1.1

En nu begint het pas echt

Prinsjesdag 2014 was een nieuw historisch moment in de rijke geschiedenis van onze laaggelegen en waterrijke delta. Voorstellen voor deltabeslissingen en voorkeursstrategieën werden aan de Tweede Kamer voorgelegd. De op Prinsjesdag 2014 gesloten Bestuursovereenkomst Deltaprogramma illustreert het brede draagvlak voor de voorstellen om ons land, onze inwoners en onze economie te blijven beschermen. Met dit 'Deltaplan voor de 21e eeuw' hebben we de normen en kaders en het kompas voor de maatregelen vastgesteld om tijdig voorbereid te zijn op hoog en laag water. We zijn beleidsmatig goed voorbereid op de toekomst, maar nu begint het werk pas echt.

Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen hebben de voorstellen voor deltabeslissingen en voorkeursstrategieën op een unieke manier samen voorbereid. De lange en korte termijn worden verbonden. Een nationale aanpak met ruimte voor regionale invulling en betrokkenheid van alle partijen, ook van maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en de kenniswereld. Vasthouden van deze effectieve samenwerking en gezamenlijke focus is essentieel voor een goede voortgang van het werk aan de delta. De deltacommissaris blijft alle partijen verbinden, zal regie blijven voeren op effectieve samenwerking en de voortgang blijven monitoren. De Deltawet is leidend. Elk jaar is er een update van het Deltaprogramma.


De Deltawet

De met de Deltawet Waterveiligheid en Zoetwater gewijzigde Waterwet, zoals van kracht geworden per 1 januari 2012.

Het kabinet is verheugd over de voortgang die zowel procesmatig als inhoudelijk is geboekt sinds het uitbrengen van voorstellen voor de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën op Prinsjesdag 2014. Maar we staan nog altijd aan het begin van een lang proces. Het kabinet benadrukt met de deltacommissaris het belang om vast te houden aan de gezamenlijkheid en de nationale aanpak van het Deltaprogramma. Binnen die gezamenlijkheid hebben alle partijen een eigen verantwoordelijkheid om tijdig en krachtig hun bijdrage te leveren. Het kabinet roept daarom alle collega-bestuurders op de aandacht voor en daadkracht rond de uitvoering van het Deltaprogramma vast te houden en samen met het kabinet door te pakken.

Het Deltaprogramma is een nieuwe fase ingegaan: van beleidsontwikkeling naar kaderstelling, uitwerking, implementatie en uitvoering van de maatregelen. Werk in uitvoering voor waterveiligheid, ruimtelijke inrichting en zoetwater. Het Deltaprogramma 2016 dat nu voor ligt, heeft daarmee ook een ander karakter. De voortgang van de uitvoering van het werk aan de delta staat centraal. Hier wordt door de deltacommunity met veel inzet en betrokkenheid invulling aan gegeven.

Uitwerking deltabeslissingen

De deltabeslissing Waterveiligheid biedt een nieuwe aanpak om mensen en economie te beschermen tegen overstromingen: de overstromingsrisicobenadering met de daarop gebaseerde nieuwe waterveiligheidsnormen. Met het nieuwe waterveiligheidsbeleid wordt een signaleringsnorm geïntroduceerd, gebaseerd op de normspecificaties uit het Deltaprogramma 2015 (DP2015). Het beleid is toekomstgericht en kijkt vooruit naar de verwachte situatie in 2050. Het streven is dat dan overal aan de nieuwe norm wordt voldaan. Daardoor ontstaat tijd om de waterveiligheid op orde te brengen. Deze aanpak is uniek in de wereld. We creëren op die manier ook tijd om tot de beste oplossingen te komen. Er ligt een grote opgave. Bij de maatregelen om de veiligheid op orde te houden, zoeken we zo veel mogelijk synergie met andere ambities in het gebied: meekoppelen.

De wettelijke vertaling ligt op schema. Het kabinet biedt naar verwachting eind 2015 een voorstel voor Wijziging van de Waterwet aan de Tweede Kamer aan, waarmee de nieuwe normen worden vastgelegd. Gelijktijdig wordt een nieuw toets- en ontwerpinstrumentarium ontwikkeld. Vervolgens kan in 2017 de volgende toetsronde starten op basis van de nieuwe normen.

We zitten in een overgangssituatie, dat maakt het soms complex. Dit vraagt tussentijds extra aandacht om de aansluiting op het nieuwe beleid te borgen en onduidelijkheden zo veel mogelijk te voorkomen. De waterbeheerders kunnen de nieuwste inzichten bij het ontwerpen benutten. Op basis van impactanalyses vindt waar nodig bijstelling van de aanpak plaats. In verkenningen wordt geanticipeerd op de nieuwe normen. Het vroegtijdig in gesprek gaan met direct betrokken omwonenden en het omgevingsmanagement naar alle stakeholders zal veel aandacht vragen en krijgen. Praktijkvoorbeelden, zoals de Markermeerdijken, laten zien dat joint fact finding over de betekenis van nieuwe inzichten, zoals de nieuwe normering, kan bijdragen aan vertrouwen en maatschappelijk draagvlak.

Onze economie is voor een belangrijk deel afhankelijk van goed zoetwater. De deltabeslissing Zoetwater geeft de kaders voor een nieuwe aanpak voor het zo veel mogelijk voorkomen van watertekorten, het robuuster maken van de zoetwatervoorziening en het optimaal benutten van zoetwater voor economie en nutsfuncties. Regionaal maatwerk staat centraal. Bestuursovereenkomsten voor de realisatie en financiering van de maatregelen die voor 2016-2021 zijn voorzien, worden uiterlijk op Prinsjesdag 2015 ondertekend. De eerste stappen op weg naar afspraken over ‘voorzieningenniveaus’ zijn gezet. Met dit nieuwe instrument in het zoetwaterbeleid weten gebruikers beter waar ze aan toe zijn, zowel in normale als in droge situaties. Het biedt een stevig fundament om verdere maatregelen voor de zoetwaterbeschikbaarheid op te baseren.

Zoals aangegeven in de brief van de minister van 16 juni 2015 wordt de samenhangende aanpak voor waterkwaliteit en zoetwater vastgelegd in het nieuwe Nationaal Waterplan (NWP2). Het kabinet versterkt hierbij de regie op de synergie tussen maatregelen voor de zoetwaterbeschikbaarheid en maatregelen die de ecologische en chemische doelstellingen binnen de Kaderrichtlijn Water dichterbij brengen.


16 juni 2015

Kamerstuk 34000 J, nr. 25

Een van de grootste uitdagingen van het Deltaprogramma is misschien wel de gezamenlijke ambitie om Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te hebben ingericht. Dat vraagt inspanning van alle partijen van nationaal tot regionaal en lokaal niveau, van overheden tot marktpartijen, van maatschappelijke organisaties tot burgers en het vraagt om inzet van landelijke regels tot maatregelen op perceelniveau. Ze moeten als geheel bijdragen om die ambitie te realiseren.

Uit de ruim 100 getekende intentieverklaringen ruimtelijke adaptatie, die worden gedragen door ruim 10.000 zowel publieke als private partijen, blijkt veel maatschappelijk draagvlak voor deze belangrijke opgave. Er wordt al veel pionierswerk verricht om waterrobuuste en klimaatbestendige (her)ontwikkeling op de agenda te krijgen en in de praktijk te brengen. Het Deltaprogramma stimuleert dit werk met zogeheten impactprojecten, zoals in het Land van Cuijck en op de Waddeneilanden, een handreiking en een kennisportaal ruimtelijke adaptatie. De eerste enquête over ruimtelijke adaptatie, die dit voorjaar is uitgevoerd bij provincies, gemeenten, waterschappen en het Rijk, laat zien dat wateroverlast, waterveiligheid en droogte goed op de politieke agenda staan. Voor het tegengaan van hittestress in steden is nog een ontwikkeling nodig. De eerste stappen voor een waterrobuuste inrichting van vitale en kwetsbare functies, zoals energievoorziening, gezondheidszorg en ICT-voorzieningen, zijn gezet. Met de verantwoordelijke ministeries zijn of worden specifieke afspraken gemaakt. Gemeenten, waterschappen en provincies worden waar nodig betrokken.

Via het Pact van het IJsselmeergebied geven de partijen in het IJsselmeergebied in samenspraak en samenhang uitvoering aan de deltabeslissing IJsselmeergebied. Een nieuw peilbesluit dat flexibel peilbeheer mogelijk maakt, is in voorbereiding. De mogelijkheden voor een bijbehorende flexibele en natuurlijke inrichting van oevers worden verkend.

De Rijn-Maasdelta is een kwetsbaar overgangsgebied waar rivier en zee samenkomen. Er zijn veel mensen en economische waarden te beschermen. Het bestaande fundament voor de uitwerking van belangrijke vervolgonderzoeken, zoals de afvoerverdeling na 2050, de maximale rivierafvoeren, het partieel functioneren en verkleinen van de faalkans van de Maeslantkering en nader onderzoek naar sluizen in de Oude en de Nieuwe Maas ter hoogte van Vlaardingen, is gestart.

Voor de beslissing Zand moet inzichtelijk gemaakt worden hoeveel zand op lange termijn nodig is om het kustsysteem in balans te houden met de zeespiegelstijging en waar en wanneer suppleties nodig zijn. Het onderzoek hiervoor, Kustgenese II, is georganiseerd en van start gegaan. Kustgenese gaat met lerend werken voor het waddengebied inzicht leveren in de werking en toekomstige veranderingen van het zandige systeem.

Voortvarend aan de slag met uitwerking en uitvoering voorkeursstrategieën

Alle gebiedenzijn voortvarend aan de slag met de uitwerking van de voorkeursstrategieën en de uitvoering van maatregelen. In de uitvoering worden de kansen voor een integrale uitvoering en het actief zoeken van meekoppelkansen met de waterveiligheids- en zoetwateropgave, waar dit meerwaarde biedt, optimaal benut. Het jaarlijkse Deltaprogramma biedt conform de Deltawet een overzicht van maatregelen die in een gebied de komende achttien jaar verwacht kunnen worden; de eerstkomende zes jaar in detail en twaalf jaar daarna meer globaal. Dit schept vanuit de wateropgave een basis om een brede, samenhangende aanpak van de opgaven in een gebied mogelijk te maken.


Alle gebieden

Rijn, Maas, Zuidwestelijke Delta, Rijnmond-Drechtsteden, Kust, Waddengebied en IJsselmeergebied.

Ook in 2015 is de voorlopige programmering voor de voorgenomen dijkversterkingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma in alle gebiedsoverleggen besproken. Dit jaar met nadruk op de kansen om andere ambities in het gebied mee te koppelen met de waterveiligheidsopgave. In de komende jaren kunnen deze meekoppelkansen leiden tot aanpassingen in looptijd en fasering van projecten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma, waar dit meerwaarde biedt en als er voldoende zicht is op medefinanciering. De waterbeheerders kunnen hiermee rekening houden.

In de gebieden Rijn en Maas wordt, in samenhang met het Hoogwaterbeschermingsprogramma, gewerkt aan de nadere uitwerking van kansrijke rivierverruimende maatregelen tot 2030 en 2050. Duidelijkheid over de interactie tussen rivierverruiming en dijkversterking wordt zowel bij de Maas als bij de Rijn in joint fact finding onderzocht als voorwaarde voor besluitvorming over concrete rivierverruimingsprojecten. In het Deltaprogramma 2017 (DP2017) wordt op grond van de nadere uitwerking van de voorkeursstrategieën aangegeven hoe we toewerken naar een totaalvoorstel met concrete uitwerking tot 2030 en een programmatische aanpak tot 2050, inclusief financiële consequenties. Voor een aantal projecten wordt onderzocht of besluitvorming over de eventuele start van een MIRT-verkenning mogelijk al eerder aan de orde kan zijn. Bijvoorbeeld voor de hoogwatergeul Varik-Heesselt, het Rivierklimaatpark IJsselpoort en de gebiedsontwikkeling Venlo. De deltacommissaris gaat ervan uit dat in het najaar van 2015 besloten kan worden over de mogelijke start van een MIRT-verkenning voor Varik-Heesselt.

In Rijnmond-Drechtsteden lopen gebiedsprocessen voor de complexe opgaven in Alblasserwaard-Vijfheerenlanden en Dordrecht. In de Krimpenerwaard onderzoeken partijen met joint fact finding ruimtereserveringen voor toekomstige dijkversterkingen. De voorkeursstrategie in de Zuidwestelijke Delta loopt samen op met de verdere uitwerking van de rijksstructuurvisie Grevelingen-Zoommeer. Bij de ontwikkeling van robuuste natuurlijke oevers rond het IJsselmeergebied worden meekoppelkansen in beeld gebracht.

In de projectoverstijgende verkenning Waddenzeedijken wordt de toepassing van meerdere vernieuwende keringsconcepten onderzocht. Deze nieuwe dijken bieden sterke meekoppelkansen met natuur en recreatie. In alle onderzoeken werken overheid, kennisorganisaties en bedrijfsleven samen. De versnelde aanleg van de dijkversterking Eemshaven-Delfzijl is een extra drijfveer voor praktische toepassingsgerichtheid.

Alle partijen zijn voortvarend aan de slag gegaan met de realisatie van de maatregelen uit het Deltaplan Zoetwater, waaronder innovatieve klimaatpilots in de vijf zoetwaterregio’s. Uit een robuustheidsonderzoek, de zogeheten stresstest, blijkt dat het Deltaplan Zoetwater en de adaptieve strategieën ook uitvoerbaar en effectief blijven als alle relevante omstandigheden zich zeer ongunstig mochten ontwikkelen.

De veiligheidsregio’s gaan samen met het ministerie van Veiligheid en Justitie en de water- en wegbeheerders regionale crisisplannen aanvullen voor overstromingen of aanwezige plannen verbeteren. Dit wordt uitgevoerd in het kader van het gezamenlijke project Water en Evacuatie.

Het Deltaprogramma geeft voor de waterproblematiek invulling aan de aanpassing van Nederland voor klimaatverandering. Met het Deltaprogramma wordt een substantieel deel van de opgaven van de Nationale Adaptatiestrategie ingevuld.

Meten, weten en handelen

De voorkeursstrategieën van het Deltaprogramma zijn adaptief. Het concept van adaptief deltamanagement is ontwikkeld om te kunnen werken aan de uitvoering van maatregelen en tegelijkertijd flexibel in te kunnen spelen op onzekerheden in en ontwikkelingen van het klimaat en in de samenleving.

Voor de volgende fase van het Deltaprogramma is het van belang om te meten hoe ontwikkelingen zich voltrekken, te weten wat de consequenties voor de gekozen strategie zijn en overeenkomstig te handelen in de uitvoering van de maatregelen. Hiertoe en om systematisch te kunnen rapporteren over de voortgang ontwikkelt het Deltaprogramma in samenwerking met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de komende jaren de systematiek ‘meten, weten, handelen’.

Deltafonds

Een veilige en sterke delta vraagt continu investeren. Deze investeringen worden hoofdzakelijk betaald uit het Deltafonds, het financiële fundament onder het Deltaprogramma. Maar ook de andere partners in het Deltaprogramma dragen financieel bij.

Vorig jaar gaf de deltacommissaris de eerste indicatie van de kosten van het Deltaprogramma tot 2050. Met vooral een betere inschatting van de risicoreservering worden de opgaven voor waterveiligheid en zoetwater tot 2050 – naast het reguliere beheer en onderhoud – geschat op circa € 26 miljard. Uitgaande van het recht evenredig extrapoleren van de voeding van het Deltafonds na 2028, blijft de conclusie van de deltacommissaris dat de financiële borging van het Deltaprogramma op lange termijn op orde lijkt.

Met het oog op een voortvarende uitvoering van het Deltaprogramma de komende decennia is het van belang dat er tijdig zicht komt op voldoende financiële middelen, ook na 2028. De deltacommissaris gaat er daarom van uit dat het kabinet tijdig besluit over de toekomstige voeding van het Deltafonds.

Deltaprogramma als thuismarkt

De buitenlandse interesse voor de ‘Dutch Delta Approach’ is onverminderd groot. De benoeming van de Watergezant in maart 2015 draagt bij aan de internationale waterambitie van Nederland. De actieve rol van Nederland bij de mondiale aanpak van watervraagstukken en het internationaal vermarkten van de Nederlandse kennis en kunde wordt erdoor versterkt. Het Deltaprogramma als thuismarkt biedt een laboratorium op ware schaal voor de aanpak van waterproblemen. Hier kan wereldwijd gebruik van gemaakt worden. Het verstevigt de positie van Nederland als rolmodel. Het Deltaprogramma, de Topsector Water, kennisinstellingen en bedrijfsleven trekken samen op om deze kansen te blijven verzilveren.

Kennis

De wisselwerking tussen onderzoek en beleid en de werkwijze van joint fact finding heeft bijzondere meerwaarde gegeven bij het toewerken naar deltabeslissingen en voorkeursstrategieën en wordt voortgezet. Kennisinstellingen, ministeries, waterschappen en bedrijfsleven hebben hun krachten op het gebied van water, ruimtelijke inrichting en klimaat gebundeld in het Nationale Kennis en Innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK). Door partijen samen te brengen zorgt dit programma voor een betere wisselwerking tussen kennis en praktijk en de gebundelde programmering van kennisvragen, onderzoek en pilots.

In de toekomst zal er steeds meer behoefte zijn aan integrale oplossingen waarbij tussen wetenschap en toegepast onderzoek en over sectorgrenzen heen moet worden samengewerkt. De ministeries van Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken onderzoeken samen met de betrokken topsectoren en kennisinstellingen hoe de cross-sectorale samenwerking verder versterkt kan worden.

En nu begint het pas echt

Met de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën hebben we de kaders en het kompas voor de maatregelen om een volgende ramp voor te zijn. De uitvoering is uit de startblokken, de verworvenheden van de nieuwe aanpak laten zich al zien. De resultaten van alle inspanning zullen steeds zichtbaarder worden voor alle betrokken. Nu het is zaak om koers te houden, tempo te houden in de uitvoering van de maatregelen, en waar nodig adaptief in te spelen op ontwikkelingen. Nuchter, alert en voorbereid.

  1. Instructie gebruik Deltaprogramma 2016
  2. Deltaprogramma in kaart
  3. Inleidende samenvatting
    1. En nu begint het pas echt
  4. Uitwerking en implementatie deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    1. Verankering deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    2. Implementatie van de deltabeslissingen
      1. Deltabeslissing Waterveiligheid
      2. Deltabeslissing Zoetwater
      3. Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie
      4. Deltabeslissing IJsselmeergebied
      5. Deltabeslissing Rijn-Maasdelta
      6. Beslissing Zand
    3. Voorkeursstrategieën
      1. Voorkeursstrategie IJsselmeergebied
      2. Voorkeursstrategie Rivieren
      3. Voorkeursstrategie Rijnmond-Drechtsteden
      4. Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta
      5. Voorkeursstrategie Kust
      6. Voorkeursstrategie Waddengebied
      7. Hoge Zandgronden
  5. Deltaplan Waterveiligheid
    1. Inleiding
    2. Voortgang onderzoeken Deltaprogramma 2015
    3. Hoogwaterbeschermingsprogramma
    4. Verkenningen
    5. Planuitwerkingen
    6. Realisatie
    7. Beheer, onderhoud en vervanging
  6. Deltaplan Zoetwater
    1. Programmering en voortgang onderzoeken en maatregelen (2016-2021)
    2. Vooruitblik op toekomstige programmering (>2021)
    3. Voortgang andere relevante lopende projecten
  7. Het Deltafonds: financieel fundament onder het Deltaprogramma
    1. Inleiding
    2. De stand van het Deltafonds
    3. Middelen van andere partners
    4. De financiële opgaven van het Deltaprogramma
  8. Organisatie en aanpak van het Deltaprogramma
    1. Werkwijze Deltaprogramma en vervolgorganisatie
    2. Kennis, markt en innovatie
    3. Internationale samenwerking
    4. De systematiek 'meten, weten, handelen'
  9. Bijlagen
    1. Bijlage 1 - Werkwijze voor de Zoetwaterprogrammering
    2. Bijlage 2 - Geactualiseerde kennis- en onderzoeksagenda Zoetwater
    3. Bijlage 3 - Voortgang afspraken vitale en kwetsbare functies
      1. Bijlage 3.1 - Aanpak nationale vitale en kwetsbare functies
      2. Bijlage 3.2 - Voortgang in het eerste verslagjaar - samenvatting
      3. Bijlage 3.3 - Voortgang per functie
    4. Achtergronddocumenten en downloads
    5. Colofon