2.2.1

Deltabeslissing Waterveiligheid

Centraal in de deltabeslissing Waterveiligheid staan nieuwe normen voor de waterveiligheid, gebaseerd op de risicobenadering. Iedereen die achter dijken of duinen woont, krijgt uiterlijk in 2050 een individueel beschermingsniveau van 10-5 als basis. Waar grote groepen slachtoffers kunnen vallen of grote schade kan optreden door overstromingen geldt een hoger beschermingsniveau. Ook de aanwezigheid van vitale functies van nationaal belang is in twee gevallen – de kerncentrale Borssele en de gasrotonde in de provincie Groningen – aanleiding voor een hoger beschermingsniveau.


beschermingsniveau van 10-5 als basis

De kans op overlijden van een individu mag daarmee niet hoger zijn dan 1 op 100.000 per jaar.

De uitwerking van de deltabeslissing Waterveiligheid is uit de startblokken. De voornaamste processen voor het Rijk zijn de verankering van de normen in de Waterwet en de ontwikkeling van het bijbehorende toets- en ontwerpinstrumentarium. Van april tot juni 2015 vond de internetconsultatie over de ontwerp Wijziging van de Waterwet plaats. De wijziging wordt naar verwachting eind 2015 aangeboden aan de Tweede Kamer.


de ontwerp Wijziging van de Waterwet

Voor deze Wijziging van de Waterwet geldt een voorbehoud. Het wetsvoorstel kan nog wijzigingen naar aanleiding van de consultatie, de advisering door de Raad van State en de behandeling in de Tweede en Eerste Kamer.

De Wijziging van de Waterwet betekent een overstap van een systeem dat de veiligheidssituatie beoordeelt in termen van wel of niet voldoen, naar een systeem dat een beeld geeft van de veiligheidssituatie en de versterkingsopgave voor de korte en middellange termijn. 

Onderdelen van dit nieuwe systeem zijn de signaleringsnorm en de ondergrens. De signaleringsnorm geeft aan dat een kering op termijn versterkt moet worden. Overschrijding van de signaleringsnorm vormt de aanleiding om te starten met een verbeterplan. Het is de start van een onomkeerbaar proces dat tot tijdige versterking moet leiden. Voor het bepalen van de signaleringsnorm zijn de normspecificaties en de bijbehorende normklassen uit Deltaprogramma 2015 gebruikt. De ondergrens geeft aan waaraan de kering minimaal moet voldoen om het gewenste beschermingsniveau te realiseren. Met onder andere deze ondergrens kan de keringbeheerder inschatten wanneer de versterking van de waterkering gereed moet zijn. De signaleringsnorm en de ondergrens hebben een eenduidige relatie.

Een belangrijke verworvenheid van de nieuwe waterveiligheidsaanpak is dat de toekomstige opgaven tijdig in beeld komen. Dit geeft ook meer tijd en ruimte om integrale oplossingen te ontwikkelen waarin rivierverruiming en andere ambities in het gebied, zoals voor bouwen, recreatie, natuur en bescherming van cultureel erfgoed, worden meegekoppeld met de veiligheidsopgave. 

Conform de tussentijdse wijziging van het Nationaal Waterplan wordt iedere twaalf jaar bekeken of aanpassingen van de normen nodig zijn als er wezenlijke veranderingen zijn opgetreden in de onderliggende aannames. Het eerstvolgende moment waarop dit aan de orde is, is na de volgende toetsronde, in 2023.

De waterschappen en Rijkswaterstaat bereiden zich tegelijkertijd voor op de implementatie van de nieuwe waterveiligheidsaanpak. Dit is een intensief en omvangrijk proces waarin ze onder meer hun informatiehuishouding aanpassen met gegevens voor het toetsen en ontwerpen met de nieuwe normen, en medewerkers opleiden. De Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) voert daarvoor een opleidingsprogramma uit. In het nieuwe systeem verandert de zorgplicht niet, maar deze kerntaak zal wel meer aandacht krijgen.

Het traject van de wettelijke verankering van het nieuwe systeem voor waterveiligheid is gericht op inwerkingtreding van de Wijziging van de Waterwet in 2017. De volgende toetsronde (2017-2023) kan daarmee met de nieuwe normen plaatsvinden. Dit is overeenkomstig de afspraken in DP2015. Waar nodig en mogelijk wordt vooruitlopend op de wetswijziging geanticipeerd op de nieuwe normen. Daarnaast maken partijen afspraken over de rampen- en crisisbeheersing en ondersteunen ze elkaar bij het ontwikkelen van kennis en kaders op dit gebied.

Verankering normspecificaties in Waterwet

De normen per traject zijn opgenomen in de Wijziging van de Waterwet, bijlage II.


de Wijziging van de Waterwet, bijlage II

De ontwerp Wijziging van de Waterwet inclusief bijlage II is te vinden op www.internetconsultatie.nl.

A-keringen
In DP2015 zijn normspecificaties voorgesteld voor de zogeheten A-keringen. Deze keringen bieden rechtstreeks bescherming tegen buitenwater, zoals de zee, grote rivieren of het IJsselmeer. De normspecificaties zijn in de tussentijdse wijziging van het Nationaal Water Plan opgenomen. 

DP2015 bevatte een voorlopig voorstel voor de normspecificaties van een beperkt aantal dijktrajecten waarvoor nadere uitwerking nodig was. De normspecificaties voor deze trajecten zijn inmiddels in goed overleg met de betrokken partijen helder of er zijn procesafspraken over de verdere uitwerking gemaakt. Deze zijn opgenomen in de ontwerp Wijziging van de Waterwet.

B-keringen
Voor de dijktrajecten die een rivier- of zeearm afsluiten, de zogenaamde B-keringen, zoals de Afsluitdijk en de Maeslantkering, worden de normen ook vastgelegd in de Waterwet. Veiligheid tegen overstromingen vanuit zee, de grote rivieren en de grote meren wordt in principe geregeld via een primaire waterkering, ongeacht of dit een A- of een B-kering is. Dit is de reden dat de eisen die aan de B-keringen worden gesteld op dezelfde manier worden geregeld en wettelijk vastgelegd als de normen voor de rest van de primaire keringen. Net als voor de A-keringen geldt voor de B-keringen zowel een signaleringsnorm als een ondergrens. De normen voor de B-keringen worden afgeleid van de doelen van het nieuwe waterveiligheidsbeleid, gebaseerd op slachtofferrisico’s en maatschappelijke kosten-batenanalyses. Voor de B-keringen is een overstromingskans of faalkans in de wet opgenomen. Deze zijn afgestemd met de beheerders van de B-keringen en zo gekozen dat ze aansluiten op de achterliggende keringen.

C-keringen
In het huidige stelsel van primaire waterkeringen zijn er een aantal primaire waterkeringen die het systeem van dijkringen sluiten, de zogenoemde C-keringen. In het nieuwe waterveiligheidsbeleid wordt de indeling in dijkringen losgelaten. Daarom vervullen niet meer alle C-keringen een functie in het primaire systeem. 

Het Rijk is met de waterschappen en provincies overeengekomen welke C-keringen de status van primaire waterkering in het nieuwe systeem behouden (zie bijlage II van de ontwerp Wijziging van de Waterwet voor het overzicht). Diverse C-keringen verliezen hun status als primaire kering, maar sommige behouden wel een functie als waterkering in het regionale water systeem. Rijk, waterschappen en provincies hebben afspraken gemaakt over de financiële en juridische consequenties van deze statuswijziging. Voor de C-keringen die hun functie als primaire waterkering behouden zijn normspecificaties afgeleid die zijn opgenomen in de wijziging van de Waterwet. Voor C-keringen die hun primaire status verliezen wordt door de provincies bezien of het wenselijk is deze als regionale kering te verankeren. Dit speelt onder andere in Centraal Holland (dijkring 14, 15 en 44).

Toets- en ontwerpinstrumentarium

Het Rijk werkt gelijktijdig met de wettelijke verankering van de nieuwe overstromingskansnormen in de Waterwet aan aanpassing van het wettelijk toetsinstrumentarium en verbetering van het ontwerpinstrumentarium. Hierdoor kan de volgende toetsronde in 2017 op basis van het nieuwe waterveiligheidsbeleid starten en tussentijds met de nieuwste inzichten ontworpen worden. Dit gebeurt in nauw overleg met Rijkwaterstaat en de waterschappen, die conform deze nieuwe systematiek het beleid gaan uitvoeren. 

Anticiperen op nieuwe normering

Waterschappen en Rijkswaterstaat anticiperen in het dagelijks beheer en bij versterkingswerken waar nodig en mogelijk op de nieuwe normering. De nadruk ligt nu op die dijktrajecten waar de versterkingsopgaven het meest urgent zijn. Daarnaast wordt geanticipeerd op ruimtelijke ontwikkelingen op en rond waterkeringen en rivierverruiming, waarbij het wenselijk is nu al rekening te houden met de nieuwe normering (zie ook paragraaf 3.3, Hoogwaterbeschermingsprogramma).

Maatwerkaanpak meerlaagsveiligheid en ‘slimme combinaties’

Als een dijkversterking zeer kostbaar of ingrijpend is, bestaat de mogelijkheid te kiezen voor een ‘slimme combinatie’ van preventieve maatregelen en ingrepen in de ruimtelijke inrichting of rampenbeheersing, die bij elkaar het vereiste beschermingsniveau oplevert. Zo kunnen bijvoorbeeld regionale keringen of voormalige C-keringen verdere escalatie van een overstroming voorkomen, waardoor de gevolgen minder ernstig zijn. Daardoor hoeft er minder aan de primaire kering te gebeuren. Om het beschermingsniveau te borgen is instandhouding van de maatregelen en ingrepen in de ruimtelijke inrichting en rampenbeheersing ook van belang. Hiervoor wordt een maatwerkaanpak gevolgd door afspraken over realisatie, beheer en toetsing vast te leggen in een (bestuurs)overeenkomst. Op het moment dat een ‘slimme combinatie' voldoende geborgd is, wordt de wettelijke norm voor de betreffende waterkering aangepast.

In drie MIRT Onderzoeken voor de pilots Dordrecht, de IJssel-Vechtdelta en Marken worden de mogelijkheden voor meerlaagsveiligheid en ‘slimme combinaties’ onderzocht (zie ook het kader ‘Pilots meerlaagsveiligheid en ‘slimme combinaties’). Het MIRT Onderzoek Marken is inmiddels afgerond. 

Mede naar aanleiding van een advies van de Adviescommissie Water is inmiddels een evaluatieonderzoek gestart naar de brede toepasbaarheid van meerlaagsveiligheid en het concept ‘slimme combinaties’ en de voorwaarden voor succesvolle toepassing. Het gaat om een ‘lerende’ evaluatie. Dat betekent dat de evaluatie tijdens de pilotswordt uitgevoerd, waarbij (tussentijdse) resultaten al benut kunnen worden in de lopende pilots.

In de evaluatie staan de volgende onderdelen centraal:

  • toepassing van de principes van meerlaagsveiligheid in aanvulling op preventieve maatregelen om de kans op een overstroming te beperken (laag 1), zoals dijkversterking en rivierverruiming;
  • onderdeel ‘slimme combinaties’: toepassing van de principes van meerlaagsveiligheid in plaats van maatregelen in laag 1;
  • het adaptief meekoppelen van ruimtelijke investeringen met de waterveiligheidsopgave;
  • procesorganisatie en governance van de pilots meerlaagsveiligheid.

De Erasmus Universiteit en Deltares voeren de lerende evaluatie uit. De tussentijdse resultaten van de evaluatie van de drie pilots tonen een rijke en gevarieerde oogst aan voorstellen voor meerlaagsveiligheid en een andere, meer adaptieve wijze van bescherming tegen hoogwater. Veel voorstellen betreffen maatregelen die in aanvulling op preventieve maatregelen bijdragen aan verdere risicoreductie. Realisatie van deze maatregelen hangt af van het commitment van de betrokken partijen in het gebied om in deze maatregelen te investeren en de mogelijkheid om meekoppelkansen te verzilveren.

Verder komt uit de tussentijdse resultaten naar voren dat de MIRT Onderzoeken partijen gelegenheid bieden om in een zekere luwte integraal naar kansen voor meerlaagsveiligheid te zoeken. Daarbij ontstaat meer wederzijds begrip en inzicht in de wijze waarop partijen hun eigen handelen kunnen aanpassen om meer synergie tussen de domeinen van waterveiligheid, ruimtelijke ordening en rampenbeheersing te bereiken. Als er maatregelen in de ruimtelijke inrichting of rampen- en crisisbeheersing worden onderzocht in plaats van aanpassingen aan de dijk, is veel aandacht nodig voor een goede borging van afspraken en het organiseren van langjarig bestuurlijk commitment. De evaluatie wordt in de zomer 2015 afgerond.

Op basis van praktijkervaringen met ‘slimme combinaties’ en de genoemde evaluatie kan in de toekomst worden beoordeeld of introductie van een generieke wettelijke voorziening voor ‘slimme combinaties’ onder de Omgevingswet wenselijk is. De reikwijdte van de Omgevingswet is groter en breder dan de – sectorale – Waterwet, die hier onvoldoende basis voor biedt.


Pilots meerlaagsveiligheid en ‘slimme combinaties’

Gemeente, waterschap, provincie, veiligheidsregio en Rijk zijn gezamenlijk opdrachtgever van het MIRT Onderzoek Meerlaagsveiligheid Eiland van Dordrecht. Centraal in het onderzoek staat de zoektocht naar een betere verbinding tussen water en ruimtelijke ordening voor meerlaagsveiligheid. Er wordt bekeken waar kansen liggen om de waterveiligheidsopgaven te verbinden met ruimtelijke opgaven van de betrokken overheden en met de klimaatopgave voor de buitendijkse binnenstad. (Nuts)bedrijven denken mee over waterrobuuste inrichting en herstel. Bewoners, maatschappelijke organisaties en (nuts)bedrijven krijgen in workshops en focusgroepen verschillende evacuatiestrategieën voorgelegd. Streven is om het MIRT Onderzoek in het najaar van 2015 vast te stellen in het Bestuurlijk Overleg MIRT. 

Het MIRT Onderzoek IJssel-Vechtdelta is gericht op het realiseren van een duurzame, waterveilige en klimaatbestendige IJssel-Vechtdelta. Hier werken de partijen in de IJssel-Vechtdelta samen aan. De grootste innovatie is de wijze van samenwerken. De focus op het verbinden van belangen en opgaven van waterschap, veiligheidsregio, gemeenten, provincie en Rijk samen met ondernemers, inwoners, maatschappelijke organisaties en onderwijsinstellingen levert interessante integrale projecten op. Een voorbeeld is het project Kampereilanden, een buitendijks gebied met een regionale functie als waterberging nabij Kampen. Waterschap Groot Salland is in 2012 een gebiedsproces gestart om in gesprek met bewoners en pachters alternatieven te onderzoeken voor de gebruikelijke aanpak van ophogen van de kering tot normhoogte. Het MIRT Onderzoek IJssel-Vechtdelta leidt tot een integrale uitvoeringsstrategie, die in het najaar van 2015 gereed is. Dan worden ook de vervolgstappen bepaald. 

Markant, leefbaar en veilig Marken, dat is de ambitie van de Pilot Meerlaagsveiligheid Marken. In de pilot wordt gezocht naar een maatwerkoplossing voor waterveiligheid die past bij de specifieke (cultuur)historie en de landschappelijke en ruimtelijke eigenschappen van Marken. De oplossing moet nu en in de toekomst blijvende waterveiligheid bieden voor de bewoners van Marken. Het Rijk, de gemeente Waterland, de provincie Noord-Holland, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland en de bewoners van Marken hebben samen gewerkt aan het MIRT Onderzoek Pilot Meerlaagsveiligheid Marken, dat in 2014 is uitgevoerd. De pilot is in februari 2015 voortgezet in de verkenningsfase. Het doel is om in het voorjaar van 2016 een voorkeursalternatief vast te stellen voor de kering. Tegelijkertijd wordt het toekomstperspectief voor waterrobuust ontwikkelen nader onderzocht en het pakket aan maatregelen voor rampenheersing verder uitgewerkt en uitgevoerd. De realisatie van de kering start naar verwachting in 2018. 


Rampenbestrijding, crisisbeheersing en evacuatieplannen

De veiligheidsregio’s, het ministerie van Veiligheid en Justitie en de waterpartners hebben nadere afspraken gemaakt in het projectplan Water en Evacuatie. Het projectplan is in juni 2015 vastgesteld in de landelijke stuurgroep management watercrises en overstromingen (SMWO) en het Veiligheidsberaad. Doel van het project is om een structurele aanpak te ontwikkelen waarmee veiligheidsregio’s voor een adequate rampenbeheersing bij overstromingen kunnen zorgen. Het gaat daarbij om een effectieve samenwerking met de waterbeheerders en andere betrokken partners bij risico- en crisisbeheersing (preparatie, respons en nazorg).

De veiligheidsregio’s gaan, samen met het ministerie van Veiligheid en Justitie en water- en wegbeheerders, regionale crisisplannen voor overstromingen maken of al aanwezige plannen verbeteren. Daarnaast actualiseren de veiligheidsregio’s aan de hand van de resultaten van het project Veiligheid Nederland in Kaart (VNK) de regionale risicoprofielen voor overstromingen. Op landelijk niveau worden binnen het project Water en Evacuatie standaarden en handreikingen ontwikkeld om de veiligheidsregio’s te ondersteunen bij de onderlinge informatie-uitwisseling, uitvoering van risicoanalyses, uitwerking van een evacuatiestrategie en het stimuleren van zelfredzaamheid van burgers. Acties op het gebied van versterking van de kennisinfrastructuur,  ontwikkeling van een toetsingskader voor resultaatmeting en het opzetten van een projectenkalender worden ingezet om de rampenbeheersing bij overstromingen structureel te verbeteren.

Alle veiligheidsregio’s zorgen voor actuele evacuatiestrategieën, gebaseerd op de informatie uit de Module Evacuatie bij Grootschalige Overstromingen (MEGO). In MEGO zijn een app en een website (www.overstroomik.nl) ontwik­keld, bedoeld om het risicobewustzijn en de zelfredzaamheid van iedereen in Nederland bij grote overstromingen te vergroten en de effectiviteit van evacuatieplannen te vergroten. Daarnaast biedt het Platform Basisinformatie Overstromingen inzicht aan professionals voor het maken van risicoanalyses en het opstellen van dreigingsbeelden voor onder andere opleiden, trainen en oefenen. 


veiligheidsregio’s

Een kaart met alle veiligheidsregio’s is te vinden op www.regioatlas.nl.

  1. Instructie gebruik Deltaprogramma 2016
  2. Deltaprogramma in kaart
  3. Inleidende samenvatting
    1. En nu begint het pas echt
  4. Uitwerking en implementatie deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    1. Verankering deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    2. Implementatie van de deltabeslissingen
      1. Deltabeslissing Waterveiligheid
      2. Deltabeslissing Zoetwater
      3. Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie
      4. Deltabeslissing IJsselmeergebied
      5. Deltabeslissing Rijn-Maasdelta
      6. Beslissing Zand
    3. Voorkeursstrategieën
      1. Voorkeursstrategie IJsselmeergebied
      2. Voorkeursstrategie Rivieren
      3. Voorkeursstrategie Rijnmond-Drechtsteden
      4. Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta
      5. Voorkeursstrategie Kust
      6. Voorkeursstrategie Waddengebied
      7. Hoge Zandgronden
  5. Deltaplan Waterveiligheid
    1. Inleiding
    2. Voortgang onderzoeken Deltaprogramma 2015
    3. Hoogwaterbeschermingsprogramma
    4. Verkenningen
    5. Planuitwerkingen
    6. Realisatie
    7. Beheer, onderhoud en vervanging
  6. Deltaplan Zoetwater
    1. Programmering en voortgang onderzoeken en maatregelen (2016-2021)
    2. Vooruitblik op toekomstige programmering (>2021)
    3. Voortgang andere relevante lopende projecten
  7. Het Deltafonds: financieel fundament onder het Deltaprogramma
    1. Inleiding
    2. De stand van het Deltafonds
    3. Middelen van andere partners
    4. De financiële opgaven van het Deltaprogramma
  8. Organisatie en aanpak van het Deltaprogramma
    1. Werkwijze Deltaprogramma en vervolgorganisatie
    2. Kennis, markt en innovatie
    3. Internationale samenwerking
    4. De systematiek 'meten, weten, handelen'
  9. Bijlagen
    1. Bijlage 1 - Werkwijze voor de Zoetwaterprogrammering
    2. Bijlage 2 - Geactualiseerde kennis- en onderzoeksagenda Zoetwater
    3. Bijlage 3 - Voortgang afspraken vitale en kwetsbare functies
      1. Bijlage 3.1 - Aanpak nationale vitale en kwetsbare functies
      2. Bijlage 3.2 - Voortgang in het eerste verslagjaar - samenvatting
      3. Bijlage 3.3 - Voortgang per functie
    4. Achtergronddocumenten en downloads
    5. Colofon