacommunity te blijven verbinden en kennis te delen, organiseert de deltacommissaris samen met de koepels ook in 2015 het Nationaal Deltacongres.

Hoe concreter de projecten worden, hoe belangrijker de participatie van en communicatie met omwonenden en direct betrokkenen. Alle partners zijn zich ervan bewust dat goed omgevingsmanagement onmisbaar is voor een voortvarende uitvoering van het Deltaprogramma. Waar nodig of gewenst levert de deltacommissaris daar persoonlijk een bijdrage aan.

Het Deltaprogramma werkt onder meer met joint fact finding aan actuele, duidelijke, complete en toegankelijke informatie. De informatie wordt ontsloten via de up-to-date website www.deltacommissaris.nl en de nieuwsbrief DeltaNieuws en verwerkt in de updates van communicatiemiddelen. Tevens faciliteert het Deltaprogramma de gebieden met kernboodschappen en een standaardpresentatie, bedoeld om de context van het Deltaprogramma regionaal en lokaal goed uit te leggen. Organisaties zijn betrokken en geïnformeerd middels diverse Deltaprogrammabrede of thematische bijeenkomsten over bijvoorbeeld het nieuwe waterveiligheidsbeleid.

Het Deltaprogramma neemt tevens deel in publiekscommunicatie van alle waterpartners, gericht op het vergroten van waterbewustzijn via Ons Water, met onder meer het platform www.onswater.nl. Het publiek vindt hier op postcodeniveau relevante, watergerelateerde informatie. Met de Deltaviewer (www.deltaviewer.nl) kan een breed publiek een digitale, interactieve encyclopedie raadplegen over verleden, heden en toekomst van het waterbeheer in Nederland, inclusief de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën. Naast informatie bevat de Deltaviewer games, filmpjes en animaties.


Overleg Markermeerdijken

Ruim 33 kilometer Markermeerdijken tussen Hoorn en Amsterdam zijn in 2006 bij de toetsronde van het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma afgekeurd. De dijken zijn niet stabiel genoeg om 1,2 miljoen Noord-Hollanders tegen overstromingen te beschermen. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier maakt plannen om de dijken tussen 2016 en 2021 te versterken. Een complexe opgave aangezien de dijk een geliefd cultuurhistorisch monument is met karakteristieke dorpen, hoge natuurwaarden aan beide zijden en aantrekkelijke recreatieve mogelijkheden. Versterken is daarom maatwerk, waarbij het waterschap nauw samenwerkt met de provincie, gemeenten en bewoners. Er zijn en worden bewonersateliers en bijeenkomsten met adviesgroep en gemeenten georganiseerd om de meekoppelkansen en de betekenis van nieuwe kennis en de nieuwe normering te bespreken. 

In maart 2015 gingen de deltacommissaris, de dijkgraaf van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, de directeur-generaal Ruimte en Water van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en gedeputeerde van de provincie Noord-Holland in gesprek met de Adviesgroep Markermeerdijken. De adviesgroep is samengesteld uit vertegenwoordigers van verschillende belangengroepen op en rond de dijk. Aanleiding voor het gesprek waren vragen over nut en noodzaak van versterking van de Markermeerdijken, onder meer in relatie tot het Deltaprogramma. In mei 2015 vond een vervolgbijeenkomst plaats in de vorm van een technische briefing. Hier was behoefte aan, omdat er veel vragen waren over de noodzaak van dijkversterking, het waterhuishoudkundig functioneren van het Markermeer in zijn omgeving onder extreme omstandigheden en de kansen en effecten van pompen. 

Na de zomer worden de resultaten verwacht van diverse studies, zoals de impactanalyse van de nieuwe normen, het onderzoek naar dijken op veen en het onderzoek naar kort cyclisch versterken. Na de vervolgbijeenkomst is daar op verzoek van de bewoners een onderzoek aan toegevoegd om te kijken in hoeverre extra pompen op de Houtribdijk kunnen leiden tot een vermindering van de opgave voor dijkversterking. In september 2015 start naar verwachting het werken aan een oplossingsrichting, in alliantievorm met een marktpartij en met de informatie die op dat moment beschikbaar is.



Delta Experience Center in Dordrecht

Eind 2017 opent het Delta Experience Center in Dordrecht. Dit is een nationaal belevingscentrum om bewoners, toeristen en relaties een spraakmakende en leerzame beleving te bieden over wonen en werken in de delta. Het centrum biedt de bezoekers:

  • overzicht van de identiteit van de regio en de verbinding met de omgeving;
  • inzicht in de geschiedenis en de toekomst van de regio;
  • inzicht in wat het Deltaprogramma inhoudt, hoe bedrijven en overheden daarop inspelen en wat bedrijven en instellingen in de regio te bieden hebben;
  • uitzicht over stad en water.

Het Delta Experience Center in Dordrecht is, naast een belevingscentrum, ook bedoeld als een expertisecentrum voor overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven en als showcase van meerlaagsveiligheid op het Eiland van Dordrecht. Het Delta Experience Center is een particulier initiatief.


  1. Instructie gebruik Deltaprogramma 2016
  2. Deltaprogramma in kaart
  3. Inleidende samenvatting
    1. En nu begint het pas echt
  4. Uitwerking en implementatie deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    1. Verankering deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    2. Implementatie van de deltabeslissingen
      1. Deltabeslissing Waterveiligheid
      2. Deltabeslissing Zoetwater
      3. Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie
      4. Deltabeslissing IJsselmeergebied
      5. Deltabeslissing Rijn-Maasdelta
      6. Beslissing Zand
    3. Voorkeursstrategieën
      1. Voorkeursstrategie IJsselmeergebied
      2. Voorkeursstrategie Rivieren
      3. Voorkeursstrategie Rijnmond-Drechtsteden
      4. Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta
      5. Voorkeursstrategie Kust
      6. Voorkeursstrategie Waddengebied
      7. Hoge Zandgronden
  5. Deltaplan Waterveiligheid
    1. Inleiding
    2. Voortgang onderzoeken Deltaprogramma 2015
    3. Hoogwaterbeschermingsprogramma
    4. Verkenningen
    5. Planuitwerkingen
    6. Realisatie
    7. Beheer, onderhoud en vervanging
  6. Deltaplan Zoetwater
    1. Programmering en voortgang onderzoeken en maatregelen (2016-2021)
    2. Vooruitblik op toekomstige programmering (>2021)
    3. Voortgang andere relevante lopende projecten
  7. Het Deltafonds: financieel fundament onder het Deltaprogramma
    1. Inleiding
    2. De stand van het Deltafonds
    3. Middelen van andere partners
    4. De financiële opgaven van het Deltaprogramma
  8. Organisatie en aanpak van het Deltaprogramma
    1. Werkwijze Deltaprogramma en vervolgorganisatie
    2. Kennis, markt en innovatie
    3. Internationale samenwerking
    4. De systematiek 'meten, weten, handelen'
  9. Bijlagen
    1. Bijlage 1 - Werkwijze voor de Zoetwaterprogrammering
    2. Bijlage 2 - Geactualiseerde kennis- en onderzoeksagenda Zoetwater
    3. Bijlage 3 - Voortgang afspraken vitale en kwetsbare functies
      1. Bijlage 3.1 - Aanpak nationale vitale en kwetsbare functies
      2. Bijlage 3.2 - Voortgang in het eerste verslagjaar - samenvatting
      3. Bijlage 3.3 - Voortgang per functie
    4. Achtergronddocumenten en downloads
    5. Colofon