2.3.2

Voorkeursstrategie Rivieren

De kern van de voorkeursstrategie Waterveiligheid voor het rivierengebied is een krachtig samenspel tussen dijkversterking en rivierverruiming. Met maatwerk wordt ingespeeld op de karakteristieken van de riviertakken en op andere ingrepen langs de rivieren. Voor de zoetwatervoorziening wordt ‘slim watermanagement’ ingezet om het rivierwater beter te kunnen sturen en te benutten in geval van droogte. De optie om water van de Waal naar de Maas te transporteren wordt onderzocht. Daarnaast zijn er in opdracht van Rijkswaterstaat praktijkproeven met langsdammen in de rivieren, die ook in het kader van het Deltaprogramma gemonitord worden.

Dijkversterking en rivierverruiming in een krachtig samenspel

Het is van groot belang om de komende jaren in het rivierengebied te komen tot weloverwogen keuzes voor dijkversterking en rivierverruiming. Hier wordt de komende 35 jaar hard aan gewerkt met ingrijpende maatregelen, conform de nieuwe normen voor de primaire waterkeringen en inzichten, zodat de bescherming van het gebied op het benodigde niveau wordt gebracht. De overstap naar de nieuwe normen is hiermee in volle gang.

De voorkeursstrategie vormt het strategisch kompas voor de maatregelen in het rivierengebied. De gecombineerde inzet van rivierverruimende maatregelen en dijkversterking vereist een zorgvuldig traject van verdere programmering en fasering. Onder andere op basis van effectiviteit bij de nieuwe normen en financiering, maar eventueel ook op basis van monitoring van de daadwerkelijke klimaatontwikkeling.

De voorkeursstrategieën voor Rijn en Maas moeten verder worden uitgewerkt op basis van de nieuwe normen uit de ontwerp Wijziging van de Waterwet. Dit wordt naar verwachting in 2016 afgerond. Voor trajecten waar mogelijk rivierverruiming kan plaatsvinden en waar ook sprake is van een urgente dijkversterking moet tijdig helderheid ontstaan over het effect en de omvang van de (toekomstige) rivierverruimingen, de borging, zicht op financiering en de consequenties voor het ontwerp van de uit te voeren dijkversterkingen. Zoals in DP2015 stond, is een oplossing door dijkversterking aangewezen wanneer deze helderheid niet tijdig binnen de afgesproken termijn kan worden gegeven. Inmiddels werken Rijk en regio onder regionaal voorzitterschap hard aan de uitwerking van de voorkeursstrategie, waarin de samenhang tussen dijkversterking en rivierverruiming centraal staat. Dat gebeurt in parallelle sporen, waarin ook de bedoelde helderheid verkregen wordt.

Twee parallelle sporen

De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft aan het Bestuurlijk Platform Rijn en de Stuurgroep Maas gevraagd om tot een onderbouwd voorstel te komen voor de nadere uitwerking van kansrijke rivierverruimende maatregelen tot circa 2030. Dit voorstel moet ook de samenhang met de dijkversterkingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma en mogelijke startbesluiten voor één of meer MIRT-verkenningen naar rivierverruiming bevatten. Het gaat om één voorstel voor de Rijntakken als geheel, Waal-Merwedes en IJssel samen, en één voor de Maas, waarbij de samenhang tussen beide voorstellen wordt geborgd. De deltacommissaris ziet hierop toe. Het ligt voor de hand om tot en met 2016 (DP2017) twee parallelle sporen te bewandelen.

  1. Het eerste spoor betreft uitwerking van de voorkeursstrategie tot een voortrollende programmering en fasering van de rivierverruimingsprojecten in de tijd, in samenhang met de dijkversterkingen, met een fasering tot en met 2030 en de periode daarna. Het doel is om in 2050 overal aan de nieuwe normen te voldoen. Hierbij wordt voortschrijdende kennis over de effectiviteit en kostenreductie op dijkversterking en overige baten van rivierverruimingsmaatregelen uit de voorkeursstrategie betrokken, omdat dit zicht geeft op financieringsmogelijkheden van rivierverruiming. Voor de Rijn wordt dit op het niveau van de riviertakken uitgewerkt, met bijzondere aandacht voor het splitsingspuntengebied gezien de directe impact van maatregelen in het gebied op de afvoerverdeling. Voor de Maas betreft dit het onderzoek Systeemwerking Maas in de voorkeursstrategie: een verdiepend onderzoek naar de maatregelen ter verbetering van de systeemwerking, de doorwerking van de nieuwe normering en financieringsmogelijkheden.
  2. Het tweede spoor richt zich op het verzoek van de minister en beoogt voorbereiding van besluitvorming over het starten van MIRT-verkenningen voor rivierverruiming in samenhang met dijkversterking per riviertak. De gehanteerde criteria voor selectie van rivierverruiming zijn de bijdrage aan waterveiligheid en de effectiviteit daarvan, meekoppelkansen en draagvlak, cofinanciering door de regio, en bij de startbeslissing zicht op financiering van het totale project. In 2015 wordt via lopend MIRT Onderzoek toegewerkt naar het al dan niet starten van MIRT-verkenningen voor Varik-Heesselt en Rivierklimaatpark IJsselpoort. Verder worden maatregelen overwogen voor de Merwedes en de Maas. Voor de Maas is het streven om medio 2016 startbeslissingen te nemen voor MIRT-verkenningen. Voor de gebiedsontwikkeling Venlo gebeurt dat mogelijk eerder. De deltacommissaris gaat ervan uit dat in 2015 in ieder geval wordt besloten over de start van een MIRT-verkenning voor de hoogwatergeul Varik-Heesselt. 

Wanneer rivierverruiming leidt tot kostenbesparing op dijkversterkingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma, dan kan deze besparing ingezet worden voor de bekostiging van rivierverruimende maatregelen. Rijkswaterstaat ontwikkelt een methode om te bepalen hoeveel geld er uit het Hoogwaterbeschermingsprogramma beschikbaar kan komen voor realisatie van de rivierverruimende maatregelen. Verder maken het Rijk, het Bestuurlijk Platform Rijn, de Stuurgroep Maas en het Hoogwaterbeschermingsprogramma in 2015 gezamenlijke afspraken over de spelregels om het krachtig samenspel tussen rivierverruiming en dijkversterking vorm te geven. Het doel daarbij is om stabiele uitgangspunten te creëren voor versterkingsprojecten, onder meer ten aanzien van de effecten van toekomstige rivierverruiming op de waterstanden die in de berekening betrokken worden. Hiertoe behoren ook afspraken over het omgaan met de onzekerheden en risico’s. Het Rijk komt in de samenwerkingsverbanden van het Bestuurlijk Platform Rijn, de Stuurgroep Maas en het Hoogwaterbeschermingsprogramma tot deze uitgangspunten. Dit creëert duidelijkheid voor de realisatie van de voorkeursstrategie. In verband met het verdiepend onderzoek voor de gehele Maas waartoe in de vorige fase van het Deltaprogramma is besloten, kan dit voor de Maas uitlopen naar medio 2016. Een totaalvoorstel is nodig vanwege de evidente samenhang tussen ruimte, waterstandsstijging en dijkversterking over de riviertakken. In DP2017 wordt door de deltacommissaris op grond van de nadere uitwerking van de voorkeursstrategieën aangegeven hoe we toewerken naar een totaalvoorstel met concrete uitwerking tot 2030 en een programmatische aanpak tot 2050, inclusief financiële consequenties.

Rijn

De voorkeursstrategie Rijn wordt primair uitgewerkt op het schaalniveau van de afzonderlijke riviertakken (Waal, IJssel, Nederrijn-Lek). Op het niveau van de gehele Rijn vindt afstemming en samenwerking plaats over riviertakoverstijgende aspecten en wordt de samenhang bewaakt tussen keuzes voor dijkversterkingen en gecombineerde projecten zoals rivierverruiming.

Waal en Merwedes
Op de Waal gaat het om het traject met de meest urgente projecten in het Hoogwaterbeschermingsprogramma, namelijk Waardenburg-Tiel en Gorinchem-Waardenburg, in combinatie met de rivierverruimende projecten uit de voorkeursstrategie die daar de grootste samenhang mee hebben, respectievelijk Varik-Heesselt en Sleeuwijk. 

Voor de Waal is in het najaar van 2014 een nadere verdiepingsslag gestart voor het traject Varik-Heesselt op basis van joint fact finding met alle betrokken partijen. Deze geeft inzicht in de kosten en mate van risicoreductie (bijdrage aan waterveiligheid) en besparing die de rivierverruiming oplevert voor de dijkversterkingsprojecten. Het doel is om voldoende zicht op financiering voor de brede gecombineerde oplossingen te krijgen en de juiste uitgangspunten voor de dijkversterkingsprojecten in het Hoogwaterbeschermingsprogramma aan te reiken, zodat in het najaar van 2015 besloten kan worden over het al dan niet starten van een MIRT-verkenning.

De voorkeursstrategie Rivieren omvat ook een samenhangend pakket rivierverruimende maatregelen voor de Merwedes. Deze maatregelen hebben een directe relatie met het urgente dijkversterkingstraject Gorinchem-Waardenburg. Inmiddels loopt de studie naar de dijkverlegging Werkendam. De provincie Noord-Brabant is trekker van deze studie, waarbij verder alle partijen langs de Boven-Merwede betrokken zijn. De uitkomst moet duidelijk maken of een dijkverlegging deel gaat uitmaken van de voorkeursstrategie. De provincie Zuid-Holland zal nader onderzoek starten naar de kansrijkheid van de buitendijkse maatregelen in de uiterwaarden bij Avelingen.

Direct grenzend aan de Merwedes heeft de provincie Gelderland het zogenoemde ‘bewonersalternatief’ bij Brakel (op de Waal) verder uitgewerkt als alternatief voor de dijkteruglegging uit de voorkeursstrategie.

In de voorkeursstrategie is de nevengeul Sleeuwijk voor de Waal als mogelijke kansrijke maatregel benoemd. De provincie Noord-Brabant heeft het initiatief genomen om in 2015 en 2016 samen met partijen nader te onderzoeken of deze rivierverruimingsmaatregel voldoende potentie heeft om een kansrijk project te worden. De genoemde projecten langs en grenzend aan de Merwedes moeten in samenhang worden bezien.

IJssel
Op de IJssel gaat het qua samenhang in eerste instantie om het traject met de dijkversterkingen rondom Kampen en Mastenbroek IJssel, waar sterke samenhang is met de rivierverruiming Reevediep 1e en 2e fase (voorheen bypass Kampen). Voor deze dijkversterkingen wordt gestart met een vervroegde verkenningsfase. Zo wordt de tijd genomen om de verkenningsfase zorgvuldiger voor te bereiden, zodat de veiligheidsopgave duidelijker wordt en meekoppelkansen beter in beeld komen. De relatie met het Reevediep wordt hierbij beter uitgewerkt.

Daarnaast zijn er op de IJssel kansen voor brede gecombineerde oplossingen rondom Rivierklimaatpark IJsselpoort. Hier zijn op dit moment geen afgekeurde dijkvakken, maar met het oog op de nieuwe normering wordt samenloop gezien tussen de rivierverruiming in het gebied van IJsselpoort en de toekomstige dijkversterkingsopgave in dit gebied. Dit project ontwikkelt ook de ‘natuur van de toekomst’ overeenkomstig de Natuurambitie Grote Wateren.

Voor het Rivierklimaatpark IJsselpoort wordt toegewerkt naar het kunnen nemen van een startbesluit over een MIRT-verkenning in najaar 2015. Het onderzoek hiervoor moet inzicht geven hoe de rivierverruimende maatregelen in samenhang met de integrale en breedgedragen visie voor het IJsselpoortgebied kunnen bijdragen aan de waterveiligheidsopgave en welke besparing de rivierverruiming oplevert voor uitvoering van dijkversterkingsprojecten.

Nederrijn-Lek
Waterschap Vallei en Veluwe start samen met de provincies Utrecht en Gelderland, de gemeente Wageningen en andere belanghebbenden een breed onderzoek Grebbedijk naar de mogelijke verbindingen tussen waterveiligheid, natuur, economie en recreatie. De resultaten van dit onderzoek moeten de mogelijkheden van het verbreden of het versnellen van de Grebbedijk duidelijk maken.

De Projectoverstijgende Verkenning (POV) Centraal Holland verkent welke maatregelen nodig zijn om het overstromingsrisico van Centraal Holland te verkleinen. De strategie is dat het veiligheidstekort als gevolg van de afgekeurde C-keringen het beste kan worden opgelost door de dijken langs de Nederrijn en de Lek te versterken. Daarbij wordt dan tegelijk rekening gehouden met de nieuwe normering voor deze dijken. De POV betreft een samenwerkingsproject van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, het Hoogheemraadschap van Rijnland, Rijkswaterstaat en de provincie Utrecht. In 2017 wordt een voorkeursalternatief vastgesteld voor de waterveiligheidsmaatregelen, inclusief meekoppelkansen.

Onderzoek overstromingen grensgebied
Nederland en Noordrijn-Westfalen werken in de Duits-Nederlandse werkgroep Hoogwater samen aan de waterveiligheid langs de Rijn in het grensgebied van Nederland en Duitsland. Hier vragen de twee grensoverschrijdende dijkringen 42 en 48 om een gemeenschappelijke aanpak. Eind 2014 organiseerde de werkgroep een symposium in Rees, onder meer over de toepassing van de risicobenadering in deze dijkringen en het Deltaprogramma. Nederland en Noordrijn-Westfalen voeren de komende twee jaar samen een onderzoek uit naar de overstromingsrisico’s in het grensgebied. Daarbij is ook aandacht voor de onderlinge samenhang en wederzijdse gevolgen van dijkdoorbraken. De resultaten zijn voorzien in de zomer van 2017.

Rijnstrangen
Mogelijk is het na 2050 voor de waterveiligheid nodig om het gebied Rijnstrangen (net voorbij Lobith) de functie van retentiegebied te geven. Het gebied is hiervoor sinds 2005 gereserveerd. Provincie Gelderland onderzoekt binnen de Pilot Rijnstrangen de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling – economie en ecologie – in dit gebied, zonder daardoor de toekomstige waterveiligheidsmaatregel te blokkeren. De uitkomsten moeten adviezen opleveren voor een betere toepassing van het instrument ruimtelijke reservering. De resultaten worden uiterlijk in december 2015 verwacht.


Samenwerking en meekoppelkansen HWBP

De voortvarende uitvoering van de urgente dijkverbeteringsprojecten uit het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) vormt een belangrijke pijler van de voorkeursstrategie Rivieren. De waterschappen hebben het voorlopige programmavoorstel breed gedeeld met de regionale partners op riviertakniveau. In nauwe samenspraak met de omgeving zijn meekoppelkansen gezocht om ruimtelijke kansen te benutten en om maatregelen slim, kosteneffectief en met ruimtelijke kwaliteit uit te voeren, inclusief de bijbehorende financiering. 

In het gebied wordt bij het ontwerp van de dijkversterkingen al geanticipeerd op de nieuwe normering. De wens is om tussengelegen dijkvakken die nog niet zijn afgekeurd, maar waarschijnlijk bij toetsing onder de nieuwe norm wel worden afgekeurd, nu al mee te nemen bij de aanpak van urgente dijkversterkingstrajecten om zo tot een efficiëntere aanpak te komen. Het voortrollende karakter van het Hoogwaterbeschermingsprogramma maakt het mogelijk ook ruimte te creëren voor een zorgvuldig gebiedsproces en uitwerking van de samenhang met rivierverruiming en meekoppelkansen. Zo kan in de periode van de verkenningsfase ook worden geanticipeerd op de nieuwe normering, bijvoorbeeld door al te starten met het noodzakelijke grondonderzoek en het zoeken van meekoppelkansen. Dit is bijvoorbeeld het geval voor de dijkversterkingstrajecten Mastenbroek IJssel bij Zwolle en Rondom Kampen, waarvoor in de programmering van 2016-2021 de verkenningsfase met twee jaar is verlengd. 


Maas

Uit de vorige fase van het Deltaprogramma bleek een verdiepend onderzoek voor de gehele Maas nodig om de voorkeursstrategie voor deze rivier verder uit te werken. Het onderzoek Verbeteren systeemwerking Maas maakt hier onderdeel van uit en is gestart.

Onderzoek Verbeteren systeemwerking Maas
Voor de Limburgse Maasvallei geldt nu nog de benadering dat alle dijken bij de maatgevende afvoer overstroombaar moeten zijn. Om een robuust veiligheidssysteem te verkrijgen, wordt deze benadering voor 37 van de 42 dijkringen losgelaten. Voor de overige vijf dijkringen blijft voor een deel de bergende functie behouden, zoals in de deltabeslissing Waterveiligheid is aangegeven. De bebouwingskernen worden echter met een normale, niet overstroombare waterkering beschermd overeenkomstig het afgesproken beschermingsniveau het afgesproken beschermingsniveau. Bovendien worden nog zeven dijken (deels) verlegd ter compensatie van het verlies van berging. Rijkswaterstaat Zuid-Nederland trekt in nauwe samenwerking met de regio het onderzoek naar de inpasbaarheid en de gevolgen van deze gewijzigde benadering. Een nadere uitwerking van de maatregelen vindt plaats en er wordt geïnvesteerd in draagvlak bij regionale en lokale partnerorganisaties. Daarnaast brengt het onderzoek de kosten en de consequenties voor belanghebbenden in beeld. 

Gebiedsopgaven
Langs de Maas in Noord-Brabant en Limburg inventariseren verschillende partijen samen de gebiedsopgaven en zoeken ze naar meekoppelkansen en cofinanciering. In 2016 wordt gekeken voor welke rivierverruimingsmaatregelen en gebiedsontwikkelingen startbeslissingen voor MIRT-verkenningen kunnen worden genomen.

Voor de projecten in de Maasvallei zijn de trekkers benoemd. De gemeente Maastricht trekt het traject Maastricht, de gemeente Venlo het traject Venlo en de provincie Noord-Brabant het project Nevengeul Maasheggengebied. Voor de vier trajecten bij de Bedijkte Maas –Ravenstein, Grave-Lith en Oeverpark ’s-Hertogenbosch-Heusden – werkt de provincie Noord-Brabant de opgaven samen met betrokken partijen verder uit.

Het streven is om medio 2016 startbeslissingen te nemen voor MIRT-verkenningen. Voor de gebiedsontwikkeling Venlo gebeurt dat mogelijk eerder.

Verbindingsgebied
Om de maatregelpakketten van de Bedijkte Maas en de Maasvallei op elkaar te laten aansluiten, wordt een verbindingsgebied Bergen-Grave gedefinieerd. Voor dit gebied wordt een gezamenlijk proces doorlopen. De uitwerking van dit verbindingsgebied wordt afgestemd met Maasbrede ontwikkelingen en met de optimalisering van maatregelpakketten in Maasvallei en Bedijkte Maas.

De uitvoeringsstrategie en programmering voor de gehele Maas is medio 2016 gereed. De voorbereiding van de uitvoering van maatregelen gaat in de praktijk al eerder van start, zoals HWBP-maatregelen en trajecten met gecombineerde oplossingen (zie kader Gebiedsontwikkeling Venlo).


Gebiedsontwikkeling Venlo

De Limburgse Maasvallei ziet de hoogwateropgave in Venlo als een belangrijke kans voor gebiedsontwikkeling. Het beschermingsniveau moet omhoog. Daar komt bij dat de huidige dijken in Venlo zijn afgekeurd op stabiliteit. Dit betekent een uitdaging om de korte- en langetermijnmaatregelen zo veel mogelijk op elkaar af te stemmen. Daarbij zijn – naast dijkversterking – vooral duurzame rivierverruimende maatregelen in beeld, zodat het water gemakkelijker de flessenhals van Venlo kan passeren.

Wat de gebiedsontwikkeling Venlo uniek en urgent maakt, is dat de hoogwateropgave onlosmakelijk verbonden is met de ruimtelijk-economische ontwikkelingen. Zo’n tien à vijftien actuele deelprojecten en initiatieven in de nabijheid van de Maas bieden kansen om op relatief korte termijn (een deel van) de hoogwateropgave mee te koppelen. Een van deze deelprojecten is de industriehaven, waar uitbreiding van de huidige bargeterminal en een transformatie van droge naar natte industrie nodig is om de economische groei te behouden. Dit betekent noodzakelijke verplaatsing van de jachthaven en dat biedt kansen voor rivierverruiming.

De bruggen over de Maas zijn van groot belang voor de verdere ontwikkeling van de logistieke functie van de regio. Ze beperken echter tegelijkertijd de afvoerfunctie van de Maas, doordat de brughoofden relatief ver het Maasdal insteken. Eventuele vergroting van de capaciteit van de Noorderbrug (A67) en/of de spoorbrug vanuit verkeerskundig oogpunt, kan gecombineerd worden met rivierverruiming. 

Al deze meekoppelkansen zijn voor Venlo aanleiding om een onderzoek te starten. Dit onderzoek maakt inzichtelijk op welke wijze de aanpak van de hoogwateropgave kan bijdragen aan de economische ontwikkeling van de stad en regio en tegelijkertijd de ruimtelijke kwaliteit kan versterken.



Hoogwateroefening Waterkracht

In het Deltaprogramma wordt hard gewerkt aan het voorkomen van overstromingen. Maar mocht het toch misgaan, dan is het zaak dat de crisisbeheersing op orde is en dat de samenwerking tussen disciplines efficiënt verloopt. In april 2015 stond Noord-Limburg daarom in het teken van een grootschalige, meerdaagse hoogwateroefening: Waterkracht. Waterbeheerders, gemeenten, het ministerie van Defensie, de Veiligheidsregio en diverse crisispartners simuleerden op realistische wijze in het stroomgebied van de Maas een overstromingsdreiging en -ramp. Onder andere werd geoefend met het Rampenbestrijdingsplan Hoogwater en het leveren van militaire bijstand door het ministerie van Defensie. Daarnaast kregen zowel patiënten uit het VieCuri-ziekenhuis in Venlo als bewoners en ondernemers in de stad te maken met evacuatie. Oefeningen zoals Waterkracht zijn van grote waarde voor de samenwerking tussen partners en dragen bij aan het waterbewustzijn van inwoners en organisaties. In de verbeterde rampenbeheersingsplannen wordt opgenomen dat er regelmatig geoefend moet worden.


Zoetwatermaatregelen Rivierengebied

Rijkswaterstaat onderzoekt welke trajecten in de Waal en de IJssel geschikt zijn voor de aanleg van langsdammen. Daarnaast is de regio gestart met zoetwatermaatregelen in het Rivierengebied Zuid door toepassing van efficiënte beregeningstechnieken op hoogwaardige teelten. Het Waterschap Rivierenland is initiatiefnemer van een klimaatpilot, bestaande uit een studie naar het duurzaam gebruik van ondiep grondwater. Voor het voorzieningenniveau voor de provincie Gelderland is een eerste versie van het plan van aanpak gereed. De waterbehoefte is in beeld. 

  1. Instructie gebruik Deltaprogramma 2016
  2. Deltaprogramma in kaart
  3. Inleidende samenvatting
    1. En nu begint het pas echt
  4. Uitwerking en implementatie deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    1. Verankering deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    2. Implementatie van de deltabeslissingen
      1. Deltabeslissing Waterveiligheid
      2. Deltabeslissing Zoetwater
      3. Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie
      4. Deltabeslissing IJsselmeergebied
      5. Deltabeslissing Rijn-Maasdelta
      6. Beslissing Zand
    3. Voorkeursstrategieën
      1. Voorkeursstrategie IJsselmeergebied
      2. Voorkeursstrategie Rivieren
      3. Voorkeursstrategie Rijnmond-Drechtsteden
      4. Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta
      5. Voorkeursstrategie Kust
      6. Voorkeursstrategie Waddengebied
      7. Hoge Zandgronden
  5. Deltaplan Waterveiligheid
    1. Inleiding
    2. Voortgang onderzoeken Deltaprogramma 2015
    3. Hoogwaterbeschermingsprogramma
    4. Verkenningen
    5. Planuitwerkingen
    6. Realisatie
    7. Beheer, onderhoud en vervanging
  1. Deltaplan Zoetwater
    1. Programmering en voortgang onderzoeken en maatregelen (2016-2021)
    2. Vooruitblik op toekomstige programmering (>2021)
    3. Voortgang andere relevante lopende projecten
  2. Het Deltafonds: financieel fundament onder het Deltaprogramma
    1. Inleiding
    2. De stand van het Deltafonds
    3. Middelen van andere partners
    4. De financiële opgaven van het Deltaprogramma
  3. Organisatie en aanpak van het Deltaprogramma
    1. Werkwijze Deltaprogramma en vervolgorganisatie
    2. Kennis, markt en innovatie
    3. Internationale samenwerking
    4. De systematiek 'meten, weten, handelen'
  4. Bijlagen
    1. Bijlage 1 - Werkwijze voor de Zoetwaterprogrammering
    2. Bijlage 2 - Geactualiseerde kennis- en onderzoeksagenda Zoetwater
    3. Bijlage 3 - Voortgang afspraken vitale en kwetsbare functies
      1. Bijlage 3.1 - Aanpak nationale vitale en kwetsbare functies
      2. Bijlage 3.2 - Voortgang in het eerste verslagjaar - samenvatting
      3. Bijlage 3.3 - Voortgang per functie
    4. Achtergronddocumenten en downloads
    5. Colofon