2.2.3

Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie

Kern van de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is de ambitie van alle overheden samen dat Nederland in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. 

Om de ambitie te realiseren moeten waterveiligheid en klimaatbestendigheid integraal meegewogen worden bij het plannen van ruimtelijke ontwikkelingen, bij herontwikkeling en bij investeringen in beheer en onderhoud. Dit is een complexe opgave, want het vereist samenwerking van vele actoren op lokaal en regionaal niveau. Het programma Ruimtelijke adaptatie wil bereiken dat overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties vanaf 2020 klimaatbestendig en waterrobuust handelen. Ieder vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid, in onderlinge samenwerking. Het programma richt zich op het bevorderen van deze transitie. Verder kiest het programma nadrukkelijk voor meekoppelen in de uitvoering, omdat ruimtelijke adaptatie of klimaatadaptatie vrijwel nooit de enige doelstelling is van ruimtelijke ontwikkeling.

Het afgelopen jaar zijn belangrijke stappen gezet om deze ambitie te realiseren in de vorm van het opzetten van een stimuleringsprogramma, een monitoringsplan inclusief een nulmeting en afspraken over de aanpak van nationale vitale en kwetsbare functies. Over de wijze van opnemen van de watertoets in de Omgevingswet bestaat overeenstemming.


‘Weten, willen, werken’

Drie stappen vormen de strategie voor het realiseren van de ambitie waterrobuust en klimaatbestendig inrichten:

  1. ‘weten’: analyse van waterrobuustheid en klimaatbestendigheid in eigen plangebied;
  2. ‘willen’: vertaling van deze analyse naar een gedragen ambitie en adaptatiestrategie met concrete doelen;
  3. ‘werken’: beleidsmatige en juridische doorwerking van deze ambitie in beleidsuitvoering.

Stimuleringsprogramma

Het Stimuleringsprogramma Ruimtelijke adaptatie ondersteunt de transitie naar een klimaatbestendige en waterrobuuste ruimtelijke inrichting door:

  • beschikbare kennis te verspreiden;
  • kennisontwikkeling in projecten te bevorderen;
  • kennisuitwisseling in netwerken te organiseren;
  • een markt voor klimaatadaptieve goederen en diensten te bevorderen.

Beschikbare kennis verspreiden

Overheden en marktpartijen – zowel landelijk en regionaal als lokaal – en particulieren kunnen voor expertise terecht bij het Stimuleringsprogramma Ruimtelijke adaptatie. De coördinatie- en adviesteams bestaan uit deskundigen bij waterschappen, gemeenten, provincies, Rijk en derden. Het coördinatieteam kan bijvoorbeeld helpen bij het starten van een Stresstest Klimaatbestendigheid, die inzicht geeft hoe klimaatschade voorkomen of beperkt kan worden. Het adviesteam kan helpen bij problemen die zich voordoen bij klimaatadaptieve projecten. De teams bevorderen ook dat partijen gebruikmaken van het kennisportaal www.ruimtelijkeadaptatie.nl

Kennisportaal

Het kennisportaal www.ruimtelijkeadaptatie.nl is een digitaal platform dat kennis en informatie over ruimtelijke adaptatie samenbrengt en beschikbaar maakt. De Handreiking ruimtelijke adaptatie is volledig geïntegreerd in dit platform en biedt overheden en marktpartijen ondersteuning om de stappen ‘weten, willen, werken’ te doorlopen. Per onderdeel zijn voorbeelden van maatregelen en instrumenten beschikbaar. Het portaal bevat bijvoorbeeld het instrument Klimaateffectatlas, dat in vogelvlucht de bedreigingen van een bepaald(e) gebied en/of sector in kaart brengt.


Waterrobuust Betondorp

De wijk Betondorp in Amsterdam Oost was aan groot onderhoud toe. De riolering van de wijk moest worden vervangen en de inrichting van de openbare ruimte liet te wensen over. Het stadsdeel Oost van de gemeente Amsterdam en Waternet hebben samen met vele partijen de handen ineengeslagen om de wijk tegelijkertijd bestendiger te maken tegen hevige regenbuien. Door het verminderen van de hoeveelheid verhard oppervlak, afwatering via sloten en de aanleg van wadi’s en groene daken wordt de situatie verbeterd. Betondorp heeft hiervoor de Peilstok 2014 gewonnen. Dit is een prijs van het ministerie van Infrastructuur en Milieu voor projecten die anderen inspireren om klimaatbestendig en waterrobuust te denken en te handelen.


Kennisontwikkeling in impactprojecten

Het Stimuleringsprogramma Ruimtelijke adaptatie ondersteunt projecten – zogenoemde impactprojecten – die pionierswerk verrichten en waarvan een voorbeeldwerking uitgaat in de transitie naar waterrobuust en klimaatbestendig inrichten. In december 2014 zijn voor de eerste tranche de volgende vijf impactprojecten geselecteerd:

  • Klimaatbestendig Land van Cuijk
  • Klimaatadaptieve stad Hoogeveen
  • Gebiedsontwikkeling Kop van de Betuwe
  • Meerlaagsveiligheid op de WaddeneilandenHet
  • Programma Ontwikkeling Veengebied Woerden

In juli 2015 is een tweede tranche van impactprojecten geselecteerd. De volgende projecten zijn gekozen:

  • Proeftuin Klimaatblok Agniesebuurt/Zomerhofkwartier in Rotterdam
  • Samen met verzekeraars naar een regenbestendige stad (Amsterdam)
  • Adaptatieagenda voor het buitendijks gebied van Dordrecht en Rotterdam
  • Differentiatie belastingen voor klimaatadaptieve gebouwen (landsdekkend initiatief)
  • Robuust watersysteem in Zeeuws-Vlaanderen

Land van Cuijk

De gemeenten Boxmeer, Cuijk, Grave, Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis, Waterschap Aa en Maas en provincie Noord-Brabant, verenigd in de Klimaatcoalitie Land van Cuijk, hebben het thema klimaatbestendigheid op de kaart gezet in de noordoostelijke hoek van Noord-Brabant. Om dit vast te leggen, ondertekenden de bestuurders van deze partijen op 27 maart 2015 de intentieverklaring Klimaatbestendig Land van Cuijk. De klimaatcoalitie gaat ambitieus aan de slag om samen met andere partijen, zoals ZLTO, GGD en de Brabantse Milieufederatie de knelpunten op te lossen en kansen te verzilveren. Knelpunten zijn bijvoorbeeld bodemdegradatie, wateroverlast en hittestress bij ouderen. Bij kansen gaat het onder andere om nieuwe landgoederen, recreatiehubs, en landbouwcorporaties nieuwe stijl. Deze kansen worden in de komende periode verder uitgediept en in projecten vertaald. Klimaatbestendig Land van Cuijk is een van de impactprojecten van het Stimuleringsprogramma Ruimtelijke adaptatie.


Ondertekende intentieverklaringen Ruimtelijke adaptatie

Waterrobuust en klimaatbestendig inrichten maken in steeds meer gevallen integraal onderdeel uit van de afwegingen rondom ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen in binnen- en buitendijks gebied. Vanaf de start tijdens het Festival Ruimtelijke Adaptatie op 9 oktober 2014 hebben ruim 100 bedrijven, overheden, kennis- en onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties de Algemene Intentieverklaring Ruimtelijke Adaptatie getekend. Hiermee geven deze partijen aan dat hun doel is dat klimaatbestendig en waterrobuust inrichten uiterlijk in 2020 integraal onderdeel is van hun beleid en handelen en dat ze daarbij kennis delen en samenwerking zoeken. Bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van producten voor een klimaatbestendige infrastructuur. Het Stimuleringsprogramma organiseert thematische bijeenkomsten in diverse netwerken voor onderlinge uitwisseling van kennis en verdieping van de bestaande kennis.


Nieuw kernteam ‘Water en ruimtelijke ordening’

Gemeenten in Zuid- en Midden-Limburg en het Waterschap Roer en Overmaas hebben uitwerking gegeven aan de Algemene Intentieverklaring Ruimtelijke Adaptatie door samenwerking te zoeken bij het voorkomen van wateroverlast bij zware regenbuien. Hiervoor is een kernteam ‘Water en ruimtelijke ordening’ ingesteld. Het team levert in 2015 drie producten op:

  • een overzicht van plekken waar wateroverlast nu al een probleem is;
  • een advies om deze knelpunten zowel op korte als lange termijn op te lossen, bijvoorbeeld door bij het maken van ruimtelijke plannen, zoals een groenplan of een verkeersplan, vanaf het begin met deze knelpunten rekening te houden;
  • een implementatieplan dat moet zorgen voor bewustwording bij burgers en hun rol bij het waterbeheer op het eigen perceel.

Gezamenlijk monitoringsplan

Rijk, gemeenten, waterschappen en provincies hebben een gezamenlijk monitoringsplan opgesteld, bedoeld om te volgen hoe waterrobuust en klimaatbestendig inrichten onderdeel wordt van hun beleid en uitvoering. Hiervoor wordt een jaarlijkse enquête gehouden bij gemeenten, provincies en waterschappen, aangevuld met interviews bij onder andere het Rijk.

De enquête behandelt de stappen van de werkwijze ‘weten, willen, werken’ voor de vier dreigingen wateroverlast, droogte of (grond)watertekorten, overstromingsrisico’s en hittestress (zie het kader ‘Weten, willen, werken’). De eerste enquête is in maart 2015 gehouden en betreft een nulmeting. In de nulmeting staat kennis over de gevolgen van klimaatverandering in gebieden centraal (‘weten’).

Gemeenten, waterschappen, provincies en Rijk zijn allemaal met de thema’s van de dreigingen aan de slag, waarbij de waterschappen het verst gevorderd lijken te zijn. Bij de gemeenten is de variatie groot. Alle partijen zijn bekend met de gevolgen van klimaatverandering voor wateroverlast, waterveiligheid en droogte, maar zijn minder goed op de hoogte van de gevolgen voor hittestress. Provincies geven veel aandacht aan wateroverlast vanuit het regionale watersysteem, omdat zij daarvoor de normen vaststellen. Waterschappen en provincies geven daarnaast veel aandacht aan waterveiligheid (overstromingsrisico’s). Dit thema staat hoog op de politieke agenda en in het beleid wordt er rekening mee gehouden. Bij gemeenten is dat iets minder het geval. Gemeenten pakken vooral wateroverlast aan. Droogte krijgt nog nauwelijks aandacht. Waterschappen en provincies doen dat in toenemende mate. Gemeenten, provincies en waterschappen zijn zich wel bewust van hittestress, maar houden er nog nauwelijks rekening mee (klik hier voor de definitieve rapportage).

In 2016 en 2017 wordt de enquête herhaald. De resultaten geven inzicht in de voortgang en waar extra ondersteuning en/of aanvullend instrumentarium nodig is  voor realisatie van de doelstelling dat waterrobuust en klimaatbestendig inrichten uiterlijk in 2020 onderdeel is van het handelen van alle overheden.

Om de voortgang in beeld te brengen, is meer nodig dan alleen gegevens meten. De ambitie is tevens gericht op leren van elkaar en gezamenlijk nadenken over beleid en uitvoering. Hiertoe worden op basis van de resultaten van de enquête één of meer thematische leerbijeenkomsten georganiseerd waar deelnemers kennis en ervaring kunnen delen, zoals over financiering van maatregelen.

Vitale en kwetsbare functies

Het Rijk zorgt ervoor dat nationale vitale en kwetsbare functies uiterlijk in 2050 beter bestand zijn tegen overstromingen. Per functie is in DP2015 een pad uitgezet, bestaande uit de stappen ‘weten, willen, werken’ (zie kader) om de waterrobuuste inrichting in 2050 te bereiken.

Er zijn hiervoor afspraken gemaakt met de ministeries die verantwoordelijk zijn voor de vitale en kwetsbare functies of onderdelen daarvan. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu coördineert de aanpak, in nauwe samenwerking met andere beleidstrajecten, zoals Herijking Vitale Infrastructuur (waarin een benadering centraal staat die alle risico’s omvat), de Nationale adaptatiestrategie (gericht op alle klimaatgerichte dreigingen) en de Module Evacuatie Grote Overstromingen (ter bevordering van de zelfredzaamheid van burgers en bedrijven).

Voor vrijwel alle nationale vitale en kwetsbare functies is de afgelopen periode onderzoek gestart als onderdeel van de stap ‘weten’. Voor de meeste functies zijn activiteiten in de stappen ‘willen’ en ‘werken’ later in het traject voorzien, dat doorloopt tot 2050.

Een uitgebreide beschrijving van de voortgang van de aanpak en de plannen voor de komende periode per functie staat in bijlage 3. Tabel 1 geeft een samenvattend overzicht.

  • Voor de vitale en kwetsbare functie ‘nucleair’ is de cyclus ‘weten, willen, werken’ geheel doorlopen en afgerond. Deze functie voldoet aan de doelstelling van een waterrobuuste inrichting.
  • Voor elektriciteit, aardgas, publiek netwerk van telecom/ICT en drinkwater is de cyclus al een keer geheel doorlopen, maar zijn de stappen nog niet afgerond. Dit betekent dat risico’s gedeeltelijk in beeld zijn, dat een gedeeltelijke keuze is gemaakt in het ambitieniveau en stappen zijn gezet in de borging, implementatie en uitvoering.
  • Voor olie, afvalwater en infectieuze stoffen/genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) is het ambitieniveau ook deels vastgelegd.
  • Voor de overige functies, te weten het basisvoorzieningen respons telecom/ICT, gezondheid (ziekenhuizen), gemalen, het hoofdwegennet en chemie lopen analyses en onderzoeken naar de risico’s van een overstroming in de betreffende sector.
Tabel 1

Indicatie van de voortgang per functie in bereiken waterrobuuste inrichting

Ervaringen uit gebieden zoals Botlek, Zeeland, Westpoort Amsterdam en de IJssel-Vechtdelta worden op verschillende manieren benut:

  • bij het uitwerken van de aanpak van vitale en kwetsbare functies;
  • voor de afbakening tussen de nationale en de regionale verantwoordelijkheden;
  • om zicht te krijgen op de afhankelijkheden en relaties tussen functies.

Tevens wordt in samenwerking met Wageningen University & Research Centre en de Hogeschool Zeeland gewerkt aan een internationale vergelijking van beleid voor vitale en kwetsbare functies en een kennisoverzicht van de ketenafhankelijkheden van vitale en kwetsbare functies in relatie tot overstromingsrisico’s.


Waterbestendig Westpoort

Westpoort, het havengebied van Amsterdam, herbergt een groot aantal vitale en kwetsbare functies die van cruciaal belang zijn voor het functioneren van de stad en haar omgeving. Bij een overstroming zijn de gevolgen groot, omdat een veel groter gebied ontwricht raakt door de keteneffecten die optreden. De gemeente Amsterdam en Waternet hebben samen met partneroverheden in de regio de Deltastrategie Regio Amsterdam ontwikkeld. Deze strategie voor een waterrobuuste ontwikkeling is gebaseerd op onderzoek naar de gevolgen van klimaatverandering voor de opgaven op het gebied van ruimte en water in de regio. Deze coalitie gaat gezamenlijk een adaptatiestrategie ontwikkelen voor vitale en kwetsbare infrastructuur in Westpoort voor de korte én de lange termijn. Daarnaast biedt deze pilot op nationaal niveau inzicht in hoe een gebiedsgerichte aanpak kan bijdragen aan een betere bescherming van vitale functies tegen overstromingen, aanvullend op de aanpak van nationale vitale en kwetsbare functies. In de pilot is zowel aandacht voor de korte termijn – die met name is gericht op verbetering van de crisisbeheersing – als voor de lange termijn, waarbij het accent ligt op ruimtelijke inrichting.De Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland werkt aan een kortetermijnstrategie voor crisisbeheersing. Deze strategie wordt eind 2015 tijdens een bestuurlijke conferentie besproken. Begin 2017 kan de adaptatiestrategie vitaal en kwetsbaar Westpoort worden afgerond. DP2017 zal over de voortgang rapporteren.


Behoud van watertoets

De watertoets wordt in gemoderniseerde vorm opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dit besluit is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) onder de Omgevingswet. Hierover bestaat overeenstemming tussen de betrokken partijen. Het doel van de watertoets blijft onder de Omgevingswet hetzelfde. De watertoets is erop gericht de waterbeheerder bij omgevingsplannen en projecten vroeg in het planproces te betrekken. In het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt een instructieregel opgenomen dat bij de vaststelling van een omgevingsplan (de opvolger van het bestemmingsplan) rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Bij een duiding van die gevolgen moet de gemeenteraad de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. 


Nationale adaptatiestrategie (NAS)

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu coördineert als verantwoordelijk bewindspersoon voor het klimaatbeleid het opstellen van een Nationale adaptatiestrategie (NAS). De NAS bestaat uit twee delen: een strategie voor de komende 20 tot 30 jaar en een tweejaarlijkse agenda van activiteiten die door overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties uitgevoerd worden. Het Deltaprogramma geeft met de deltabeslissingen en de voorkeursstrategieën invulling aan deze adaptatiestrategie voor de thema’s waterveiligheid, zoetwatervoorziening en waterrobuust en klimaatbestendig inrichten. Het jaarlijkse Deltaprogramma geeft invulling aan de concrete maatregelen waarmee de strategie wordt gerealiseerd. Hiermee wordt een substantieel deel van de opgaven van de NAS ingevuld. De NAS richt zich op alle mogelijke gevolgen van klimaatverandering, zowel nationaal als internationaal, en kent naast de thema’s uit het Deltaprogramma nieuwe opgaven, zoals gezondheidsrisico’s, verstoring van vitale netwerken door extreme weersomstandigheden en eventuele keteneffecten. Ook worden de effecten van het opschuiven van klimaatzones voor de natuur, landbouw en recreatie meegenomen. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft in 2015 het rapport ‘Aanpassen aan klimaatverandering – kwetsbaarheden zien en kansen grijpen’ als achtergronddocument uitgebracht. De NAS is begin 2016 gereed.


  1. Instructie gebruik Deltaprogramma 2016
  2. Deltaprogramma in kaart
  3. Inleidende samenvatting
    1. En nu begint het pas echt
  4. Uitwerking en implementatie deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    1. Verankering deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    2. Implementatie van de deltabeslissingen
      1. Deltabeslissing Waterveiligheid
      2. Deltabeslissing Zoetwater
      3. Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie
      4. Deltabeslissing IJsselmeergebied
      5. Deltabeslissing Rijn-Maasdelta
      6. Beslissing Zand
    3. Voorkeursstrategieën
      1. Voorkeursstrategie IJsselmeergebied
      2. Voorkeursstrategie Rivieren
      3. Voorkeursstrategie Rijnmond-Drechtsteden
      4. Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta
      5. Voorkeursstrategie Kust
      6. Voorkeursstrategie Waddengebied
      7. Hoge Zandgronden
  5. Deltaplan Waterveiligheid
    1. Inleiding
    2. Voortgang onderzoeken Deltaprogramma 2015
    3. Hoogwaterbeschermingsprogramma
    4. Verkenningen
    5. Planuitwerkingen
    6. Realisatie
    7. Beheer, onderhoud en vervanging
  6. Deltaplan Zoetwater
    1. Programmering en voortgang onderzoeken en maatregelen (2016-2021)
    2. Vooruitblik op toekomstige programmering (>2021)
    3. Voortgang andere relevante lopende projecten
  7. Het Deltafonds: financieel fundament onder het Deltaprogramma
    1. Inleiding
    2. De stand van het Deltafonds
    3. Middelen van andere partners
    4. De financiële opgaven van het Deltaprogramma
  8. Organisatie en aanpak van het Deltaprogramma
    1. Werkwijze Deltaprogramma en vervolgorganisatie
    2. Kennis, markt en innovatie
    3. Internationale samenwerking
    4. De systematiek 'meten, weten, handelen'
  9. Bijlagen
    1. Bijlage 1 - Werkwijze voor de Zoetwaterprogrammering
    2. Bijlage 2 - Geactualiseerde kennis- en onderzoeksagenda Zoetwater
    3. Bijlage 3 - Voortgang afspraken vitale en kwetsbare functies
      1. Bijlage 3.1 - Aanpak nationale vitale en kwetsbare functies
      2. Bijlage 3.2 - Voortgang in het eerste verslagjaar - samenvatting
      3. Bijlage 3.3 - Voortgang per functie
    4. Achtergronddocumenten en downloads
    5. Colofon